De weduwe van Naïn
1988-09-30
Hoe groot is de liefde van Jezus?- Jaargang 32
- nummer 36
Lucas vertelt van een weduwe die ook nog haar enige kind verliest. Houdt God nog van me? is in zo'n situatie een begrijpelijke vraag. Hoe sterk is de liefde van God? Sterker nog dan de dood, zegt het evangelie. Lucas vertelt: Toen Jezus de vrouw zag "was Hij met haar begaan. Huil maar niet, zei Hij. Hij ging op de draagbaar toe en raakte die aan ... Jongeman, zei Hij, ik beveel je: kom overeind.
En de dode ging rechtop zitten en begon te spreken, en Jezus gaf hem aan zijn moeder terug. Vrees greep iedereen aan en de mensen begonnen God te eren: Een groot profeet is onder ons opgestaan; God heeft zijn volk bezocht" (Groot nieuws bijbel)
Zijn volk bezocht
Opvallend dat de mensen niet zeiden: Een dode is weer opgestaan, maar: God heeft zijn volk bezocht. En terecht, want dat Jezus doden levend maakt is een wonder, maar dat in Jezus God de wereld opzoekt is het heil. Stel dat het de medische wetenschap lukken zou overledenen terug te halen het leven in, zou dat het heil voor onze wereld zijn of juist de catastrofe?
Twee keer lijden, twee keer sterven, wie wil dat?
Het belastende van het sterven is niet alleen dat je mensen en dingen die je dierbaar zijn los moet laten, dat het leven doorgaat zonder jou. Wat hem zo pijnlijk maakt, zijn prikkel, is de zonde, datdie dood ons zo sterk bepaalt bij de barst in onze wereld. De dood, dat is het symbool van de breuk met God, de godverlatenheid, het verderf.
Toen Jezus het verdriet van de weduwe zag, ging Hij die dood te lijf, verklaarde Hij de dood-als-symbool-van-de-godverlatenheid voor dood en overbrugde Hij de kloof tussen God en mensen.
Met mensen bewogen
Want dat is het wonder, niet dat God doden opwekken kan, maar dat Hij het wil, dat Hij in Jezus omziet naar een wereld die niet naar Hem omziet.
God is met mensen bewogen!
Lucas vertelt: toen Jezus die moeder zag (een weduwe, dus al voor de tweede keer op weg naar het kerkhof, met haar enige zoon begroef ze haar toekomst, haar brood, haar hoop, haar leven) krompen zijn ingewanden samen van medelijden.
Toen Jezus haar zag, sloot Hij zich niet bij de rouwstoet aan. Dat was het hoogste blijk van meeleven dat men geven kon, daarvoor moesten de rabbijnen zelfs hun wetsstudie onderbreken ...
Zijn liefde was zo groot dat Hij die stoet tegenhield, door even de baar aan te raken, zo groot dat Hij de verontreiniging door het aanraken van de dodenbaar voor lief nam. Zo groot dat Hij niet die vrouw naar haar geloof vroeg: "Wilt u dat Ik ... Gelooft u dat Ik ... dan geschiedde u naar uw geloof' - God vraagt niet altijd naar geloof. Toen was niet haar geloof maar zijn liefde zo groot dat Hij vast vooruitgrijpend op Golgotha die grens van onze onmacht overschreed en de machten van het dodenrijk bedwong.
Toen was zijn liefde zo groot dat Hij niet zei: Jongen sta op en volg Mij, maar Hij gaf hem aan zijn moeder terug.
Zo groot is Jezus' liefde dat Hij zijn macht stelt in dienst van zijn ontferming, zijn wil om gescheiden geliefden te herenigen.
Zoals Hij dat eens zal doen, volmaakt en definitief: bij ons komen, ons aanraken, zeggen alsof we sliepen: Ik zeg je, sta op, en ons herenigen met wie ons liefzijn. Niet terug dit oude leven in maar vooruit het nieuwe leven in.
Daarvan is deze geschiedenis een teken. In het schaakspel van het leven is aan de dood schaak gegeven. Nog niet schaakmat. Maar dat wat ziekte en dood werkelijk hopeloos maakt, namelijk dat God daar met een afgewend gezicht bij staat, is uit de weg geruimd. De koningsfiguur van de dood staat nog op het speelbord van ons leven. Maar Jezus' liefde is sterker dan de dood. De afloop staat vast.
Wij kunnen rustig slapen gaan. Jezus zal ons aanraken.