Akker aan akker trekken

1987-09-25
  • Jaargang 31
  • nummer 36
In Dalmally, aan de monding van de Orchy-rivier, staat de ruïne van een eeuwenoud kasteel. We konden er vanuit onze keuken op neerzien, wat een plezierig gevoel geeft. Het kasteel spreekt van een opgaan, blinken en verzinken van een der machtigste Schotse geslachten. Deze geschiedenis is zo menselijk en daarom zo boeiend, dat er een boek over geschreven zou kunnen worden.
Het kasteel dat we bedoelen, het Kilchurn kasteel, werd. in late middeleeuwen gebouwd en was altijd eigendom van de familie Campbell. Deze naam Campbell is Gaelic (Schots-Keltisch) en betekent: de man met de wrede mond, of verwrongen mond.
Oorspronkelijk dus een bijnaam. Die Campbells waren aanvankelijk niet zo belangrijk, maar zeer ambitieus. Hun mond gaf aan dat ze wisten wat ze wilden.
Rijk en machtig worden, dat wilden ze. Hoor hoe een geslacht in vijf eeuwen het grootste grondbezit van heel Groot-Brittannië opbouwde - en dat binnen één generatie weer verloor. Het verhaal is een illustratie van psalm 49: dat we niets mee kunnen nemen, beter ons bezit in de hemel kunnen beleggen.
Ook een illustratie bij Lucas 12 over een dwaas, wiens rijkdom in één nacht verloren ging.

In 1432 begon de carrière van de familie.
Sir Duncan Campbell van Lochawe (een plaatsje dat kerkelijk onder Dalmally hoort) kreeg de titel: Eerste Lord Campbell. Zijn titel Sir lichtte hem al uit de massa der Schotten - maar een Lord of Laird is iemand van betekenis en invloed. Hoe werd zo'n titel gegeven?
Waarschijnlijk door het leveren van strijders aan een leenheer of andere herendiensten. Maar we zagen ook eens een archief-brief, waarin een Sir aan een hertog, bij wijze van gunst; om zo'n min of meer toegezegde titel verzocht!
Duncan drolg dit waardevolle geschenk aan zijn zoon Colin over, die de gronden van Glenorchy en het eiland Kilchum met kasteel erfde. Daarbij behoorde ook de grond, waarop later ons huis kwam te staan. Al deze gronden waren weliswaar van de McGregor clan afgenomen, maar dat verminderde niet het genot van het bezit. Op de oorspronkelijke acte, waarbij de grond onder ons huis aan twee heren Campbell werd "geleend" (granted), staat de handtekening van de latere Markies van Breadalbane - op elke pagina. Ook hij was een Campbell, evenals de huidige Hertog van Argyll.
Terug naar Colin. Hij verstond zijn tijd: nam deel aan de late kruistochten. Hij had zijn kasteel in handen 'van zijn vrouw achtergelaten, en terecht. Want toen hij na zeven jaar terugkwam had zij een toren van vijf verdiepingen opgebouwd en nu kon de familie tegen een stootje.
Colin kwam allerminst berooid terug uit het heilige land: hij kocht meteen gronden bij Tyndrum, ontving van koning Jamesde Lawers Estate aan Loch Tay in leen, en verwierf gronden ten oosten van dat meer, inclusief een eiland met een kloosterruïne, welke hij tot kasteel ombouwde. Veel bezit eist grote waakzaamheid - een kasteel hier, een kasteel daar. Bij dat verwerven en beheren kwam zijn funktie van regeringsrentmeester goed te pas!
Zijn zoon Duncan kocht de aansluitende gronden verder oostelijk, alweer met een kasteel er op, en bouwde nog een nieuw kasteel. In 1513 verwierf hij een grote hoeveelheid landerijen rondom Loch Tay en werd dan tot zijn vaderen verzameld.
De grijze Colin Campbell (1499-1583) was de zesde Lord. Niet alleen nam hij alle familiebezit dankbaar in ontvangst, maar hij breidde dat ontzaglijk uit.
Hoe kon zoiets gebeuren? Hij roeide de clan MacGregor (zijn beste vijand) gaandeweg uit, met goedvinden van de Schotse koning natuurlijk, en voegde diens eigendommen aan de zijne toe.
Eerlijk verkregen, want verkrijgen betekent oorspronkelijk: door krijg verwerven.
Hoewel een der Campbell's voogd was over een minderjarige toekomstige chiefclan (familiehoofd) wist hij zelfs deze jongeman uit: de weg te ruimen... en dus nog meer eigendommen te verwerven. Bovendien zette hij veel beleende gronden, met hulp van kerk en regering, om in eigendom: de truc is om je debiteuren zodanig knel te zetten dat ze, om uit de schuld te komen, hun eigendom prijsgeven. Hierbij werd hij gesteund door het feit, dat hijzelf intussen de hoogste rechter van het gebied was.
Deze man werd groot, ja hij werd gaandeweg groter, totdat hij zeer groot geworden was.

Had Grijze Colin zijn volk met geselen gekastijd, zijn zoon de Zwarte Duncan van Kilchum deed het met schorpioenen.
Die had door een weldoordacht huwelijk de gronden van Menteith, Glendochart en Glenlochy in bezit gekregen.
Hij wist daar de gronden van Glen Falloch, Glen Lyon en Lom aan toe te voegen - dat bracht hem ver naar het Oosten en ver naar het Westen.
Voor de Achaladder Estate wist hij een oorspronkelijke truc. Hij stuurde een knecht met paarden in het haverveld van de eigenaar Fletcher en, verstopte zich in de buurt. Prompt kwam Fletcher naar buiten en voer uit tegen de knecht, in het Gaelic. Toen de knecht, hem niet begrijpend, dom teruglachte, werd hij ter plekke doodgeslagen door de woedende Fletcher. Op dat ogenblik kwam rechter Campbell op het toneel en zei, dat hij tot zijn spijt Fletcher moest arresteren (en vermoedelijk hangen) maar vanwege de oude vriendschap hem de kans op vluchten open liet. Mits Fletcher, om verbeurdverklaring te voorkomen, zijn gronden tijdelijk op naam van Campbell zou zetten. Voor Fletcher is het een levenslange vlucht geworden. Voor Campbell een nieuwe en welkome aanwinst. Enige tijd geleden hebben wij, nabij Achaladder, Fletcher's nazaten uit Canada ontmoet, die het vroegere familiebezit kwamen opzoeken. Ze vertelden dat hun naam Pijlenmaker betekent en herinnerden aan het Franse woord flêche.
Nu het Campbell-bezit tot aan de Atlantische Oceaan liep, moesten er ook nieuwe kastelen worden gebouwd: in Benderloch, Ardmaddy en Barcaldine.
De laatste twee bestaan nog.
De MacGregor's waren intussen nog niet dood. Toen zij in de zoveelste strijd het eens van de Campbell's wonnen, een aantal Campbell's en 40 huursoldaten doodden, kreeg Zwarte Duncan onbeperkte volmacht. Hij doodde elke man die hij te pakken kreeg, brandmerkte de vrouwen, stiet de kinderen uit. Tientallen van jaren werd het de MacGregor's verboden hun naam te voeren; dit IS de reden dat zoveel mensen van die clan een variant op de naam hebben overgehouden, Gregory, Mc Gregor White, McGregor Black en
Zwarte Duncan – en de Schotten onthouden de geschiedenis terdege - was voortdurend betrokken bij roof, knevelarij, verraad en vergiftiging. Alleen door zijn vriendschap met de Schotse koning kwam hij er altijd goed af.
Bovendien was zijn stam zeer gezien bij de Engelse koningen, die hem nodig hadden om in Schotland orde te houden.
Wel zegt de geschiedenis, dat Zwarte Duncan aan stelselmatige landen bosbouw begon en de wetgeving verzorgde - maar we zullen ook daar hélaas een eigenbelang bij moeten incalculeren.
Kort na zijn dood in 1631 verenigden zich enkele verdrukte clans en richtten door brandstichting, plundering en roof voor zestigduizend Pond schade aan!
Het portret van Zwarte Duncan kunt u desgewenst bezichtigen in de National Galeries of Scotland te Edinburgh.
Aangezien het verhaal van de onmetelijke rijkdom der Campbell's nog niet uit is, gaan we over 2 weken verder.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief