Henoch
1988-09-09
Henoch was een zeer bizondere man.- Jaargang 32
- nummer 33
Om vele redenen. Hij was een uit de kleine rij van personen, die de dood niet zagen, maar tot God werden opgenomen.
Henoch zowel als Mozes, Elia zowel als Jezus Christus, zijn opgevaren naar buiten onze tijd en ruimte en werden niet meer gevonden - hoewel ze in leven zijn. Mozes en Elia hebben immers de laatste ontmoet, voor Jezus ten hemel voer; en ook Henoch blijft tot ons spreken nadat hij opgenomen is.
De bijbel heeft van Henoch een en ander' opgetekend, dat de moeite van het lezen 'en herlezen zeer loont. Maar ook buiten de bijbel ligt informatie over hem beschikbaar.
Het begint allemaal in Genesis 5, waar de nakomelingen van Adam tot Noach worden opgesomd. Tussen haakjes: daar blijkt Henoch niet de zevende generatie na Adam te vertegenwoordigen, maar de zesde; dus Adam zelf wordt als eerste geteld. Henoch was "de zevende van Adam af' (NBG); niet "de zevende na Adam" (Wh) - maar "de zevende in de lijn van Adam" (GN). Deze telling doet denken aan het gebed voor de kinderdoop: "Noach zijn acht zielen" heet het daar; hoewel Petrus schrijft: "Noach met zeven anderen". Wellicht een hebraïsme? Een graecisme?
Henoch was dus de zevende in de lijn Adam-Seth-Enos-Kenan-Mahaleël-Jered-Henoch, en als we de tijdtafel uit Genesis 5 als historieschrijving aanhouden leefde Henoch van Adam's 622e tot diens 987e jaar.
We zeiden: als we in Genesis 5 een geschiedschrijving hebben. Voor ons staat dat niet vast. Want' er zijn enkele opmerkelijke dingen die de vraag doen stellen: is hier geschiedschrijving bedoeld of zitten in de getallen symbolen verborgen? Neem Lamech, de vader van Noach. Die leefde 777 jaren en onmiddellijk rijst de vraag: is dat cijfer van drie malen 7 soms een symbool? Neem de zes voorvaders van Henoch: ze werden allen geboren wanneer het jaartal op een 5 of een 0 eindigde; Henoch was de eerste, die op een onregelmatig jaartal werd geboren. Neem Noach: zijn drie zoons werden (allen) geboren, toen Noach precies 500 jaar oud was? Neem ook Henoch zelf: zijnjaren waren 365precies het aantal dagen in een jaar; en als u daar niets achter zoekt -vroegere schriftgeleerden wel. Dat cijfer was zelfs een twistpunt tuss~n de Farizeeën en de Sadduceeën: de eerste telden het jaar naar de 12 maanmaanden en kwamen op 360 dagen; de laatsten telden het zonnejaar op 365 dagen, later zelfs 365~, wat vrij nauwkeurig is. En denk ook aan de levensjaren van Jacob, die 147 waren; eeuwenlang telden de Joden 147 psalmen en hielden met hun indeling rekening met Jacob's leeftijd.
-0-
VanHenoch staat vermeld dat hij leefde in een tijd, waarin de aarde vorwas" van ongerechtigheid. Maar Henoch stond daar buiten; die was wel in deze wereld - maar niet van de wereld. Hij wandelde met God en "hij was er niet meer, want God had hem opgenomen".
"God nam hem weg", zei de SV; hij "richtte zijn schreden naar God; zo kwam het dat hij verdween, omdat God hem wegnam" vertaalt de WilIibrordbijbel.
En in Groot Nieuws heet het: "hij werd 365 jaar en al die jaren bleef hij met God vertrouwd. Toen was hij er niet langer want God had hem weggenomen". Kleine verschillen die vermoedelijk niet willekeurig zijn, maar elk uitdrukken wat vertalers op zeker moment aan kennis bezaten.
Dat "wandelen met God" is toch een verrukkelijke uitdrukking? Het is veel meer dan een zinnetje uit het godsdienstonderwijs.
GN verstaat dat: "al die jaren bleef hij vertrouwd mèt God"
en dat doet denken aan Adam voor de zondeval; aan Abraham, van wie de Heer zei: "zou Ik voor hem verbergen wat Ik doen ga?" Zo was Henoch een "gunsteling van God" een die door H~m in vertrouwen werd genomen. Dat blijkt wel uit de brief aan de Hebreeën (11 : 5).
"Voor hij werd weggenomen heeft hij getuigenis gehad, dat hij Gode behaagde" (SV) - of ook: "is van hem getuigd, dat hij Gode welgevallig was geweest" (NBG); "want de Schrift getuigt"zegt de Wh-vertaling - "dat hij aan Gode had behaagd"; "deweyl hy een Godlyck leeven leyde" (zegt de Deux Aes bijbel) ,,hadde hij getuygenis dat hij Gode behaagde".
U zou kunnen zoeken waar de Schrift dit met zoveel woorden zei. In onze bijbel moet dat zitten in de term "hij wandelde met God". De Heere zoekt immers degenen die Hem vrezen en Hij is een beloner van die Hem ernstig zoeken, zegt de brief aan de Hebreeën, uitgerekend in dit verband.
Of genoemde vertalingen nu in later bijbels licht hebben geconcludeerd dat Henoch Gode moet hebben behaagd, dan wel of in dit "wandelen met God" voldoende grond is om tot deze conclusie te komen - feit is dat de chassidim, de gelovige kinderen van Abraham, hier veel over hebben na gedacht. En geschreven, zo~s we gaan zien. Zodat ook later de schrijver van de brief aan de Hebreeën geput heeft uit de algemene, overtuigende overlevering: dat het aan Henoch duidelijk is gemaakt dat hij Gode behaagde.
En dat hij daarom werd weggenomen.
De kanttekenaars op onze oudste bijbel verwezen naar enkele apocriefe boeken. En ja, bij Jezus Sirach (14: 16) heet het: "Henoch behaagde de Heer en werd weggenomen, een toonbeeld van wijsheid voor alle geslachten"; terwijl het boek der Wijsheid blijkbaar ook aan Henoch denkt, wanneer daar van de rechtvaardige staat (4: 10): "hij was welgevallig aan God en werd door Hem bemind, en leefde temidden van zon= daars en werd weggenomen".
Dat Henoch "niet gevonden werd" krijgt bij sommige uitleggers een extra betekenis: het zou inhouden dat boze lieden Henoch hebben gezocht (te doden) maar tevergeefs, want de Heere nam het voor hem op. Terwijl de overlevering zegt dat Henoch niet definitief is opgenomen, maar na dato teruggekeerd om de rechtvaardigen onderwijs te geven in hemelse zaken. (U kunt hier denken aan Paulus, die opgenomen is geweest- in de derde hemel, 2 Cor. 12).
-0-
Waar staat dat zo, dat Henoch de zevende van Adam was? Wel, dat vinden we in de kleine brief van Judas, de broeder van Jacobus, en zo wellicht de broeder van onze Heiland. Deze Judas schrijft over de goddelozen van de oertijd waarvan "Henoch, de zevende van Adam" geprofeteerd heeft: "zie, de Heere is gekomen met zijn vele duizenden heiligen, om gericht te houden over allen, en om te straffen alle goddelozen onder hen". De aanklachten luiden: "hun goddeloze werken, die zij goddelooslijk gedaan hebben - en alle harde woorden, die de goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben" (SV). Latere vertalingen noemen tienduizenden, tienduizendtallen, en GN noemt ze: heilige engelen. (Andere vertalingen spreken van drieste woorden, vermetele woorden, harde taal.)
Die drieste woorden zijn bij Genesis niet opgetekend, maar we vinden ze voldoende terug, in psalm 2 bijvoorbeeld.
De mens van Henoch's tijd stond finaal op tegen de Schepper, had een grote mond over zijn' Maker, en dacht het ook wel (wellicht beter) zonder God te kunnen stellen .:Het oordeel stond te komen en dat oordeel heette: de zondvloed!
Vergeet niet dat Henoch nog leefde 70 jaar voor zijn kleinzoon Lamech werd geboren; en Lamech verzuchtte b.iJde geboorte van zijn zoon Noach: "hlJ zal ons vertroosting brengen bij ons zwoegen op een vervloekte aarde". De vromen waren schaars in die dagen (Ps.10) en wij, die vertrouwd zijn met oorlogen, revoluties, geweld, onrecht en corruptie, moeten bedenken dat de t?,estand voor de rechtvaardigen onmogelijk was geworden. Het was. in het voorspel van de zondvloed.
Hoe de toestand dan we"!was? Genesis (6) geeft ons enige raadselachtige informatie over vermenging van gevallen engelen met dochters der mensen. En waar dit schriftgedeelte voor de meeste theologen onverteerbaar is gebleken, kan het goed zijn, van een ooggetuigenverslag kennis te nemen.
Ooggetuigenverslag? Jazeker, want Henoch wandelde niet alleen met God, werd niet alleen wonderbaarlijk over de dood heen getild - maar liet ook een boek na: het boek Henoch. Judas verwees er naar, Jesaja citeerde eruit, het boek was in Jezus' dagen gemeenschappelijk bezit, en sedert een eeuw is het boek van Henoch de Schrijver beschikbaar voor wie het lezen wil. Daarover een volgend maal?