Een pleidooi voor de rechtsstaat (1)

1988-09-16
  • Jaargang 32
  • nummer 34
Uitg. J. N. Voorhoeve, Den Haag 1982, 155 blz., oorspronkelijke prijs 119,50. ISBN 90-297-0718-6

Van opgemeld boekje heb ik in de "Bijbel-in" te Haarlem een exemplaar van de definitieve ondergang weten te redden door het voor enkele luttele guldens te kopen. Het rendement van deze investering is voor mij zeer hoog, wel vele honderden procenten.
Aalders geeft in dit boekje Luther's opvattingen weer over het boek Prediker, dat volgens de reformator een troostboek over de geschiedenis en over de staat is. Het is volgens Luther tevens een opvoedkundig boek. Luther's commentaar op Salomo's Prediker wordt één van de minst bekende geschriften van hem genoemd, maar volgens de Lutherkenner Heinrich Bornkamm is het ook het meest eigenaardige en diepzinnige boek, ooit door de reformator geschreven. Het boekje van Aalders wil een belangrijke en sterk omstreden aspect yan zijn theologie belichten, namelijk zijn Twee-Rijken-Ieer (het rijk onder de zon en het rijk boven de zon). Met deze leer, die een centrale plaats in zijn theologie innam komt de aktualiteit en relevantie van Luther ook in de huidige politieke situatie naar voren. Luther heeft ons volgens Aalders ook nu nog wezenlijke dingen te zeggen over de verhouding kerk en staat, een nog immer aktueel onderwerp.
De angst is een specifiek westers verschijnsel.
och Azië, noch Afrika kennen het in die mate. Dat hangt samen met het feit, dat alleen het Westen de geschiedenis-dynamiek bezit. En geschiedenis is de uittocht uit de natuur, uit de vaste orde naar een eigen toekomst-ontwerp. Geschiedenis is de greep naar kennis en macht; is leven uit het beginsel van de vrije wil en daarom een bevrijdingsbeweging. Men spreekt dan ook wel over de geschiedenis als het avontuur van de westerse mens (Denis de Rougemont), aldus Aalders.
' Met name gedurende de 'laatste anderhalve eeuw heeft zich onderinvloed van de bloei van de natuurwetenschap en de opkomst van de techniek en industrie de geschiedenis-dynamiek in de westerse wereld verhevigd. Als een stormwind gaat zij over Europa. Niets laat zij onberoerd, alles brengt zij in een stroomversnelling.
Waren voorheen kerk en staat, huwelijk en gezin, noch min of meer oases van veiligheid en geborgenheid, thans is ook daar alles opgenomen in een proces van verandering en herwaardering.
Drie figuren zijn te noemen in wie de verhevigde geschiedenisdynamiek het duidelijkst zichtbaar is geworden: Karl Marx, Ernst Bloch en Herbert Marcuse.
Alle drie zijn ideologische denkers; dat wil zeggen dat zij leven en schrijven vanuit een gefantaseerd toekomstbeeld, dat half wetenschappelijk, half religieus is. Zij spreken wel over heil, maar dat wordt niet meer gezocht in God en de eeuwigheid, maar in de zichtbare, stoffelijke wereld als enige, laatste werkelijkheid, wier ontwikkelingsmogelijkheden dank zij wetenschap en techniek onbegrensd worden geacht. Wat zij nastreven, is een radikale verandering, een wereldrevolutie.

Het is duidelijk, dat de keerzijde van deze verhevigde geschiedenis-dynamiek een verhevigde angst is. Die angst komt voort uit het onmenselijke karakter van de geschiedenis. Geschiedenis is daarom onmenselijk, omdat zij haar rechtvaardiging heeft in de toekomst, in de voleinding, in het heil aan het einde van de geschiedenis. Alle strijd en leed, dat doorstaan moet worden, dient en bespoedigt de toekomstige verlossing.
Elke generatie en elk individu heeft op zichzelf geen waarde. Zij zijn slechts bouwstof voor de toekomst.
Ziedaar de diepste oorzaak van de angst als begeleidingsverschijnsel van de geschiedenis.
Van de geschiedenis-dynamiek en van die angst als vhaar begeleidingsverschijnsel is de Bijbel doordrenkt. De Bijbel begint met de catastrofe van de zondeval en eindigt met de catastrofe van het wereld in de. Er wordt verteld van de geweldenaar Nimrod, van de torenbouw van Babel, van de Egyptische slavernij, van veroveringsoorlogen en van verdedigingsoorlogen, van ballingschap en terugkeer en nieuwe onderwerping.
Het is als het ware één klaagzang over het schrikbewind der geschiedenis.
Een klaagzang, die misschien het diepste en droevigste tot uitdrukking komt in het melancholieke boek Prediker.
Hoe wordt de mens in de we reldgeschiedenis ontluisterd en vermalen!
Maar over die weemoedige klaagzarig heen klinkt steeds luider en nadrukkelijker een troostlied. "Het volk, dat in duisternis gezeten is, heeft een groot licht gezien, en hun die gezeten zijn in het land en de schaduw des doods,voor hen is een licht opgegaan" (Jesaja 8:23;9:1).
Op grond van die ervaring is de joodschristelijke godsdienst geworden tot de godsdienst van de westerse mens, en de Bijbel tot het troostboek voor allen, die dreigen te bezwijken onder de schuld en de angst van de geschiedenis-dynamiek.
Dàt is wat de man Luther in de 16e eeuw heeft ontdekt en waar hij in zijn geschriften getuigenis van aflegt, aldus (nog steeds) Aalders.
Uit dit alles blijkt dat Luther, al leefde hij bijna vijf eeuwen vóór onze tijd, niet zo onbereikbaar ver van ons afstaat als velen menen. Vooronderstelling van een herkenning is slechts of men deel heeft aan de angst van het Westen.
Slechts wie door de dynamiek van de geschiedenis is aangeraakt en iets van haar bitterheden en benauwenissen heeft geproefd zal met Albrecht Dürer hem gaan zien als "de christelijke man, die ons uit grote angsten redt".

Gaarne geef ik in enkele artikeltjes in het kort weer wat Aalders naar voren haalt van Luther's opvattingen over de geschiedenis, de samenleving, de staat; kortom over het leven "onder de zon".
In het boek Prediker wil volgens Luther God ons mededelen, dat staat en samenleving scheppingswonderen zijn evenals huwelijk, gezin, kerk, school.
Laatstgenoemde scheppingswonderen stijgen (ook) bij Luther wel uit boven staat en samenleving, maar ook staat en samenleving hebben volgens hem een heilig karakter; omdat zij evenals de zon Gods majesteit en wijsheid weer- .
spiegelen. Luther zocht in zijn situatie in 1525 (de boerenopstand (volgens Luther waren de eisen van de boeren rechtvaardig), waarbij in Duitsland zeer veel slachtoffers zijn gevallen) raad en troost bij de vrome en wijze Salomo.
Salomo is volgens hem een leraar in de politiek.
Over de (zin van de) geschiedenis is in de loop der eeuwen zeer veel geschreven.
Luther had daarover reeds in 1525 een "allerchristelijkste" opvatting, die ook voor vandaag nog waardevol is.
Het begrip "ijdelheid", dat een centrale plaats in het boek Prediker inneemt, betekent volgens Luther oàze ' boze neigingen en hartstochten en niet der schepping zelf. De-troost,' die Prediker biedt zit volgens hem) de betrekking ,van God tot' de geschiedenis, als het rijk der ijdelheid, het rijk ,,onder de zon". Mens en wereld 'zijn geen souvereine machten (met een vrije wil) maar blijven afhankelijk van en onderworpen aan, de schepper, hoe driest en aanmatigend zij zich ook gedragen. Hun territoir is begrensd en strekt zich slechts uit ,,onder de zon"; hun regiment speelt zich af bij de gratie en in afhankelijkheid van het rijk "boven de zon". In de zon als het oersacrament van de schepping openbaart God zich als de rusteloos werkende.
De zon is een tekén dat heenwijst naar de Schepper zelf'. De geschiedenis leert ons, aldus Luther, waar de vrijheidswaan van de mens op uitloopt wanneer, de mens denkt een vrije wil te hebben en denkt de .wereld naar zijn hand te kunnen zetten. .
Filosoferen over de (zin van de) geschiedenis is nog immer aktueel. Twee boeken staan op dit moment in de belangstelling: 1. "De eerste en tweede geschiedenis. Nagelaten geschriften van prof. Meyer C. Smit" (VU Amsterdam), een uitgave van uitgeverij Buijten en Schipperheijn in samenwerking met de Stichting voor Reformatorische Wijsbegeerte (Amsterdam 1987),239 blz. Prijs f37,50. 2. Allerd Stikker, "Tao, Teilhard (de Chardin) en Westers denken", uitgeverij Bos, Amsterdam 1987, 3e druk, 181 blz. Prijs f29,90.
In eerstgenoemd boek wordt ook geworsteld met de (zin van de) geschiedenis vanuit bijbels perspectief. Allerd Stikker hangt evenals Teilhard de Chardin (overleden in 1955) een soort progressieve evolutieleer aan, die de laatste tijd grote opgang heeft gemaakt.
Beslissend uitgangspunt is hier, dat de zin van de geschiedenis in de geschiedenis is, van de geschiedenis is, aan de geschiedenis ontspringt.
Luther en Meyer C. Smit evenwel gaan er vanuit, dat de zin van de geschiedenis alleen bepaald kan worden vanuit het rijk "boven de zon". Vooral in tijden van grote nood en veel lijden biedt dat troost. Beide auteurs trachten daaraan nadere inhoud te geven.

Een belangrijke bijzonderheid van Luther's bijbeluitleg was de nadruk die hij legde op het historisch aspect van elke tekst. De kerkelijke exegese in zijn dagen ging er vanuit, dat in de Schrift tijdloze, algemene, geestelijke waarheden besloten liggen als noten in een harde dop. Over die waarheden gaat het; de historische inkleding is volgens deze exegese te verwaarlozen.
Luther echter stelde, dat het historisch aspect van een tekst niet te scheiden is van de geestelijke betekenis ervan. Het is immers in de geschiedenis, dat God Zich openbaart.
Een a-historische levensinstelling betekent daarom meestal ook een areligieuze levensinstelling.
Luther herkende in de geschiedenis van Israël, in de gerichtsaankondigingen van de profeten, in het morren, klagen en zuchten van de psalmdichters zijn eigen situatie en de stemmen, die oprezen uit zijn eigen hart en uit dat van zijn tijdgenoten. Luther heeft de opstand van de boeren tegen de vorsten in Duitsland in het rampjaar 1525 meegemaakt, die door deze vorsten meedogenloos is onderdrukt, hetgeen aan zeer veel mensen het leven heeft gekost. Het was rond 1525 politiek een chaos in Duitsland. Hoewel Luther de eisen van de boeren rechtvaardig vond, heeft hij de boerenopstand veroordeeld, hetgeen hem veel vrienden heeft doen verliezen.
.Bij 'de boeren wekte Luther's houding grote verbittering. Luther's commentaar op het boek Prediker kreeg na het rampjaar 1525 definitieve vorm en dat had te maken met de' boerenopstand.
Deze opstand heeft namelijk grote invloed gehad op zijn visie op genoemd bijbelboek en op de (zin van de) geschiedenis.
In die dagen deden radicale reformatorische christenen, zoals Thomas Müntzer en Andrèas Karlstadt van . zich spreken, die uit het Evangelie allerlei politieke en sociale gedragsregels afleidden en die met geweld de Bergrede wilden toepassen de zogenaamde Twaalf Artikelen proclameerden de boeren onder leiding van genoemde radicale christenen hun eisen als evangelische rechten, die men met alle middelen (ook met geweld) gerealiseerd wilden zien. Men stond (dacht men) aan de vooravond van het Godsrijk; men beriep zich daarvoor op teksten uit Joël, uit Openbaringen en uit Jezus' rede over de laatste dingen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief