Wie zorgt er voor te doden baby's in Birma en India?

1987-06-12
  • Jaargang 31
  • nummer 23
Het begon, ongeveer nu meer dan een jaar geleden. Wij hoorden toen voor het eerst dat meisjes bij de geboorte werden gedood. Dat gebeurde in Nepal, een land in Azië ten noorden van India. Je schrikt van zo'n bericht en als vanzelf gaje voor deze baby's bidden. Niet lang daarna, n.l. op 4 juni 1986, kregen wij een artikel toegestuurd uit het Dagblad 'Trouw'. Een artikel dat werd overgenomen uit het Indiase blad 'India Today'.

Hierin stond o.a.: "Bij een kleine kaste van boerenarbeiders in India wordt bijna 80% (dat is acht van de tien!) van de pasgeboren meisjes gedood vanwege de hoge kosten die een dochter voor een gezin meebrengt als zij bij haar huwelijk een bruidschat moet inbrengen ... Bij de Kallar-gemeenschap in de zuidelijke deelstaat Tamil Nadu, worden de meisjesbaby's meestal met vergiftigde bessen gedood. Deze praktijken blijven echter niet beperkt tot dit gebied alleen. Ook in andere delen van India worden pasgeboren meisjes ter dood gebracht. Het geven en eisen van bruidschatten is sinds 1961 verboden in India, maar dit oude hindoegebruik gaat gewoon door... Een gynaecoloog vertelde dat meer dan 95% van de Kallar-vrouwen onmiddellijk na de geboorte van hun dochter met onbekende bestemming verdwijnt. In een lokaal staatsziekenhuisje worden per jaar gemiddeld 570 geboren meisjes geregistreerd; bijna 80% van deze meisjes verdwijnt en wordt het slachtoffer van kindermoord. Er is nauwelijks een arm gezin in de gemeenschap waar de afgelopen tien jaren geen meisjesbaby is vermoord, schrijft India Today en voegt daaraan toe dat de ouders dat ook toegeven."
Toen wij dit artikel hadden gelezen hebben wij hierover onmiddellijk geschreven met de kindertehuisorganisatie in India waarmee wij samenwerken.
Wij vroegen of het mogelijk was te helpen deze baby's te redden van de dood, Onze mensen in India zijn oponderzoek uitgegaan en men schreef ons terug dat na het verschijnen van het geciteerde artikel in de krant al vier organisaties ter plekke waren gaan helpen.
Wel schreef men erbij dat hetzelfde verschijnsel ook op andere plaatsen in het grote India voorkomt. Wij spraken met onze mensen af dat men zou onderzoeken' of misschien op andere plaatsen hulp wel erg nodig is. Nog op een andere manier hoorden we echter van deze praktijken. Wij werden benaderd door de Presbyteriaanse kerk in Birma. Zij schreven ons: "De laatste twintig jaar heeft onze kerk gewerkt onder de mensen van de Dai stam in de zuidelijke Chin staat in Burma. Deze mensen hebben de gewoonte om kinderen die buitenechtelijk worden geboren direct na de geboorte te doden.' Ieder jaar worden er verschillende van deze baby's geboren. Er is een verbod bij deze stam dat mensen van hun stam trouwen met iemand van een andere stam. Maarjongens en meisjes van deze verschillende stammen, worden' soms verliefd op elkaar en ofschoon zij de regel van hun stam kennen gaan zij toch vaak te ver en krijgen een kind dat gedoemd is om te sterven."
De kerk is in 1984 begonnen met een klein baby tehuis voor deze ongewenste kinderen, maar de middelen ontbreken om hiermee verder te gaan. Daarom vroeg men ons om hulp. Nadat wij inlichtingen hadden ingewonnen over deze mensen konden we gaan proberen hulp in Nederland te vinden.

Ook in India zat men niet stil en werden in samenwerking met ons plannen gemaakt voor een baby tehuis. Voor de plannen moest op twee manieren hulp komen uit Nederland:
A. Giften om de noodzakelijke kosten voor gebouwen te betalen.
B. Geld dat regelmatig binnenkomt voor de verzorging van de baby's.

In maart j.l. hebben wij een brief aan gevers van' Stichting Redt een Kind uitgestuurd. Als reactie daarop kwamen zoveel giften binnen dat de kosten voor gebouwen zijn gedekt. Deze bedragen zijn al overgemaakt naar India. Maar wie A zegt moet ook B zeggen én St. Redt een Kind zal de komende jaren (in toenemende mate!!) maandelijks' verzorgingsgeld moeten overmaken. Hiervoor kwamen al wel toezeggingen binnen van gevers, maar nog lang niet voldoende. Wij zoeken daarom nog mensen die bereid zijn maandelijks een bepaald bedrag voor de verzorging van een baby over te maken. Niet alleen voor de baby's in Birma en India, maar ook voor baby's in Kenia. In dat land komt het veel voor dat baby's het slachtoffer van honger worden. In India en Birma zijn per baby fI 130,- per maand nodig, in Kenia fl 100,- per maand. Men kan zich garant stellen voor een gedeelte van het bedrag: Heel dringend zijn hiervoor mensen nodig.. Voor opgave is een telefoontje of briefkaart aan ons secretariaat voldoende.

STICHTING REDT EEN KIND, Dr. Guépinlaan 23, 4032 NH Ommeren, tel. 03443-2079 (ook 's avonds). Postbank 1599333 t.n.v. St. Redt een Kind te Ommeren. Bank: ABN te Doorn, rek.nr. 37.73.32:860.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief