Pastorale Notities
1988-09-23
Maar wij rijken ...- Jaargang 32
- nummer 35
(Bij de nood in Bangla-Desh) (Over laatsten, die eersten worden) Paulus zegt in 2 Kor. 8 : 2 en 3, dat de "rijkdom van mildheid"
van de Macedonische christenen bevorderd , werd door 1) hun overvloedige blijdschap en 2) door hun "diepe armoede".
Dat van die blijdschap begreep ik wel. Maar ik vroeg me af hoe kan "diepe armoede" nu stimulans zijn voor een overvloedige collecte?
Michael Green heeft me gauw uit de droom' geholpen in zijn kleine boekje "De groeten uit Korinthe".
Hij vertelt dat hij nergens grotere mildheid vond dan in de sloppenwijken van de grote Zuid Amerikaanse steden.
Daar wordt alles gedeeld.
Mensen die zelf armoe kennen zijn barmhartig.
Zij weten wat het is.
En wat de combinatie van armoe en blijdschap betreft komt hij dan met een boeiend verhaal dat alles duidelijk maakt: Een rijke Amerikaanse was op sightseing tour door Zuid Afrika en stapte binnen in een armelijk Bantu-kerkje . om daar de dienst mee te maken. De zwarte gemeente zong en was blij. Na de preek werd een collecte gehouden voor de bouw van nog' zo 'n kerkje een tiental kilometers verder op. De zwarten zongen en zongen en waren blij.
Toen riep er één: Laten we nu nog collecteren voor de mensen die geen schoenen hebben!
Zo gezegd zo gedaan. Er werd gecollecteerd voor de mensen die geen schoenen hadden.
Toen die rondgang was gehouden riep er één: "Laten we nu nog collecteren voor de benzine van de zuster uit Amerika, die zo lief was om onze kerkdienst mee te maken ", En ook dat gebeurde. Terwijl het rood de wangen van onze rijke Amerikaanse zuster kleurde, gaven die arme drommels hun laatste cent voor haar benzine.
En ze zongen en ze zongen en ze waren me toch blij!
Die dame vertelde later dat dit 't begin was geworden van haar financiële bekering (tegelijk een totale, zoals dat gaat).
Als je een verhaal als dit leest, is elk probleem met 2 Kor. 8:3 opgelost.
Natuurlijk, ze waren straatarm daar, maar juist daardoor konden ze zich zo diep invoelen in de nood van de arme moedergemeente van Jeruzalem waaraan ze zoveel te danken hadden.
Blije gevers zijn goeie gevers!
En armoe maakt mild.
Maar wij rijken, ach wij blijkèn hard en onverstoord.
Open onze oren, Heer, opdat we horen 't roepen aan de poort.
(Lied 350).