Pastorale Notities

1988-10-04
  • Jaargang 32
  • nummer 37
Bloot
Wie de laatste jaren beslist niet met enig bloot of bijna bloot schepsel geconfronteerd wenst te worden moet zich verre houden van de Europese stranden. Er zit niets anders op.
Een moeilijke zaak om aan te snijden want wij hebben met bloot nooit zo goed raad geweten.
In mijn jeugd al stond het strandleven in een kwade reuk, ook al vanwege het bloot hoewel het bloot van toen, vergeleken bij nu, geen naam mocht hebben.
Het bloot van toen had om zo te zeggen weinig om het lijf In preken, herinner ik mij, werden wij tegen de' verleidingen van het strandleven gewaarschuwd in bewoordingen die het vermoeden wekten dat de predikers er zelf nooit geweest waren.
Er wás onder ons een dominee die dat als zwakheid erkende en die zich op een mooie zomerdag, de broekspijpen opgerold, ter plekke op de hoogte ging stellen. Hij gaf later tegenover zijn catechisanten toe dat het naar zijn mening niet mee viel om met zo velen bijeen onzedelijkheid te bedrijven, zodat zijn bezwaren voor een deel bezweken onder de feiten. Wij moesten het zelf maar zien, maar wel voorzichtig blijven.
Wij bleven met het bloot moeilijk hebben. Wel hoorden wij af en toe dat bloot beslist niet vies was, een vermoeden waar wij zelf ook al toe gekomen waren, maar wat er dan precies op tegen was, werd niet duidelijk. Ook de mate van het bloot bleef een zorgelijke zaak en vaak was het leven de leer vooruit.
Moeders bleven het moeilijk hebben met hun dochter, met name over strandkledij. Een gereformeerde professor in de ethiek bood in de vijftiger jaren enig soelaas door de stelling dat christen-zijn inhield dat je enkele moeders achter bleef, maar ook deze regel bleek slecht beperkt houdbaar. Er zijn niet veel moeders die het aandurven hun dochters ook maar één mede achter te laten blijven je kunt te ze tenslotte niet alleen laten lopen. Maar diep in ons blijft iets knagen.
Wie enkele dagen aan het strand verblijft merkt dat het bloot hem eigenlijk niet meer doet.
En dan is nu een feit dat ons verder helpt. Ik hoorde aan het strand een gesprekje tussen twee jongetjes. De één zei: ,, Wat een bloot zeg! “ De andere reageerde: ,, Nou en?” Hij bedoelde: mij doet het niets.
Ergens in die richting moeten wij het misschien zoeken. In het laatste nummer van ,,Beweging” werd een woord van prof. Rookmaaker geciteerd:
,,het erge is niet de sexualiteit in de film, maar dat het niet betekent”. Zo’n woord helpt je verder: het erge is niet het bloot aan het strand, maar dat het je niets meer doet.
Dat is anders bedoeld. Het mag je wel wat doen. Het mag bewondering wekken en verlangen en soms een beetje ontroering en dat doet het niet meer.
Toen Rebecca voor het eerst Isaäk zag nam ze haar sluier en bedekte zich. Ze moet gedacht hebben, dat bewaar ik voor hem (Gen 32).
Van het strand van Normandië terug naar het bijbelse zuiderland is niet mogelijk. Dat mag ook niet. Maar misschien is het toch een beetje jammer dat we niet tijdig, maar dan met de goede argumenten, gezegd hebben: verder niet.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief