'Terugzien op een goede Vergadering'
1988-10-04
Het agendum van de laatste zitting van de Landelijke Vergadering afgelopen záterdag was overvol. Ter bespreking stonden: de Theologische Studie Begeleiding, gezangen, Radio en TV-aangelegenheden, financiën en voorbereiding van de volgende Landelijke Vergadering. Verder kwamen ook de herziene voorstellen over studieschuld en over binnenlandse contacten met andere kerken ter moderamentafel.- Jaargang 32
- nummer 37
Ook werden tal van commissieleden (her )benoemd.
Praeses J. C. Schaeffer had als openingstekst Psalm 27 gekozen. "De dichter van Psalm 27 zet zijn lied juichend in met 'De HERE is mijn licht en mijn heil voor wie- zou ik vrezen?' Er lijkt niets te zijn dat dat vertrouwen kan schokken. Maar halverwege de psalm lijkt het of de dichter afknapt: 'Hoor, HERE, hoe ik luidde roep, wees mij genadig en antwoord mij'. Op dat moment is zijn zekerheid weg. Het is typisch dat een mens kan juichen en diep in de put zitten. Het ligt er dan ook aan waar je naar kijkt. Naar het geloof in de levende God. Dan volgt een dringend smeekgebed; David gelooft, maar hij smeekt om het geloof te mogen behouden. Alles komt erop aap.dat zijn oog gevestigd blijft op God. Gods goedheid zien in het land der levenden. God is er om onze nood te verlichten. Hij geeft zekerheid waar twijfels zijn, wi~sheidwaar vragen zijn. 'O, als ik niet had geloofd des HEREN goedheid te zien in het land der levenden'. Wij geloven, Heer kom ons ongeloof te hulp", aldus Schaeffer.
Studiebegeleiding
Tijdens de bespreking van het rapport van de Raad van Toezicht en Advies en de Theologische Studie Begeleiding (TSB) kwamen drie punten aan de orde: de bezwaren van sommige afgevaardigden tegenover één van de studiebegeleiders, de werving voor nieuwe studenten en het toezicht van de kerken op de TSB. Omdat het eerste punt over een persoon ging, besloot het moderamen een vergadering in comité te houden (gesloten voor pers en publieke tribune). Nadat de vergadering weer geopend was, werd door ds G. van Keulen (regio Harderwijk) gesteld dat in het rapport van de Raad van Toezicht en Advies geen sprake is van bezwaren tegenover één van de studiebegelelders.
Van Keulen's vraag was of de raad de verontrusting deelt over de uitlatingen van ds H. de Jong op de Opbouwvergadering van 12 maartj.l. en bij een lezing op de TSB over Paulus gebruik van Genesis 1 en 2 inzake de man-vrouw verhouding.
Ds W. J. van der Linde reageerde daarop door te zeggen dat de raad alleen verslag gegeven heeft in het rapport over de periode '83-'87. De uitlatingen van De Jong zijn niet in die periode gedaan.
Ds G. Roukema, lid van de Raad, zei dat de besprekingen binnen de raad over dat onderwerp zijn gegaan, maar die besprekingen vonden pas plaats vlak voordat het rapport voor de Landelijke Vergadering ingeleverd moest worden.
Ds L.W. G. Blokhuis stelde dat het niet de opzet van de regio Hardewijk was om een ketterjacht te openen op één van de studiebegeleiders, maar dat er in onze kerken en buiten de kerken onrust heerst door de persverslagen. Hij had dan ook graag dat er klaarheid over deze zaak kwam. De praeses kapte de discussie af door te zeggen dat de Landelijke Vergadering er niet was om de uitlatingen van De Jong te bekritiseren, maar om te praten over het rapport als zodanig.
Br. Schat vroeg wat de Raad van Toezicht en Advies zou kunnen doen om meer studenten te werven. Ds G. van Keulen gaf het advies om een open dag!
avond te houden om zo de belangstellenden persoonlijk informatie te geven.
Ds Roukema vertelde dat er een folder was gemaakt en dat er een bericht naar de plaatselijke gemeenten voor de kerkbladen zal gaan.
Over het toezicht van de kerken op de TSB zei ds J. Bouma: "Het toezicht moet stellig kritisch zijn en er moet rekening gehouden worden met de functie die een begeleidend instituut heeft. De TSB als instituut moet zich wat sterker en duidelijker profileren, zonder dat dat de werkplaatsfunctie schaadt, want het belang van de TSB wordt binnen de kerken onvoldoende geproefd". De Landelijke Vergadering aanvaardde het verslag en het financiële overzicht van de Raad van Toezicht en Advies.
Gezangen
Br J. H. Klein, commissielid, gaf toelichting op zijn minderheidsrapport en het daaruit volgende voorstel. Zijn voorstel kwam hierop neer dat er een eigen liedbundel moet worden samengesteld.
Het meerderheidsrapport, verdedigd door commissielid Biewenga, pleitte voor een selectie uit het reeds bestaande rode liedboek. Dat voorstel werd aangenomen door de afgevaardigden.
Verder werd het voorstel van de gemeente Almere over een aanvullende liedbundel besproken en in stemming genomen. Het bleek dat er binnen onze kerken ook ruimte is voor de aanvullende bundel, die ongeveer 40 liederen bevat.
Het voorstel van de Commissie voor Contact en Samenspreking binnenlandse kerken werd met een grote meerderheid van stemmen aangenomen. In dit voorstel staat onder andere: De Landelijke Vergaderirig constateert dat er, ondanks de wederzijdse erkende roeping om tot eenheid te komen en ondanks de door de Commissie gerapporteerde open en broederlijke bespreking, weinig voortgang is op de weg naar die eenheid. Met name de opdracht die de vorige Christelijk Gereformeerde generale synode aan haar deputaten gegeven heeft om "steeds weer aan de orde te stellen de punten, in de Gemeenschappelijke verklaring genoemd"
leidt ertoe dat de bespreking zich steeds weer herhaalt".
Van de commissie van radio-: en tvaangelgenheden waren ds Z. G. van Oene en ds N. 't Hart aanwezig. Ds 't Hart vertelde dat in het overlegorgaan Zendtijd voor de Kerken de volgende personen zitting hebben: ds Quist (chr. geref.), ds Siegers (geref. vrijg.) en van onze kerken ds Van Oene. "De minister van WVC heeft alle kerken die in dit overlegorgaan plaats hebben verzocht om een persoon te benoemen tot lid van de omroepraad. Dit lid moet de NOS adviseren. Wij hebben, vooruitlopend op de Landelijke Vergadering, ds Van Oene hiervoor benoemd. Verder heeft de IKON gevraagd of wij bezwaar hadden tegen de uitgifte van videobanden van onze kerkdiensten voor bibliotheken.
En in ons rapport hebben we verzocht of wij als commissie de machtiging van de Landelijke Vergadering krijgen om invloed uit te oefenen op kerken en voorgangers, wat betreft de tekstkeuze en de uitwerking van de prediking in uit te zenden kerkdiensten".
Na een korte bespreking werd ook dit voorstel aangenomen.
Het voorstel inzake de studieschuld voor studenten en dienstdoende predikanten werd toegelicht door br. M. A. van Helden, commissielid. "Wij hebben de gedachte van een zelfstandig literatuurfonds laten vallen. Ook het idee om studenten een reeks van jaren te ondersteunen vinden wij bij nader inzien toch niet zo geschikt. Wij stellen dan ook voor om een eenmalige bijdrage van 5000 gulden te geven aan de student wanneer hij zich beroepbaar stelt. ".
De Landelijke Vergadering besloot de twee voorstellen inzake de studieschuld van studenten en inzake studieschuld dienstdoende predikanten aan te nemen.
In het eerstgenoemde voorstel besluit de Landelijke Vergadering: - de ondersteuning vast te stellen op maximaal f 5000,-, onder overlegging van een lijst van te gebruiken vakliteratuur, goedgekeurd door de TSB. De uitbetaling zal geschieden, eventueel in termijnen, na de beroepbaarstelling, door de Raad van Toezicht en Advies Theologische Studiebegeleiding.
- de regeling te doen ingaan per 1 oktober.
De kandidaten die beroepbaar gesteld zijn in de periode 1januari 1987 tot 1 oktober 1988 hebben recht op een tegemoetkoming van f 2500,-.
In het voorstel inzake de studieschuld dienstdoende predikanten heeft de Landelijke Vergadering besloten: de commissie voor Hulpbehoevende kerken te verzoeken om in voorkomende gevallen, in overleg met de kerken waar betrokken predikanten dienen, een bijdrage te leveren aan die kerken, zodat haar predikanten zonder zorg kunnen leven van het Evangelie.
Benoemingen
Het moderamenbesluit over financieel beheer Landelijke Vergaderingen en het voorstel over voorbereidingen Landelijke Vergaderingen werd zondermeer aangenomen door de afgevaardigden.
Hierna volgden de benoemingen voor verschillende commissies - onder andere voor de commissie vrouw in het diakenambt: ds L. W. G. Blokhuis, ds L. G. Compagnie, de A. v. d. Dussen, br. H. G. Geertserna (Eek en Wiel), ds J. M. Smelik, ds H. Smit (Barendrecht), zr. Meijet (Bussum) en zr. Vrijmoeth (Zwolle).
De ingekomen stukken bevatten: een brief van de vrijgemaakte kerken van Soemba, een brief van' die Gereformeerde Kerk die Kandelaar te Pretoria, een schrijven van het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken, een brief van zr. Smilde-de Jongen een brief van de Orthodox presbyterian church of America.
De Landelijke Vergadering machtigde het moderamen voor afhandeling van lopende zaken. Er kon nog geen melding gedaan worden over de volgende roepende kerk. Ds J. Bouma verklaarde dat er vijf gemeenten aangezocht waren, waarvan drie het in overweging wilden nemen.
Ds J. C. Schaeffer zei in zijn slotwoord dat "wij terug mogen zien op een goede Vergadering. Er was steeds een goede sfeer. Wij hebben samen gezocht naar het heil van onze kerken". Na de dankwoorden van de praeses en van moderamenlid Bouma werd de Landelijke Vergadering 1988 gesloten.
De volgende Landelijke Vergadering zal D.V. de tweede zaterdag van maart 1991 plaatsvinden.