Kinderen der eenzame

1988-08-26
  • Jaargang 32
  • nummer 31
Ergens aan Loch Awe, in Argyll, staat een bijzonder mooi kerkgebouw. Het is door een meneer Campbell gebouwd, eigenhandig en uit eigen middelen bekostigd.
Het heette bedoeld te zijn om zijn moeder de kerkgang naar Dalmally te besparen.

En dat niet alleen. Hij gebruikte diverse bouwstijlen in dat ene gebouw, wellicht om de tijdeloosheid van de kerk aan te duiden. Hij verzocht en verzamelde talloze relikwieën uit kloosters en oude kerkgebouwen, waarmee hij zijn bouwwerk versierde en een museum-achtig aanzien gaf. Zo ligt daar bijvoorbeeldonder een marmeren sarcophaag met het beeld van de vroegere Schotse koning Robert de Bruce - een kleine schrijn, waarin een enkel botje van Robert wordt bewaard. Zo staan daar eeuwenoude erezetels, zo is er een heuse crypte onder de kerk gemetseld; zo is daar een nonnen-omgang binnen de kerk gemaakt, en een galerij, waarop ordezusters ongezien de dienst zouden kunnen bijwonen - dingen, die in deze protestantse omgeving irreëel zijn. En buiten, op de romaanse bogen, staan ' heuse waterspuwers hun werk te doen.
Ja, elke venstertoog draagt een zinsnede over de lof des Heeren, uitgebracht door schepselen als de zon, de maan, sterren, water en storm. Zelfs een kloostertuin biedt gewijde verpozing.

De vrouwenvereniging, de Woman's Guild, gebruikt voor haar vergaderingen de nonnengalerij. Die kan vanaf het kerkplein met een speciale trap worden bereikt en de zusteren doen daar naarstig haar werk; hand- en praatwerk voor de kerk.

Dit gebouw heeft de naam van Sint Conan meegekregen. Het is de Sint Conan's Kirk, die een van Columba's discipelen welke deze streek vroeger heeft bewerkt in ere houdt. In deze Conan's Kirk heeft wijlen Campbell zich tijdens de laatste eeuwwisseling volkomen gewijd aan zijn levenswerk: een monument op te richten ter ere van God en ter nagedachtenis van he himself.

Daartoe versierde Campbell de erebanken met prachtig houtsnijwerk in gothische stijl. Ook de preekstoel is knap handwerk, vol symboliek. Het doopvont bestaat uit een bark, een antiek scheepje als waarmee Columba en zijn mannen destijds uit Ierland naar het Schotse eilandje lona zeilden. In elke notabelenbank is een wapen gebeiteld, verwant aan de Campbell's. en herinnerend aan de oude clans van deze streek.
Is dit alles dus het werk van een enkele kunstenaar - uiteraard geholpen door een groep arbeiders - er is één onderdeel, dat door vrouwenhanden werd vervaardigd. Aan de westzijde is een prachtig rond raam van gebrandschilderd glas aangebracht, dat uit tientallen kinder- of engelenkopjes is samengesteld.
Dit raam, een zogenaamd roosvenster, werd ontworpen en gemaakt door Campbell's zuster Helen, een
ongehuwde vrouw die een prachtig huis aan Loch Awe bewoonde.

-O-

Op een dag dat we dit interessante kerkgebouw weer eens bezochten, liep de kosteres binnen. Ze woonde toen nog in een archaisch bijgebouwtje, in dezelfde stijlen opgetrokken - onze dorpelwachteres.
Een ongehuwde dame, die het nieuwe testament in het Grieks kon lezen. Een ferme persoonlijkheid.
Alleen al haar alomtegenwoordigheid maakte 'dat de bezoekers in deze steeds openstaande ruimte zich correct gédroegen.
Of ze nu onze auto had herkend, dan wel of ze even de bezoekers wilde aanzien - ze kwam binnen: Maakte een praatje.

Vindt u dit gebouw nog altijd even interessant?
Ja, dat deden wij.

Maar u bent hier vaak genoeg geweest om te zeggen, wat u nu het mooiste vindt.
Misschien wel, ja.
Nu, zeg eens, wat vindt u het mooiste van dit gebouw?

Ons antwoord: het roosvenster, verbaasde haar. Ze wilde het naadje van de kous weten. Wat betekent dat ene gebrandschilderde raam voor u - naast al die talloze schoonheden en antikwiteiten?

Toen hebben we haar uitgelegd, waarom we dit ene venster van de ongehuwde Helen Campbell zo waarderen. Alle onderdelen van het kerkgebouw waren typisch mannenwerk: pilaren, trappen, balken, torens, galerijen, kloostergang' en waterspuwers. Maar dit venster vertoonde een zacht palet, lieflijke beelden van engelen of kinderen, en het bracht een vrouwelijk cachet aan dit krachtige bouwwerk. Daarom deed het ons denken aan Jesaja, die profeteerde dat "de kinderen der eenzame meer zullen zijn dan die van de gehuwde". Kijk eens aan, zo besloten wij, die ongehuwde vrouw beeldt met haar grote kinderschaar de toekomst van een hersteld Israël uit en stelt alle gehuwde moeders in de schaduw.

-O-

Ai, dat kwam helemaal verkeerd aan.
Ze schrok ervan, scheen haar rok wat nauwer aan te sluiten. Hoe bedoelt u dat? vroeg ze kleurend.
Zoals Jesaja' dat bedoelde: dat de toekomst veel rijker zal zijn, dan we ons met onze ervaringen kunnen voorstellen.
Maar zegt u dat in de bijbel staat: dat een ongehuwde vrouw meer kinderen kan hebben dan een gehuwde?
Ja, dat bedoelen wij, want zo staat het bij Jesaja.

Zeiden we niet, dat ze het nieuwe testament in het Grieks las, dus waarschijnlijk wel kende? Daarom wilden we het haar niet al te kwalijk nemen, als ze de oudtestamentische profeet Jesaja onvoldoende kende. Behalve dan ... dat Paulus in het nieuwe testament de tekst aanhaalde voor de Kelten van zijn tijd.
Niettemin, het citaat kwam haar hoogst onwaarschijnlijk voor. Totdat - als in een toneelstuk - te rechter tijd de oude dominee MacGilp binnentrad, zijn pijp eerbiedig uit de tandeloze mond nemend.

Ha, reverend John, schoot ze hem aan.
Deze gentleman hier beweert, dat Jesaja iets heeft gezegd over ongehuwde vrouwen met meer kinderen dan gehuwde.
Weet jij daar iets van af?

Hoe komen jullie aan dat onderwerp?
vroeg John, die van alteratie zijn pijp weer in de mond nam. En wij vertelden van ons inzicht over het medaillonraam van de ongehuwde Helen Campbell, die tientallen kinderkopjes aan de kerk had geschonken.

Ds MacGilp keek van de een naar de ander. Het onderwerp was gênant, dacht hij. Ongehuwde moeders zijn toch al een heet hangijzer, maar een grapje in de kerk over zulke fenomenen lijkt wel helemaal ongepast. Toch wilde hij ons niet afvallen, en tegelijk de geleerde kosteres steunen.

-O-

Ik geloof niet, zo besloot hij, dat u goed gelezen hebt. Zo iets staat niet in de bijbel en zeker niet bij de profeet Jesaja.

Toen hebben wij ons laatste argument op tafel gelegd. Tenslotte moesten ook wij ons figuur redden. Als de kosteres.
Als de predikant.

We zeiden het volgende. U hebt, ds MacGilp, de laatste jaren tot twee maal toe van de kansel in Dalmally Jesaja 53 voorgelezen. Eigenlijk niet voorgelezen maar voorgedragen - want u bleek het zonder het Boek ook wel te kennen. Dat was heel knap en daarom het onthouden waard. Maar als u na het laatste vers van hoofdstuk 53 nu eens het eerstvolgende vers bekeek, zult u begrijpen wat wij bedoelen. En ook Paulus heeft hoofdstuk 54 goed gelezen, want hij citeerde dit vers aan de Galaten.
Compliment van ons, bijbellezers.

Zo zijn we uiteengegaan. De verhouding was allerminst geschonden en reken maar dat de predikant en de kosteres Jesaja hebben nagepluisd. En laten we hopen: ook hebben begrepen welke toekomst ons wacht. In deze bedeling of een volgende.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief