‘Zoeloes fascineren me, ik ben erdoor gevangen’

2007-12-07
  • Jaargang 51
  • nummer 24
Drie weken zaten ze op een boot, om uiteindelijk voet op Zuid-Afrikaanse bodem te kunnen zetten en ‘het Evangelie te brengen aan de kaffers en hottentotten’. Zo kon dat bij zijn bevestiging in 1957 nog gezegd worden. Ds. Hans en zijn vrouw Rens Vonkeman vonden een thuis in Zuid-Afrika, en familie in de Zoeloes. Volgend jaar is het vijftig jaar geleden dat de jonge predikant voet op Afrikaanse bodem zette. Opbouw zocht hem en zijn vrouw op in ‘hun seniorendorp’ in Howick, KwaZulu Natal, voor een terugblik.

Wie met de zendeling-in-ruste gaat zitten en er de tijd voor neemt, kan rekenen op een vloed aan verhalen en anekdotes. In het verleden gebruikte hij pen en papier als uitlaatklep.
Menig verhaal vond zijn weg tot in de huizen van Opbouwlezers en een groot aantal ervan werd gebundeld en gepubliceerd in het boekje ‘Door Zoeloes geboeid’. Vonkeman over de titel van het boekje: ‘Zoeloes fascineren me, ik ben door hen geboeid. Het verschil, het anders denken en zich anders gedragen. Om daarin door te dringen is een heel avontuur. Als je me een cadeau zou willen geven, dan zou ik graag even willen kunnen voelen zoals een Zoeloe voelt wanneer hij bang is voor zijn vooroudergeesten, wanneer deze hem onder druk zetten. Wat dat is...
Met pijn kun je tot op zekere hoogte meevoelen. Maar met dit niet. Wat is het om te voelen dat een boze tovenaar in je leven bezig is?’

Maagdelijk gebied
Veertig jaar arbeiden onder de Zoeloebevolking in het zuidelijke deel van KwaZulu Natal heeft dat ‘gevoel’ niet kunnen bewerkstelligen. Wel heeft het een diepe verbondenheid gebracht. Want Vonkeman springt voor ‘zijn mensen’ in de bres op het moment dat er - volgens hem - in onkunde over hen wordt gesproken of een verkeerd oordeel over hen wordt geveld. De Zoeloes vormen bijna 25 procent van de Zuid-Afrikaanse bevolking en het merendeel van hen woont in KwaZulu Natal. KwaZulu is één van Zuid-Afrika’s negen provincies en ligt aan de oostkust, vlak onder Mozambique.
Vonkeman werd op pad gestuurd met de opdracht om niet alleen het Evangelie te gaan verkondigen, maar om vooral ook een ‘maagdelijk gebied’ te vinden. Het zuidelijke deel van Zoeloeland bleek zo’n gebied te zijn: afgelegen, geen kerk. De eerste jaren woonde het gezin Vonkeman in het dorp, in Richmond, maar in 1963 verhuisden ze naar Groothoek om midden in het werkgebied te kunnen wonen.
Vonkeman was op zijn best, of denkt er tenminste met meeste plezier aan terug, als hij persoonlijk contact had met mensen. Hoogtepunten voor hem waren dan ook bijeenkomsten in de hutten, bij mensen thuis met buren en belangstellenden. De zogenoemde imithandazo’s. Met enthousiasme in zijn stem: ‘Je was daar het meest één met de mensen. Je zat samen op de grond in een overigens stikdonkere hut. Lezen van papier was er niet bij en je moest dus wel weten wat je ging zeggen. Maar je kreeg reactie van de mensen, je hoorde wat er leefde. En daardoor wist ik waar ik de volgende week over moest preken. De imithandazo’s waren dus eigenlijk een soort thermometer.’

Kruiwagen
Vonkeman is eerlijk als hij zegt dat hij wilde dat hij het zou kunnen overdoen met de kennis die hij nu heeft.
Want dat zou hem voor veel fouten hebben behoed. ‘We waren zendingsdilettanten’, zegt hij. Vers van de theologische opleiding, was hij de eerste kandidaat in de geschiedenis van de gereformeerde kerken die direct en zonder noemenswaardige voorbereiding het zendingsveld op ging: ‘Het was zwemmen, al doende lerend, studerend zoeken. Maar het heeft me geleerd op eigen benen te staan’.
Hij kwam er bijvoorbeeld al snel achter dat het concept van ‘een eenvoudig verhaaltje vertellen’ niet werkte.
‘Het ging om het aanbrengen en uittekenen van lijnen waarin gemeenschapsbegrippen belangrijk waren.
God brengt niet hier en daar een individuele boodschap, maar het is altijd in relatie met een groep mensen. Het Evangelie viel niet opeens als een massieve boodschap op aarde, maar strekt zich uit over honderden jaren geschiedenis met een begin en een einde.’ Ook had hij al snel door dat woordverkondiging samen moest gaan met praktische hulpverlening en dus, eenmaal gevestigd op de zendingspost Groothoek, startte hij een kliniek, een winkeltje, een kosthuis voor studenten van de nabijgelegen school en basisschooltjes in de omtrek.

Vrouwen
En waar de zendeling in zijn vuur en passie voor de goede zaak de (culturele plank missloeg, waren er op de een of andere manier vaak mensen die hem een spiegel voorhielden. Zoals na een van de eerste begrafenissen, waar twee Zoeloevrouwen hem naderhand de les lazen over het feit dat hij het Evangelie had laten horen boven het graf van een heiden. ‘Wij weten wel dat Msheshi geen gelovige was en dat hij niet bij de Heer is. Maar de heidenen krijgen hoop als u hun doden begraaft, wat u ook al zegt. Waarom zouden ze zich nog bekeren?’ (p.12, ‘Geboeid door Zoeloes’). Na de eerste verwarring kwam Vonkeman tot de conclusie dat God hem had omringd met mensen, vrouwen, die kritisch met hem meedachten en, later, meewerkten. Deze eerste medewerksters namen later belangrijke plaatsen in het opbouwwerk van de lokale kerk in en rond Groothoek. En hebben een rol gespeeld in het leggen van het fundament van de huidige jonge kerkjes. Een van hen, nu een oude vrouw, is de moeder van ds. Pungula, de predikant van Ndaleni, veruit de grootste onder de jonge Zoeloegemeentes.
Vonkeman merkt op dat met de overgang van zending naar zelfstandige kerken, de rol van vrouwen is veranderd en hij vindt dat jammer: ‘Wij begonnen met vrouwenleidsters, en die bevestigde ik ambtelijk. Een ambt is immers een door de gemeente aanvaard charisma. De vrouwen hadden in de gemeente hun eigen verantwoordelijkheden, deden bezoeken en deden daarvan verslag. Maar toen de kerken meer zelfstandig werden en kerkenraden werden ingesteld, moesten deze volgens het kerkrecht bestaan uit mannen.
Het is een jammerte dat vrouwen in de slag gebleven zijn.’ Vooral ook omdat vrouwen in de Afrikaanse cultuur wel een centrale plaats innemen: ‘De raakvlakken tussen leven en eeuwigheid sluiten de vrouw in. Zowel bij de geboorte als bij ziekte of ongeval en een begrafenis, spelen vrouwen een centrale rol. Als in het heidense religieuze leven vrouwen dus zo’n belangrijke rol spelen, is het wel wat vreemd dat we in het kerkelijke leven opeens geen vrouwelijke ambtsdragers meer willen. Overigens, de ambtelijk opererende zusters heb ik voorzichtigheidshalve nooit ouderling genoemd.’

Nieuw vaarwater
Na 50 jaar zegt hij echter blij te zijn om te zien hoe de Nederlands Gereformeerde zending in nieuw vaarwater is beland, een nieuw seizoen: Van pionieren naar overdragen. Alleen Riens de Haan, Vonkeman’s opvolger, doet nog wat ‘echt zending’ wordt genoemd. De nieuwe kandidaat Hans Vel Tromp, die in september is gearriveerd, zal de komende vijf tot zeven jaar in dienst zijn van de vijf gemeentes Ndaleni, Umlazi, Eston, Elandskop en KwaMashu. Het is goed voor de continuïteit van het zendingswerk om nog een tijdje iemand ‘met de nestgeur van de NGK’ over de vloer te hebben, meent Vonkeman. Een van de grootste hobbels voor de jonge kerk, in het zelfstandig worden, is het feit dat de werkloosheid onder de kerkgangers in het gebied enorm is. Het merendeel van de gemeentes is dus vaak bij lange na niet in staat om een eigen predikant te onderhouden. Voorgangers zijn soms gedwongen om hun kerkenwerk te combineren met een andere baan, en in veel gevallen werken ook hun vrouwen om een inkomen te genereren. Volgens Vonkeman moeten de Nederlandse kerken erop rekenen dat de jonge kerken in Natal in ieder geval de komende tien jaar nog financieel afhankelijk zullen blijven van de gemeentes in Nederland. Hij realiseert zich dat dit waarschijnlijk ‘een onaantrekkelijk doel voor Nederland’ is, maar zegt dat dit helaas de realiteit van de kerken in het gebied is. Bovendien: ‘We hebben zelf het presbyteriaanse systeem van een fulltime predikant in gang gezet, we zijn nu ook verantwoordelijk voor het onderhoud.’ Gevraagd naar de rol van de blanke Dopperkerken in de ondersteuning van de jonge kerken, legt Vonkeman uit dat deze in de provincie Natal zelf nauwelijks het hoofd boven water kunnen houden. De gemeentes waar hij nog regelmatig voorgaat tellen niet meer dan tussen de 30 en 200 leden.
Maar dit gezegd hebbende, kas-tekorten weerhouden de gemeentes er niet van om zelf ook missionair te zijn. De gemeente in Ndaleni, bijvoorbeeld, heeft een aantal hulppredikers die op een zondag op acht of negen verschillende plaatsen voorgaan. Een van de verantwoordelijkheden van de nieuwe collega Hans Vel Tromp is het trainen en onderwijzen van deze ‘lekenpredikers’.

Moeilijke momenten
Over de ‘moeilijke momenten in zijn werk’ moet Vonkeman even nadenken ken. Hoewel men het zou verwachten zijn het niet de stamgevechten en het geweld rond Groothoek in de jaren ‘80 die hij noemt. ‘Ja, er is veel vernield door stamgevechten en zeker de helft van de bevolking is verdwenen. Maar een deel van onze gemeentes is gevlucht naar Umlazi (township bij Durban), en zijn daar de kern geworden voor een nieuwe gemeente.’ Wat ook niet aan de Zoeloekerken is voorbij gegaan, is de invloed van charismatische stromingen, vaak met sekteachtige neigingen. Soms leidde dit tot uitwassen en moest de voorganger of evangelist in kwestie teruggeroepen worden, niet zonder een spoor van pijn in de gemeente achter te laten. Vonkeman: ‘Het was een van de reële gevaren die je zag. Achter de kerk aan komen altijd sektes tevoorschijn. Vaak bedienen ze zich van een mengvorm van christendom en traditionele culturele opvattingen. Zo wordt bijvoorbeeld voorouderverering in het christelijke geloof ingebouwd en daarin is Jezus Christus dan niet meer dan een veredelde gestorven geest.’ Voor de jonge christelijke kerk is het de uitdaging om hier op een goede manier tegenwicht te bieden en resoluut te zijn: Jezus is de Heer. Als reactie op de uitwassen in de gemeente en – wat terecht werd gezien als – de bedreiging van het Evangelie, hebben de kerken bijvoorbeeld indertijd hun eigen belijdenis vorm gegeven; dit is waarvoor we staan.

Beleving
De blanke Gereformeerde kerken in Zuid-Afrika gaan momenteel door periode waar vrijgemaakten en Nederlands Gereformeerden 30 jaar geleden doorheen gingen, zegt Vonkeman: ‘Vragen als “mag je gevoel meespreken”, en kerkordelijke en confessionele vraagstukken. Men discussieert over zingen van psalmen en gezangen, over de vrouw in het ambt.’ Op afstand volgt hij de ontwikkelingen in de Nederlands Gereformeerde Kerken. En hoewel hij toegeeft er niet zo’n goede kijk meer op te hebben, ziet hij wel de toenemende nadruk op de ‘beleving’. Met een wat bezorgde frons in zijn voorhoofd: ‘Het gaat meer om God hier, dan God daarboven’.
Als er een ding is wat de gepensioneerde zendeling zelf heeft geleerd is dat Gods Geest een mens leidt van dag tot dag. ‘Je ziet het achteraf. Soms word je een zekere kant opgeduwd en dan lijkt het allemaal willekeurig, maar achteraf zie je een lijn die God erin gebracht heeft. Zo heb ik mijn vrouw gevonden, mijn beroep gekozen, mijn been verloren en zo ben ik ook op weg naar de dood.’

Marjon Busstra is werkzaam als freelance journaliste in Zuid-Afrika. Ze is lid van de NGK in Heerenveen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief