Gods hand in een wereld van macht en protest?
2011-03-18
Dagenlang was ik niet van de TV weg te slaan. Wat gebeurde er niet allemaal in Tunesië, Egypte en Libië?- Jaargang 55
- nummer 6
En in al die andere landen in de wereld van de Islam? Woedende massa’s, georganiseerd via de sociale media, aangevoerd door de jongere generaties, in opstand tegen hun regering! De angst voor de veiligheidsmachten was overwonnen. Een vreedzame omwenteling hier, een bloedige daar: waar gaat het naartoe met de Arabische wereld?
In deze bijdrage vraag ik me af of we de hand van God in deze ontwikkelingen kunnen onderkennen. Dat doe ik aan de hand van Deuteronomium 2. Als gelovigen willen we toch ook Bijbels licht laten vallen op wat er in Noord-Afrika en het Midden-Oosten aan het gebeuren is. Wat meen ik dat er gezegd kan worden?
Onverwachte uitbarsting
Ik heb al veel inzichtgevende artikelen gelezen over de aanleiding van de jongste revolutie in de Arabische wereld.
Er wordt op gewezen dat de jeugd (tot 30 jaar) meer dan 60% van de bevolking in deze landen uitmaakt.
Ze zijn goed opgeleid, vertrouwd met de sociale media, vaak werkeloos zonder uitzicht op een baan, gefrustreerd door corruptie en nepotisme in het overheidsapparaat, onderdrukt en vernederd door bejaarde dictators en hun veiligheidsapparaat.
Ze weten dat het ook anders kan. Er zijn landen waar men in vrijheid zijn stem kan uitbrengen en nieuwe regeringen kiezen, ook binnen de wereld van de Islam. Economische vooruitgang is geen westers monopolie, weten ze. Armoede is geen lot, dat men maar in fatalisme dragen moet. De frustratie kwam tot uitbarsting – onverwacht en niet voorspeld. Religie speelt tot nu toe nauwelijks een rol. De gevolgen zijn voorlopig niet te overzien.
God aan het werk
De eeuwen door is er nagedacht over Gods hand in de geschiedenis. De hoofdstroom van de christelijke kerk heeft altijd beleden dat God in de geschiedenis herkenbaar aanwezig is. In 1945 zaten alle kerken in ons land vol om God te danken voor de ondergang van het Nazirijk. Ook voor de ondergang van het communisme sinds 1989 (de val van de Muur) werd in kerken God dank gebracht. Men meende Gods hand in de geschiedenis herkend te hebben. Meestal liggen de dingen natuurlijk niet zo eenvoudig.
In Amerika zijn conservatieve christenen zwaar verdeeld over president Obama: van God of van de duivel?
Soms wordt Gods hand wel heel simplistisch aan het werk gezien in ontwikkelingen die ons uitkomen. De krant en de Bijbel worden dan wonderlijk met elkaar verward. Bijbelboeken als Daniel en Openbaring spelen hierbij een belangrijke rol. Dat God vandaag aan het werk is, ook in de Arabische wereld, geloven we vast. Maar hoe herkenbaar is dat werk? Kunnen we vanuit de Bijbel er iets over zeggen?
Machtsmisbruik
Er komen in het Oude Testament vrij veel profetieën tegen de volken voor.
Kenmerkend is dat het meestal om oordeelsaankondigingen gaat. Neem als voorbeeld de profetie tegen Tyrus, een machtige stadstaat ver ten noorden van Israël (Ezechiël 25:5vv). De stad valt niet onder Gods oordeel, omdat ze Gods volk slecht behandeld heeft. Israël komt in het stuk niet voor. Nee, omdat ze zichzelf absolute macht toekende, zichzelf een god gelijk achtte, viel ze onder Gods oordeel.
Dan komt men in de greep van het reusachtige. Absolute macht, gebaseerd op ongekende welvaart, leidde tot absoluut machtsmisbruik.
Geen koning van Tyrus die, in zelfoverschatting, meende verantwoording te hoeven afleggen voor zijn bewind! Zo overschreed men de grens die God mensen en machten gesteld heeft. Als Heer van de geschiedenis oordeelt God dan over de volken. Het Godswoord, door de profeet opgevangen, wierp licht op de historische ontwikkelingen, zoals die zich aan Tyrus voltrokken.
Gelaagd oordeel
Dit zien we ook in Deuteronomium 2 – het hoofdstuk waar vrijwel vergeten volken als in een voetnoot vermeld worden. Een aantal volken zijn bekend, gerelateerd als ze zijn aan Israël.
Edomieten, Moabieten en Ammonieten hebben alle drie hun land uit Gods hand als erfenis ontvangen.
Dat gold trouwens ook van de Filistijnen (Kaftorieten). God gaat met deze volken zijn eigen gang door de geschiedenis, lang voordat Israël in Kanaän verscheen. In dit profetische licht wordt in Deuteronomium 2 geschreven over de ondergang van vergeten volken als Emieten, Anakieten, Refaïeten en Chorieten. Ze vielen onder Gods oordeel; hun land werd aan anderen gegeven. Deels zijn ze opgegaan in andere volken: Anakieten en Refaïeten in de Filistijnen, die de stedelijke cultuur van hen overnamen.
Over de grenzen
Sommigen van deze vergeten volken vielen op door hun reusachtige gestalte.
Ze stonden bekend als reuzen die soms wel 2,5 meter konden worden.
Israël was doodsbang voor hen, toen ze aan de grenzen van het beloofde land stond. Deze reuzen zouden voortgekomen zijn uit de onheilige verbintenis tussen de zonen van God en de dochters van de mensen, Genesis 6:4. Het historische gehalte van deze vertelling hoeft ons nu niet bezig te houden. Duidelijk is dat hier een bepaalde mentaliteit aan de kaak wordt gesteld.
Men greep in zelfoverschatting naar iets wat hen niet toekwam. Grenzen, door God gesteld, werden overschreden.
Men greep boven zichzelf uit en raakte zo in de greep van het reusachtige.
In de taal van de vertelling: deze onheilige verbintenis leverde giganten op, die nog voortleefden in de vergeten volken van Deuteronomium 2.
Stof
Zo’n gigant was Goliath, die arrogant neerkeek op het Israël van de schaapherdersjongen David. De Filistijnen werden gekenmerkt door deze titanische mentaliteit, waarom ze dan ook consequent als onbesneden werden getypeerd. De Chorieten eindigden hun zelfstandig bestaan als Jebusieten, die Jerusalem tot het uiterste verdedigden tegen inname door David. De Refaïeten komen we nog een keer tegen, in Jesaja 14:9, 26:14 (jammer dat in de vertalingen dit niet meer herkend kan worden). Daar verblijven ze in het dodenrijk. Reuzen bijten uiteindelijk in het stof, zoals Goliath overkwam. Zo werd Gods oordeel over het reusachtige tot uitdrukking gebracht. Verzet tegen de Schepper en zijn levensorde houdt geen stand.
De maat is vol
In Genesis 15:16 wordt Israëls verovering van het beloofde land uitgesteld totdat de oorspronkelijke inwoners zoveel kwaad bedreven hadden dat de maat vol was. Niet eerder dus! Gods oordeel is proportioneel, passend bij de omvang van het kwaad. Dat zal ook gegolden hebben voor de volken die hun land kwijt raakten aan de Edomieten, de Moabieten en de Filistijnen.
De knellende greep van het reusachtige, waardoor Gods levensorde werd dood gedrukt, werd zo verbroken.
Maar op hun beurt werd ook de overwinnende volken het oordeel aangezegd, Amos 1:6-2:3, toen de maat van hun kwaad vol was. Ook deze volken vormen niet meer dan een voetnoot in de geschiedenis van het Midden Oosten.
Toch zegen
Toch is het laatste woord niet aan Gods rechtvaardig oordeel. Dat komt toe aan wat ook zijn eerste woord was: zegen voor de volken (Genesis 12:3; Matteüs 28:116vv): zegen voor titanische torenbouwers (Genesis 11; Handelingen 2), zegen voor Egypte (Jesaja 19:18vv) maar ook voor Anakieten, Emieten, Refaïeten en Filistijnen (Psalm 87). Dat is de zegen die in Jezus Christus werkelijkheid werd.
De vraag waarop we de volgende keer ingaan is dus: wat doen we met deze informatie in ons gelovige nadenken over wat er in de Arabische wereld gaande is?
Dr. Bob Wielenga is emeritus-predikant van de NGK Kampen en werkte van 1979 tot 2002 als zendeling in Zuid-Afrika.