Als verstand en gevoel voor zichzelf beginnnen...!
1987-06-19
De Bijbel als het Woord des Heren- Jaargang 31
- nummer 24
Van tijd tot tijd stelde onze catechiseermeester een eenvoudige vraag: Wat betekent het nu precies, dat wij de Bijbel Gods Woord noemen? Merkwaardigerwijze slaagden we er nooit in precies te zeggen wat hij van ons. wilde horen! Wij brachten om zo te zeggen enkele 'deelwaarheden' ten gehore: "Het betekent, dat de Bijbel helemaal wáár is" of: "Het betekent, dat het in de Bijbel over de Here gaat". Wat de dominee van ons wilde horen was dit: "Het betekent, dat in de Bijbel de Here God tot ons spreekt". Dat was en is het goede antwoord. Eenvoudig, maar ook erg diep. Dan ging de les verder en daarbij kwam het Verbond tot zijn recht. De Here spreekt.j.Ik ben de Here, uw God en Vader in Christus" - dat is het eerste! En dan verder: "Mijn zoon, mijn dochter, geef Mij uw hart!".
Heel duidelijk het Verbond met zijn beide 'delen': De Here - zijn volk..belofte; eis; spreken , horen en gehoorgeven.
Emancipatie van hetverstandelijke
Het gaat in 'de kerk goed, zolang wij leven in en ook uit de werkelijkheid, dat de Here tot ons spreekt in zijn Woord. Zolang' alles wat gezegd wordt op die 'toonhoogte' staat de prediking, het onderwijs.
Zolang ons horen concreet en werkelijk een horen blijft naar de Here als de Spreker van zijn Woord! Dan is er sprake van een werkelijk leven in het Verbond!
Maar telkens weer is het in de geschiedenis mis gegaan. Vaak heel ongemerkt en heel subtiel. Grote dwalingen en ketterijen? Neen, daar begon het niet mee! Over de Here werden heel wat wáre dingen gezegd! Maar dat was het nu juist! Over de Here werden heel wat dingen gezegd. Maar het werkelijke besef, dat de Here zèlf tot ons sprak was aan het kwijnen en verdwijnen gegaan! Hij werd - met eerbied gezegd - meer en meer als het ware opgeborgen in ons denken en in ons praten over Hem. Kwam Hij zelf nog aan het woord? Het verstand ging zich emanciperen...emanciperen van het geloofsgehoor. De Here kreeg een kleine smalle plaats toegewezen: Voorwerp van ons denken; voorwerp van ons spreken en bespreken. Alles wordt dan zo indirect. Waar is de Here zelf? En zo kan het dan komen tot wat men 'een dode leerstelligheid' is gaan noemen.
Op allerlei zaken van geloof heeft dit zijn grote invloed. Dat Indirecte. Dat 'voorwerpelijke'. Ik heb wel mensen ontmoet, die zo harstechtelijk de kerk liefhadden, dat de levende kerk mensen van vlees en bloed bang een straatje ,omgingen, als ze eraan kwamen! Ze hadden hun kerkgedachte zo lief, dat .
ze bereid waren ter wille van hun idee kerkmensen, die in hun vaarwater kwamen, zonder meer te overvaren. Liefde tot de kerk in hun gedachten, ten koste van de werkelijke kerkmensen!
Leven in het Verbond wordt vervangen door: Leven bij een goede theorie over het Verbond. De werkelijkheid van God, Verbond, broeders en zusters duikt .onder in onze gedachten daarover. Het werkelijke spreken van de Here wordt niet meer gehoord.
Waar is het Verbond? De Here en zijn volk? Tenslotte zijn we alleen: Wij en onze gedachten over God! We zijn op onszelf teruggevallen. De twee van het Verbond is een één geworden!
Emancipatie van het gevoel
Telkens weer is het tot een sterke reactie gekomen tegen deze ontwikkeling.
Dan werd met kracht aangevoerd, dat het in de kerk toch zeker niet mocht draaien om het verstand en het verstandelijke. Dan werd met kracht aangevoerd, dat men de Here wilde beleven, gevoelen, ervaren. Dat men Hem in zijn hart wilde hebben! De prediking stond niet langer hoog genoteerd. Zeer snel was men erbij om te vertellen, dat het 'me niets meer zei'. Daarmee bedoelde men dan, dat het me van binnen niet meer wàrm maakte'!
De inrichting van de samenkomsten' moest zo zijn, dat we getroffen, geraakt, ontroerd konden worden. Beter dan een tekstuitleg is het getuigenis omtrent wat men van de Here en zijn goedheid ervaren heeft. God de Here zoals' Hij gevoeld, beleefd, ervaren wordt! En dan hoopt men als het ware op een 'heilige besmettelijkheid', op een 'overspringen' van gevoelens, belevingen en ervaringen op de overige aanwezigen!
We kunnen deze reactie, die ook in onze dagen levensgroot voor ons staat, gemakkelijk met te grote hardheid benaderen. Het past ons steeds weer de nederige vraag te stellen, of deze concentratie op de pool van het gevoel niet geboren is uit een al te grote verstandelijkheid (en dan ook: afstandelijkheid) in het kerkelijk leven, spreken en handelen.
Dat is in de geschiedenis vaak het geval geweest! En dat kan leiden tot zelfonderzoek! We moeten deze gelovigen voorzichtig en met liefde benaderen. Er is zo veel echte lust en liefde bij hen te vinden!
Toch mag de benadering niet onkritisch zijn. Men ziet maar al te vaak, dat het Verbond wordt vergeten. Ook het Verbond behoort tot de dingen, 'die ons niets meer zeggen'. Niet meer de omweg van de woorden! Gretig en haast gulzig is men op weg naar de Godbeleving! Hoe vreemd het klinken mag, ook hier dreigt de Here God een voorwerp te worden, nu een voorwerp van tasten en van voelen en van beleven. Men maakt de troon van de Here op een diepzondige wijze klein en smal, als men die troon in het verstand posteert, als de Here in de theologie zijn domein heeft en verder niet meer! Maar laten we niet naïef zijn. De satan vindt het ook prachtig, als de troon van de Here God versmalt wordt tot een plek in ons gevoel, als Hij wordt de God in het hart en verder niet meer. En daartoe kan het zo gemakkelijk komen. De boze vijand is te allen tijde bereid ons daarbij te helpen. Is het Verbond er nog? De Here en zijn volk? Ach, het is alleen nog maar: Wij èn ons gevoel van God! Twee keer 'wij' en 'ons'. Ook hier is het getal van het Verbond tot één gereduceerd! Daarheen wil de vijand ons hebben. Daar trekt hij ons heen!
Want ons gevoel en onze beleving zijn in zichzelf flakkerende lichtjes. "Ons gevoel en ons verstand zijn, 0 Heer, zo zonder klaarheid...". Als onze vastheid dáárin ligt, waarop zullen we dan terugvallen, als in ons leven zoveel lichten gaan doven? Als de Here opgesloten wordt in ons gevoel, waar vinden we Hem dan nog, als we in een tijd van moeite en dorheid 'achter' ons gevoel moeten teruggaan? Satan doet zijn best het getal twee te laten verdwijnen. Opdat aan God de waarde zal worden toegekend die overeenkomt met de waarde van ons gevoel van Hem. Dan is het niet moeilijk meer voor de grote vijand ons geheel en al te overwinnen. Wij weten dan niet meer dat God in zijn liefde en trouw op een oneindige wijze ons denken en gevoelen en beleven te boven gaat!
Maar dan komt temeer de vraag naar boven, waar we het dàn moeten zoeken! Het verstand schiet te kort. Maar ook de beleving schiet te kort! Waar moeten we dan heen?
"Spréék, Here, en uw knecht hóórt!"
In de' eenvoud van het spréken en het hóren wordt het dilemma doorbroken.
Het is niet meer: óf verstandelijk óf gevoelig. In het gewone menselijke spreken en horen zit al iets van die doorbreking. Als iemand het tegen mij heeft, dan heb ik hem niet tot een denkvoorwerp te maken. Ik heb hem niet te bekijken, zoals een entomoloog een insect bekijkt! Ik heb simpel naar hem te luisteren. AIs iemand het tegen mij heeft, dan heb ik op dat moment mijn aandacht niet te richten op mijn binnenste om na te gaan wat de woordklanken aan gevoelens in mijn hart teweegbrengen. Ik heb mijn aandacht eenvoudig te richten op de spreker en op de woorden die hij laat horen. Verstand en gevoel mogen heus. meedoen. Maar...op hun eigen plaats. Als ik goed naar de woorden luister, dan gaat mijn verstand heus wel aan de gang. Maar het blijft ingebed in de actie van het horen. Het is niet "geëmancipeerd"!
En de inhoud van zijn spreken zal bij mij heus wel gevoelens bewerken: van vreugde, van droefheid. Maar die gevoelens treden op in het kader van mijn luisteren! Ze zijn niet "geëmancipeerd"!
Het is zelfs zo, dat het contact niet goed tot stand komt, als ik me bij voorbaat afvraag, wat ik nu denk of wat ik nu voel! Deze emancipatie leidt tot een verstoring van het contact.
Ons gebed moet zijn, dat de Here ons dat diep eenvoudige wil geven! Diep eenvoudig en toch niet te bereiken zonder zijn genade en zijn Heilige Geest! Dat wij namelijk mogen leven in de eenvoudige werkelijkheid, dat de Bijbel Gods Woord is, omdat de Here in die Bijbel tot ons spréékt! Hij, Hijzèlf. En dat we (dus) mogen leven in dat werkelijke hóren, dat horen naar Hem, naar Hemzèlf En dat dit de "toonhoogte" mag zijn van alles wat gesproken en gedaan wordt in ons kerkelijke bezig zijn!
In dat gelovige horen zijn we in de gemeenschap van de Here. Zo leven we in het Verbond. De Here - zijn volk. En ons verstand en ons gevoel zijn dienaren in zijn dienst. Niet meer de "leiders" die het máken. Het kàn. Maar alleen door zijn genade en Geest! En daar moet om gebeden zijn!