Het geheim van het normale christelijke leven

2007-12-07
  • Jaargang 51
  • nummer 24
Samen met alle gelovigen kunnen wij God beter leren kennen, schrijft de apostel Paulus in zijn brief aan de Efeziërs. Hoe waar is dat ook voor gereformeerde christenen in Nederland.
Laat me met een persoonlijke notitie beginnen. De Heilige Geest heeft in het begin van de jaren negentig de voor mij verre en toen nog onbekende Chinees Watchman Nee gebruikt om een honger naar God wakker te roepen die – al mijn terugvallen ten spijt – nooit meer is verdwenen. Sinds die periode heb ik van Groningen tot Maastricht en van Den Haag tot Enschede spreekbeurten gehouden, niet over mijn vak buitenlandse politiek, maar over genade, heiliging, missionaire gemeente. En steeds was er wel iemand in de zaal die opstond en vertelde dat ook zijn geloofsleven door juist Watchman Nee verdiept en veranderd was. Ik zie ernaar uit deze Chinese voorganger straks in de hemel te ontmoeten.

Wat is het geheim van de in 1903 als Ni Sjoe-tsoe in de provincie Fukien geboren ‘Wachter’ Nee? Hij groeide op in een christelijk gezin, maar in een politiek woelige periode: het Chinese keizerrijk liep op zijn laatste benen en onder invloed van de revolutionaire Boxers ontwikkelde zich een ook voor christenen vijandig klimaat.
In 1912 werd de Republiek China onder leiding van Sun Yat-sen geproclameerd. Na diens dood ontstond een politiek en religieus vacuüm, waarin nationalisten en communisten een strijd op leven en dood voerden. Watchman Nee beleefde de Japanse bezetting en de machtsovername door Mao Tse-toeng (1949) aan den lijve.
In die tijd dacht hij veel na over de hand van God in de geschiedenis. Hij concludeerde dat het daarbij vooral gaat om de voortgang van het koninkrijk van Jezus Christus. Aan dat criterium toetste hij alle goede en kwade dingen die hem ook in zijn eigen leven ‘uit Gods vaderhand ten deel vielen’ (Zondag 10 Heidelbergse Catechismus). Zo weigerde hij naar Hongkong of Taiwan te vluchten toen het nog kon. Terwijl de vervolging van christenen op gang kwam, meende Watchman Nee dat hij in Fouzhou moest blijven, bij de door hem gestichte gemeente van de Kleine Kudde. Op 10 april 1952 werd hij gearresteerd. Twintig jaar later overleed hij, nog steeds in gevangenschap.
Opmerkelijk, Watchman Nee schreef in feite maar één boek (De geestelijke mens), waarvan hij later vanwege een al te grote systematiek ook nog enige afstand nam. Zijn nalatenschap bestaat ‘slechts’ uit toespraken, preken en lessen, later gebundeld in boekvorm. Verreweg het bekendst is ‘Het normale christelijke leven’, een studie van Romeinen 1 tot en met 8. Dat boek functioneerde voor velen, onder wie ik zelf, als een lichtflits die de grootsheid van Gods genade liet zien. Andere publicaties die diep kunnen raken, zijn ‘Zitten, wandelen standhouden’ en ‘De vrijmaking van de Geest’.

Ik in Christus…
Wat is de kern van de boodschap van vooral ‘Het normale christelijke leven’? Watchman Nee begreep het aanvankelijk maar steeds niet: ‘Zo moet het ook voor u vaststaan, dat u wel dood bent voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus’ (Rom. 6: 11). Hoezo, dood voor de zonde? Als hij naar zijn eigen leven keek, merkte Watchman Nee eerder het tegendeel. Besef van zonde en schuld tegenover de heilige God verlamden hem. Totdat de Heilige Geest hem toonde dat zijn dood voor de zonde al zo’n 2000 jaar geleden helemaal buiten hem om in Christus was gerealiseerd. Watchman Nee ontdekte dat Christus’ uitroep aan het kruis ‘het is volbracht’, betekent dat louter en alleen dankzij die Ander de zonde geen enkele aanspraak meer op hem maakte.
Dood voor de zonde en levend voor God werd voor hem vlees en bloed: in Christus is mijn status, mijn identiteit, definitief en beslissend veranderd. ‘Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen die in Jezus Christus zijn’ (Rom. 8:1).

Het licht
Dit door Watchman Nee doorgegeven evangelie is voor veel christenen een verlossende eye-opener geworden.
Nietwaar? Anders dan waarop Paulus in het fundamentele zesde hoofdstuk van zijn Romeinenbrief hamert, leefden zij alsof ze nog ‘in Adam’ waren, dat wil zeggen ‘vervreemd van God’, ‘in duisternis’, ‘onder het oordeel’. Ze waren serieuze christenen en deden oprecht hun best heiliger te leven. Maar elke keer weer sloegen moedeloosheid en onzekerheid toe. Ze geloofden in vergeving van zonden. Maar zo langzamerhand zou God hen toch wel zat zijn.
Totdat het licht doorbrak en ze beseften dat die oude (adam-)mens al lang geleden aan het kruis was gestorven en dat op die paasochtend hun nieuwe (Christus-)mens was opgestaan.
Natuurlijk waren ze ook later nog wel eens neerslachtig. Satan fluisterde hen dan in dat zij in Gods ogen echt niet goed genoeg waren. Maar in zulke aanvechtingen grepen zij voortaan terug op het rotsvaste feit van hun ‘in Christus’ zijn. Rotsvast inderdaad, omdat die werkelijkheid niets te maken heeft met eigen geestelijke prestaties – halleluja! - , maar is gegrond op zijn volmaakte werk. En er kwam diepe vreugde in hun leven. Want als zij met berouw naar hun Vader gingen, vroegen ze de Geest voortaan hen opnieuw hun eenheid in Christus te laten zien. En dan keerde het besef terug dat God hen zag alsof ze hun hele leven nog nooit één enkele zonde hadden begaan. Over bevinding gesproken!
Bevrijdender dan dit is er niets. Luister maar! ‘God is (…) rechtvaardig (…) om ons te reinigen van alle ongerechtigheid’ (1 Joh. 1:9). Dat is: vergeving is een zaak van Gods rechtvaardigheid tegenover zijn Zoon. Totale plaatsvervanging! Christus stierf de dood die wij hadden moeten sterven. Hij leidde het leven dat wij hadden moeten leven. ‘Houdt nu eens op’, zegt Watchman Nee, ‘om ter wille van je behoud iets voor God te willen doen.’ ‘Logizomai’, zegt Paulus, dat betekent ‘wees er blijvend zeker van en leef uit het geloof dat je in Christus dood bent voor de zonde en levend voor God. Watchman Nee: ‘Onrustige christen, begin nu eens te rusten in wat 2000 jaar geleden is volbracht.
Geloof in historische feiten gaat immers voorop. Het kruis heeft je verlost van wie je was. Besef dat voordat je werd geboren, je geschiedenis al geschreven werd. Aan het grootste wonder in je leven ben je namelijk zelf nog niet voor het kleinst denkbare percentage debet. In Christus werd je een nieuw mens. En dus hoef je zelf met niets te betalen: niet met goede werken, niet met dankbaarheid, niet met berouw. In het kruis zul je eeuwig roemen.

Christus in mij…
Een tweede kernpunt bij Watchman Nee hangt hiermee onverbrekelijk samen: vanuit de vaste positie van het ‘ik in Christus’ vloeit de oproep voort ‘Christus nu ook in mij’ te laten zijn (Gal. 2:20). Ook daarin spreekt de Chinese voorganger in de lijn van Romeinen 6. Want na Paulus’ ‘levend voor God’ (vers 11) laat hij onmiddellijk volgen dat wij de zonde niet langer in ons leven mogen laten heersen (vers 12). Pas wanneer ik mij herinner dat mijn oude mens in Gods ogen morsdood is, kan ik aan die mens ’afsterven’, dat wil zeggen de kleren aantrekken die bij mijn nieuwe mens horen.
Hoe waar is die overtuiging. Want waar komt mijn verlangen vandaan om te groeien in gelijkvormigheid aan het beeld van Gods Zoon (Rom. 8: 16-18)? Waardoor veranderde Zacheüs fundamenteel ten goede? Waardoor werden bange discipelen zelfs voor martelaarschap onbevreesde apostelen? Het antwoord? Zij waren overweldigd door de liefde van Christus. Alleen besef van genade kan mensen van binnenuit veranderen. Dat betekent dat aan ieder ‘what would Jesus do?’ het ‘what has Jesus done?’ vooraf moet gaan.

Als ik zwak ben…
Niemand beweert dat Watchman Nee theologisch nergens is uitgegleden. Maar de HERE heeft deze verre Chinees op bijzondere wijze gebruikt om velen doorleefd besef te geven van hun ‘in Christus’ zijn. Paulus zei: ‘Als ik zwak ben, dan ben ik machtig’ (2 Kor. 12:10). Zijn kracht toont God ook in Watchman Nee. Tot op de huidige dag.

Aad Kamsteeg is oud-buitenlandcommentator van het Nederlands Dagblad en oudhoofdredacteur van CV•Koers.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief