Meer studie over vrouw in diakenambt nodig

1988-09-09
  • Jaargang 32
  • nummer 33
De Landelijke Vergadering besluit een commissie te benoemen met de opdracht een volgende Landelijke Vergadering van advies te dienen over de vraag of het Schriftuurlijk en kerkelijk verantwoord is zusters van de gemeente te roepen tot het diakenambt; (...) en deze beslissing mee te delen aan de Nederlands Gereformeerde Kerken van Amsterdam-Centrum en Eindhoven".
Dit besluit werd afgelopen zaterdag op' de vijfde zitting van de Landelijke Vergadering in Dronten genomen. Andere onderwerpen op de agenda waren: contacten met de Hoge Overheid, studieschuld jonge predikanten en het landelijk deputaatschap voor hulpbehoevende kerken.
Voorafgaand aan de besluitvorming over de openstelling van het diakenambt voor de zusters der gemeente, gaf praeses J. C: Schaeffer het nader uitgewerkte voorstel van ds W. Smouter in bespreking. De afgevaardigden hadden dit voorstel de vorige zitting van de Landelijke Vergadering uitgereikt gekregen, maar er was toen geen gelegenheid gegeven om het voorstel nader te bespreken. De voorstellen van de regio Kampen en de regio Noord-Nederland konden alleen geamendemeerd worden, omdat deze voorstellen al eerder besproken waren.

Artikel 30 NGB
Ds W. Smouter kreeg eerst de gelegenheid zijn' voorstel toe te lichten. "De krantekoppen van een vorige zitting, die over dit onderwerp ging, stelden toen: "vrouwelijke diakerien verdelen Nederlands Gereformeerde Kerken", ik hoop dat na afloop .van deze zitting in de krant zal staan: "Gods Woord verenigt Nederlands Gereformeerde Kerken".
"Smouter stelde dat als men de schriftstudie goed gedaan heeft, men wel tot, de conclusie moet komen, die hij ook in zijn voorstel getrokken heeft, nl. "dat de ruimte die de Schrift ons biedt benut mag worden om van de aan de zusters geschonken gaven gebruik te maken in geordende diensten"."
Ds P. Kurpershoek betoogde dat de regio Noord-Nederland het voorstel Smouter niet wilde aanvaarden, omdat de door ds W. Smouter gegeven schriftuurlijke argumenten niet door deze regio ondersteund kunnen worden en om de consequenties van het door ds W. Smouter gelanceerde voorstel voor het kerkverband.
Ds W. Bax vond dat "wanneer wij dit voorstel aanvaarden dat in strijd is met ártikel 30 uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
Waarin staat: "Wij geloven, dat deze ware kerk geregeerd moet worden naar de geestelijke politie, die ons onze Here heeft geleerd in Zijn Woord; namelijk dat er dienaars of herders moeten zijn om Gods Woord te prediken en de sacramenten te bedienen; dat er ook opzichters en diakenen zijn, om met de herders te zijn als de Raad der Kerk". Als dit voorstel aanvaardt wordt moeten wij ook artikel 30 bespreken en aanpassen", aldus Bax.
Ds W. Smouter reageerde op de woorden van ds W. Bax: "De Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Kerkorde zijn altijd al met elkaar in spanning geweest. Ook de Gereformeerd vrijgemaakten vinden dat daar geen belijdenisvraag van gemaakt moet worden. Wij hebben 400 jaar met die spanning geleefd, een paar jaar meer kan er nu ook nog wel bij".
Over het voorstel van de regio Kampen stelde ds W. Smouter dat het ten opzichte van de kerken niet eerlijk is om weer een nieuwe commissie in te stellen "alsof wij er nog niet uit zijn of het schriftuurlijk verantwoord is zusters van de gemeente tot het diakenambt te roepen".

Voorstel Kampen
Na de bespreking van het voorstel Smouter werden de amendementen geïnventariseerd.
Hierna werden de voorstellen van de regio Noord-Nederland, de regio Kampen en ds W. Smouter in stemming genomen.
Er waren 46 stemgerechtigde afgevaardigden aanwezig. Het voorstel van de regio Noord-Nederland werd met 9 stemmen voor, 32 tegen en 5 onthoudingen verworpen. Ds Smouter's voorstel werd met 11stemmen voor, 29 tegen en 6 onthoudingen verworpen.
Het voorstel van de regio Kampen werd aanvaard met 29 stemmen voor 8 tegen en 9 onthoudingen. ' .
In dit voorstel staat onder andere: De Landelijke Vergadering constateert dat de bespreking ter vergadering ook op deze Landelijke Vergadering niet tot een duidelijke overeenstemming leidde over wat de Schrift ons over deze zaak leert.
De Landelijke Vergadering overweegt ten aanzien van het rapport dat, bij al het goede dat het rapport biedt, de basis in het rapport te smal en te onzeker is om de stellige conclusies te kunnen rechtvaardigen.
Zij overweegt ten aanzien van een te nemen besluit dat het de plicht is van de Landelijke Vergadering de vrede in de kerken te bewaren en te bevorderen.
Zij spreekt uit dat de vrijheid van de plaatselijke gemeente niet zover gaat dat bij onzekerheid ten aanzien van de Schriftuurlijke fundering van een bepaalde zaak, een gemeente altijd vrij is zij neigen mening te volgen, ongeacht de consequenties voor de band met de zusterkerken.
De Landelijke Vergadering besluit: een commissie te benoemen met de opdracht een volgende Landelijke Vergadering van advies te dienen over de vraag wat de positie en de verantwoordelijkheid van de vrouw mag zijn. En een advies te geven over de vraag of het Schriftuurlijk en kerkelijk verantwoord is zusters van de gemeente te roepen tot het diakenambt; daarbij aandacht gevende aan zaken die onlosmakelijk met deze vraag verbonden zijn, als:

- de wijze van argumenteren vanuit de Schrift;
- de verhouding man-vrouw in het algemeen en binnen de gemeente;
- het karakter en de onderlinge verhoudingen van de ambten;
- de rechtmatigheid van een beroep op de christelijke vrijheid in dezen;

daarbij lettend op wat in andere gereformeerde kerken in binnen- en buitenland over deze zaak gepubliceerd is; haar rapport ter beschikking te stellen aan de plaatselijke kerken, opdat meerderen zich erover kunnen buigen en een brede discussie wordt gestimuleerd' reacties vanuit de plaatselijke kerken te vragen en te verzamelen en te betrekken bij een eindrapport, dat niet persé al op de volgende Landelijke Vergadering beschikbaar hoeft te zijn; deze beslissing mee te delen aan de Nederlands Gereformeerde Kerken van Amsterdam-Centrum en Eindhoven.

Literatuurfonds
De commissie honorering predikanten en studieschuld afgestudeerden heeft een onderzoek gedaan naar de studieschulden van de afgestudeerde predikanten.
De commissie moest hierbij tot de conclusie komen dat ondanks de verschillende individuele gevallen, er een ding duidelijk uit het onderzoek naar voren is gekomen: de boekenschuld speelt bij de totale schuld een zeer grote rol. "De commissie wil dan ook niet aan de individuele gevallen iets doen, maar een structurele oplossing voor de toekomst bieden", aldus br. M. A. van Helden. Het voorstel van de commissie is dan ook om een lateratuurfonds in te stellen ten behoeve van de studenten en predikanten. Het rapport van de commissie kreeg een algemene lof toegezwaaid, maar toch vroegen diverse afgevaardigden hoe je zo'n fonds juridisch en fiscaal in goede banen kunt leiden, zodat het niet ten goede komt aan de overheid. Verder vroegen zij zich ook nog af of je de algemene regeling wel moet scheiden van de regeling voor de schrijnende gevallen.
Het moderamen kon het commissievoorstel nog niet in stemming geven, omdat er een paar vitale recente gegevens ontbraken, omdat het rapport al anderhalf jaar geleden opgesteld is.
Het voorstel van de Nederlands Gereformeerde Kerk van Rotterdam-Overschie om een landelijk deputaatschap voor hulpbehoevende kerken in te stellen waarbij individuele kerken - met een gunstig advies van hun regio of regionale deputaten - om steun kunnen aankloppen, werd door de Landelijke Vergadering met een grote meerderheid van stemmen aangenomen. Het moderamen hield echter wel de mogelijkheid open om op de laatste zitting nog enige wijzigingen en aanvullingen in te bouwen.
Ook werd het rapport van de commissie voor contacten met de Hoge Overheid besproken en een voorstel daarover aangenomen.

De volgende Landelijke Vergadering is D.V. 1 oktober. Aan de orde zijn dan in ieder geval: gezangen, Theologische Studie Begeleiding en radio/tv-aangelegenheden.
De vergadering zal dan om half tien beginnen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief