Evangelisch - Reformatorisch (3)
1988-09-16
Algemene verzoening- Jaargang 32
- nummer 34
Aan de evangelischen wordt ook vaak verweten, dat zij een algemene verzoening leren. Zij prediken aan ieder mens, dat God om Christus wil hun hun zonden heeft vergeven. Dat roept bij ons nogal eens kritiek op.
Is de gedachte, dat Christus voor alle mensen verzoening heeft gebracht niet in strijd met de Dordtsche Leerregels, waarin wij belijden dat God aan sommigen het geloof schenkt en aan anderen niet?
Inderdaad zijn veel evangelischen niet vrij van arminianisme, maar wij mogen hen niet allemaal over een kam scheren.
Bijveel reformatorischen is de weg naar Jezus ook wel erg lang geworden. Eerst de wedergeboorte, dan het geloof en de rechtvaardiging. Men legt soms erg veel nadruk op de toeleidende weg. Er moet veel gebeurd zijn, zo zegt men, voordat men zich met vrijmoedigheid een kind van God mag noemen. Daarom ontbreekt het bij velen aan geloofszekerheid en geloofsblijheid.
Het gevolg is dat vooral veel jongeren zich aangetrokken voelen tot het evangelisch geloofstype. Zij kennen geen lange weg naar Jezus, omdat zij het accent leggen op bekering en geloof als daad van "Jezus aannemen". Sterk wordt hier de nadruk gelegd op persoonlijke bekering en geloof. Men roept op voor Jezus te kiezen en zijn hart aan Jezus te geven.
Deze nadruk op de wilsbeslissing van de mens geeft de indruk, dat de mens een vrije wil heeft om voor Jezus te kiezen.
Het kan ook gemakkelijk leiden tot een oppervlakkig geloven.
Hier wordt gemist het werk van de Heilige Geest in het brengen van de zondaar tot Jezus. Wij zijn er niet op aangelegd voor de Here te kiezen. Wij hebben tegen Hem en voor de zonde gekozen.
Door Gods Geest komen wij tot verootmoediging, belijdenis van schuld.
Wij kunnen onze toevlucht niet tot Jezus nemen.
Opvallend is ook het plotselinge van de geloofsbeslissing. Je bent zo maar een wedergeboren mens. Dat kan de Here wel, maar het is niet de gewone weg.
Ik geloof, dat op dit punt reformatorischen en evangelischen wel wat van elkaar kunnen leren. Beide aspecten, die van het uitverkoren worden door God en die van je eigen keus moeten we in het oog houden.
Het gaat verkeerd, wanneer we beide tegenover elkaar uitspelen en eenzijdig voor de ene of de andere lijn kiezen. Het is niet fout om te zeggen: "ik kies voorJezus", mits men niet vergeet, dat Hij al lang
naar mij gezochten voor mij gekozen heeft.
Missionaire opdracht
Door de evangelischen wordt grote nadruk gelegd op de missionaire opdracht als roeping van de gelovigen.
Evangelisatie en zending is voor ons de grote uitdaging. Wij hebben de dure roeping Christus en zijn heil aan alle mensen te verkondigen en alle volken tot zijn volgelingen te maken. In dat opzicht kunnen veel evangelischen ons ten voorbeeld zijn.
Het is wel waar, dat christenen ook een sociale verantwoordelijkheid in deze wereld hebben, maar de spits moet gericht zijn op de redding van de mensen uit de eigenlijke nood, de vervreemding van God, die de oorzaak van alle andere noden is.
De evangelischen hebben zich dan ook als eersten op de massa-media geworpen als middel voor de verspreiding van het Evangelie. Veel zendingswerk wordt met name gedaan door radiouitzendingen, de zich richten op Oost-
Europa, China en vele landen in Afrika en Azië.
Evangelischen zijn ook begonnen zendelingen, afkomstig uit de derde wereld te sturen naar andere landen in de derde wereld.
Gelukkig zijn er in de laatste tijd ook meer reformatorische initiatieven te melden. Ik denk met name aan "de Middle East Reformed Fellowship (MERF), waar o.a. de ook in Nederland bekende dr J. S. Hielema aan meewerkt.
Toch wordt over het algemeen van reformatorische zijde onvoldoende gebruik gemaakt van de enorme mogelijkheden, die er zijn.
Leeft ook het zendingswerk dat vanuit de Ned. Geref. kerken gebeurt voldoende bij alle kerkleden?
De zendingsijver die er bij veel evangelischen is, moet ons ook' tot jaloersheid wekken.
Missen wij ook vaak niet de vrijmoedigheid om van het heil in Christus te getuigen?
Kerk en gemeente
Door de evangelischen wordt de autonomie van de plaatselijke gemeente benadrukt.
Eigenlijk is die gemeente (van louter wedergeborenen) voor hen het een en al. Van synodes wil men niets weten. Men heeft geen uniforme geloofsbelijdenis, geen gelijke regels over lidmaatschap, tucht en financiële structuur.
Vaak heeft men ook minachting voor de ambten. Tereçht wees prof. Graafland. er laatst op, dat Calvijn ook maar twee gestalten van de kerk kende, de plaatselijke kerk, de vergadering rondom Woord en sacrament en de universele kerk van alle plaatsen en tijden. Wanneer echter de Geest door het Woord werkt, aldus Graafland en mensen tot geloof komen en onder leiding van, die Geest een gemeente vormen, gaat de hing zich verwijden .. De gemeente gaat gemeenschap zoeken met heel Gods kerk. Dan komen er structuren bij. We moeten echter niet vergeten, dat deze van secundair karakter blijven, vergeleken bij het primaire Woordgebeuren in de gemeente. Wanneer men te veel nadruk legt op het algemeen kerkelijke is dat niet origineel reformatorisch.
Helaas blijkt telkens weer in de geschiedenis de hang naar een gezag boven de plaatselijke kerk.
In de Afscheiding en de Doleantie heeft men getracht zich daaraan te ontworstelen.
Helaas won de kerkelijke hiërarchie het toch weer. In 1944 was er terecht verzet tegen de synodale heerschappij.
Maar ook de vrijgemaakte kérken vervielen weer tot synodaal machtsmisbruik, getuige de daden die de synode zich in 1967 permitteerden.
Daarbij werden, zoals gebruikelijk bij synodes, verscheiden bepalingen van de 'Dordtsche Kerkorde met voeten getreden.
In de Nederlands Gereformeerde kerken is men weer met nieuwe moed begonnen met te betogen, dat de plaatselijke kerk primair is. Enkele kerken waren zo bang voor synodale hiërarchie, dat ze het kerkelijk akkoord niet durfden te ondertekenen. Jammer, maar begrijpelijk.
Om het mogelijk te maken dat deze kerken toch bij ons bleven is aan het kerkelijk akkoord een inleiding,' toegevoegd, waarin staat, dat het al dan niet aanvaarden van het kerkelijk akkoord geen breuk of verwijdering mag betekenen tussen gemeenten, die één zijn in geloof en belijden. Helaas zijn er ook nu in onze kerken stemmen opgegaan om die inleiding in te trekken. Laten wij er voor oppassen te veel nadruk op het kerkverband te leggen. Meestal gaat dat gepaard met te grote nadruk op het bijzonder ambt enmet verwaarlozing van het priesterschap van alle gelovigen.
Doop en Verbond
De grote nadruk, die evangelischen leggen op de persoonlijke bekering en de persoonlijke geloofsbeslissing heeft ook tot gevolg, dat men geen juist zicht heeft op het verbond der genade op grond waarvan de kinderdoop mag plaatsvinden.
Men ziet niet, dat de doop een zegel van Gods trouw is. Bij evangelischen vindt dan ook vaak herdoop plaats.
Ben je eenmaal wedergeboren christen dan is het ook klaar. Je hebt gekozen voor Jezus en kunt nu op eigen kracht beginnen aan de heiliging van je leven.
Van aanvechtingen, die een christen daarna treffen wil men meestal niet weten. Ds H. Veldhuizen schrijft in "Sekten en Stromingen" dan ook. "Opvallend is, dat ook onder ons kan voorkomen, dat men ellende, verlossing, dankbaarheid 'achter elkaar ziet liggen als achtereenvolgende fasen in iemands leven, zij het dat onder ons (ik zeg het eerlijk) de klemtoon kan liggen op het stuk der ellende, terwijl deze in de vrije groepen ligt op het stuk der dankbaarheid. Terwijl het veeleer zo is, dat die drie stukken door elkaar liggen, en van dag tot dag nodig is de dagelijkse vernieuwing en reiniging door het bloed van Christus.
Er zijn wel meer verschillen tussen evangelischen en reformatorischen aan te wijzen. Mijn hoofddoel was echter te laten zien, dat we veel van elkaar kunnen leren. Misschien kunnen de evangelischen de reformatorischen de ogen openen voor hun tekorten en omgekeerd.
Laten wij proberen in trouw aan het Woord van God evangelisch-reformatorisch, dat is echt gereformeerd te zijn.