Boekbespreking
1987-08-21
Eben-Haëzer - Jaargang 31
- nummer 31
in de geestelijke strijd.
"We beseffen niet half hoe groot die verlossing des HEREN (nl. in Afscheiding en Doleantie) is geweest. Hoe groot die zegen is, dat in het kerkelijk leven weer gevraagd wordt naar 's Heeren ordinantiën voor de kerk" - een citaat uit de jongste brochure van" Gereformeerd Schoolblad". Deze bevat een overdruk van 3 artikelen van de heer A. Janse, resp. uit 1930, 1928 en 1937.
In het eerste laat hij zien hoe "Eben-Haëzer" - tot hiertoe heeft de HERE ons geholpen - een getuigenis is van Gods hulp, waardoor Israëls vijanden, de Filistijnen, verslagen waren (1 Sam. 7:12). Van daaruit tekent hij hoe in de geschiedenis van de christelijke kerk steeds weer diezelfde vijandschap het werk Gods heeft belaagd: de "geest der eeuw" met zijn verleidingen tot wereldgezindheid of tot een godsdienstigheid, die van de HERE afleidt. Fel was die strijd, bijv. in de reformatietijd 17e eeuw. Luther en Calvijn ondervonden dat en onze vaderen, die vervolgd werden en soms de brandstapel vóór zich zagen. Wederdopers, humanisten, roomse kerkvorsten, allen vielen de gemeente Gods aan. Maar de HERE waakte over haar en gaf uitkomsten. Telkens opnieuw - en dat is de betekenis van de kerkgeschiedenis - kunnen we Zijn werk opmerken en met een "Eben-Haëzer" getuigen van zijn redding.
Zó was dat ook toen de generatie van 1930 dit artikel las. Een waarschuwing tegen het Barthianisme en de ook in onze kringen opkomende schriftkritiek, tegen wereldgelijkvormigheid, tegen wetenschapsverheerlijking. De jongeren konden zich toen in hun jongelings- en meisjesverenigingen wapenen tegen de vijanden door schriftonderzoek en studie van de geschiedenis.
Ook voor vandaag is dit artikel heel aktueel en het is te prijzen dat het, samen met twee gelijksoortige, opnieuw uitgegeven is. De aanvallen van de vijanden nemen toe in omvang en intensiteit.
Merken we nog op hoe velen "geloofsbeleving" zoeken buiten de gemeenschap van de kerk? Hoe anderen onder de klem van Gods goede geboden trachten uit te komen en eigen normen daarvoor in de plaats stellen? Hoe godsdienstig enthousiasme de echte "vreze des HEREN" tracht te verdringen?
Onderkennen we die vijanden en kunnen wij, kunnen onze jongeren, wapens vinden om ze tegen te staan? Deze brochure kan daarbij goede diensten bewijzen.
Een duidelijk gemis, althans voorde hedendaagse generatie, is m.i. dat voor hen de brug tussen brochure-inhoud en tegenwoordige tijd moeilijk te vinden is. De artikelen hebben namelijk duidelijk relatie met de situatie in de Gereformeerde kerken, zo rond 1920/1930. En die is sterk veranderd. De toen gesloten, ietwat "beschermde gereformeerde levenskring is sindsdien opengegooid.
De afval heeft op onvoorstelbare ma nier om zich heen gegrepen. Velen hebben de kerk de rug toegekeerd, zijn helemaal vervreemd van Gods Woord. En dan is het gevaar dat de binding tussen brochure-inhoud en vandaag niet duidelijk gezien wordt. Dan zal bijv. het derde artikel uit deze brochure alleen maar als een tekening-van-het-verleden gelezen worden.
In dat stuk gaat het nl. over de stichting en ontwikkeling van de Vrije Universiteit, die een werkplaats zou zijn van waaruit de strijd met de ongelovige wetenschap gesteund zou worden. De HERE gaf deze inrichting in Zijn gunst, gaf mannen die Hem daar konden dienen, gaf studenten aan wie de weg in het wetenschappelijk werken gewezen werd.
Dat was 50 jaar geleden nog zichtbaar en kon toen met een "Eben-Haëzer" dankbaar ontvangen worden.
Maar nu? Hoewel we niet over het hoofd mogen zien dat daar nog broeders in deze zin werken, vertoont de universiteit als geheel niet meer het beeld van hoe je op christelijke wijze wetenschappelijk bezig kunt zijn. Integendeel, werk en opleiding aan deze universiteit verschillen praktisch niet met die van de openbare universiteiten. De vijand dringt hoe langer hoe meer op en het "Eben-Haëzer" is vrijwel verdrongen.
We moeten dat opmerken. Het behoort ook onze jongeren aangewezen te worden, lijkt me. Wánt wat weten ze van de betekenis van Afscheiding en Doleantie, van de ontwikkelingen van de laatste 50, 60 jaar, gemeten naar schriftuurlijke normen? Waar is de vijand bezig en hoe hem te onderkennen? Behalve voor huisvaders een grote taak voor onze predikanten en onderwijzers.
Daarvan zou m.i. ook iets in dit boekje aangeduid hebben moeten zijn; het zou de waarde ervan en de hanteerbaarheid in bredere kring vergroot hebben. Tenslotte: het boekje is verkrijgbaar door overmaken van f 5,05 op giro 80.00.93 van de Rabobank te Heino, t.g.v. rekening nr. 32.71.50.602 t.n.v. J.L. Struik. Doelmatiger is echter f I2,- over te schrijven en daarmee een abonnement op de hele jaargang te nemen, 4 brochures.
"Geen twee of drie kerken ",
brochure van J. C. van Rietschoten (72 blz.).
Met deze brochure in handen zijn we te gast in de kring van de vrijgemaakte kerken.
Daar blijkt al vele jaren een discussie gaande te zijn over "het adres van de kerk": zijn er in één plaats één of méér ware kerken? De lezer proeft direkt dat hier artikel 29 van de Ned. Geloofsbelijdenis aan bod komt.
Prof. Douma (Kampen) heeft geschreven dat "onze confessie onderscheidt de ware en de valse kerk", "maar ze zegt nergens, dat er in één plaats slechts één adres van de kerk is".
Dit nu valt de schrijver van het boekje heftig aan; hij deed dit reeds eerder in "De Reformatie", maar kreeg voor zijn betogen kennelijk onvoldoende plaatsruimte, zodat hij in genoemde brochure breed op deze zaken ingaat. Een tweede (uitgebreide) druk verscheen daarvan; Als ik de schrijver goed versta, gaat het hem niet in de eerste plaats om het "één plaats, één ware kerk"; hij legt veel meer de vinger bij het z.i. onterechte beroep dat prof. Douma deed op uitlatingen van prof. Schilder, op een onjuist citeren uit Calvijns Institutie en op wat anderen in de loop van de tijd terzake hebben beweerd.
Polemiek, tot en met. Ze roept herinneringen op aan het gebeuren rondom de vrijmaking en in de jaren daarna. Ze nodigt niet tot lezen. Niet alsof discussie geweerd zou moeten worden, maar waarover, handel je dan?
Het onderwerp is van grote betekenis, maar laten we er dan over spreken zoals de Heer van de kerk dat deed. Over het hóren van Zijn Woord en het doen ervan. Over gehoorzamen en niet gehoorzaam zijn. Ook in zaken van het kerkelijk samenleven.
Zó legt de schrijver het zijn lezers niet voor. We komen in de ruim 70 bladzijden nauwelijks enig onderwijs, rechtstreeks uit de Schriften, tegen. Wel een tot en met uitpeuren van wat de belijdenis zou zeggen. Maar waar deze spreekt over Gods werken-in-de-tijd, gaat de auteur van de brochure de weg op van een belijdenis, die dogmatisch-wetenschappelijk vastlegt wat we zouden moeten geloven.
De brochure is voor de prijs van f 9,75 verkrijgbaar bij de schrijver, wiens adres is: Kloosterplantsoen 157, 2985 SE, Ridderkerk. Zijn gironummer is 244 99 78 en het tel. nr. 01804-31016.