"Met open vizier" (3)
1987-09-25
Tijdens één van de tijdrovende kerkelijke procedures - elke week classis! – heb ik in kleine kring wel eens gezegd: "Waar maken we ons druk over, laten we de redactie van "de Reformatie" vragen wat we doen moeten, dan kunnen we ons veel tijd en moeite besparen."- Jaargang 31
- nummer 36
De ervaring leerde dat de generale synoden vrijwel altijd handelden overeenkomstig de voorlichting in genoemd blad. Zo is het gegaan in de zaak Groningen-Zd., bij de doleantie in Beverwijk, de Open Brief, de leer van ds Telder, de kerkscheuring in Kampen, het wegzenden van de kerken van Noord-Holland, in Hoogeveen en mogelijk nog in andere zaken.
Wat voor ambt of bevoegdheid bezat dit blad? Prof. Kamphuis is hierover heel duidelijk.
Hij schreef indertijd, zo lees ik, "dat de historische roeping van de Reformatie is geweest Gods volk in Nederland de werkelijke frontlijn aan te wijzen in de oorlogen des Heren". Bij het lezen van deze dure woorden, die wat mystiek aandoen, vraagt een mens zich af wat een historische roeping is en wie hier roept.
Een roeping matigen we ons niet aan in de kerk van Christus.
Volgens Prof. K. was het met die "leiding" van de Reformatie na het overlijden van Prof. Dr. K. Schilder en ook al een beetje daarvoor niet in orde.
De hoogleraren H. J. Jager en C. Veenhof bakten er maar wat van. Er heeft zich toen een "redactie-wisseling" voorgedaan die tot gevolg had dat J. Kamphuis de redactie kerkelijk leven ging verzorgen om zo in de "historische roeping" leiding te geven. Van deze "wisseling", die nog al wat stof deed opwaaien en aanleiding was voorde uitgave van een nieuw blad "Opbouw", weet ik niet zo veel, maar wel dat één en ander Prof. Veenhof diep gewond heeft.
De beslissing in deze zaak lag, zo lees ik op pg. 79, bij de uitgever Oosterbaan, die blanco mandaat gaf aan de heer van Spronssen, ook bekend als Rudolf van Reest.
Het is nu duidelijk wie er riep: een uitgever!
Het is een merkwaardige zaak dat een uitgever beslist over de leiding in de kerken.
In de rubriek kerkelijk leven heeft Prof. K. vervolgens duidelijke voorlichtinggegeven in zaken die op kerkelijke vergaderingen aan de orde waren. Een enkele keer verscheen het blad niet op tijd en dat gaf wel eens vreemde verwikkelingen.
De invloed van de geïnterviewde groeide, nadat hij tot hoogleraar in Kampen in de vacature P. Deddens was benoemd.
De gang van zaken rondom deze benoeming laat ik nu maar rusten; opgemerkt moet wel worden dat volgens zijn zeggen wanneer hij bedankt had voor die benoeming, een versmalling van het docentencorps de begrafenis van de theologische hogeschool zou hebben ingeleid.
De oude V.U.-geest belichaamd in G. Visee, H. J. Jager, K. J. Popmae was uit op een langzame afbouw van Kampen, die tot afbraak zou leiden.
De curatoren waren vermoedelijk diep in slaap, evenzo de kerken: Zo waren er in de visie van de nieuwe hoogleraar allerlei symptomen van een afbraak van school en kerken.
Als redacteur kerkelijk leven in de Reformatie en als hoogleraar kerkgeschiedenis en kerkrecht verwierf J. Kamphuis zich een zeer invloedrijke positie in de kerken.
De uitkomst is bekend: de hoogleraren H. J. Jager en C. Veenhof verdwenen na hun emeritaat van de hogeschool en ik zeg niet te veel wanneer ik constateer dat Prof. J. Kamphuis de wel haast onbetwiste leider van de vrijgemaakte kerken in synodaal verband is geworden.
Hij heeft daarbij trouwe medestanders gehad in mannen als H. J. Schilder, D. Deddens, C. Trimp e.a., terwijl het Geref. Gezinsblad onder redactie van P. Jongeling en A. Basoski zich niet onbetuigd liet en dagelijks in de gezinnen de leiding in de kerken en geref. organisaties krachtig ondersteunde.
Het is een vreemde ontwikkeling in kerken die zich indertijd hebben verzet tegen de heerschappij van synoden.
De "synodocratie" maakte plaats voor "de leiding" in een blad dat zich een historische roeping had aangemeten en brede weerklank vond, zodat het kon gebeuren dat gelovigen achter de hun van Christus gegeven ambtsdragers werden weggeroepen in de pers en op spreekbeurten.
Nu gun ik Prof. Kamphuis zijn opgang in de kerken, maar het lukt mij niet de loftrompet te steken, zoals ik in verschillende recensies zag gebeuren.
De professor heeft zich met grote ijver ingezet voor wat hij zag als aanval op de vrijmaking, afbraak van de hogeschool, ontmanteling van het kerkverband, handhaving van de belijdenis en zette alles wat hem verontrustte in dit éne verband van ontwrichting. In de strijd trok hij konsekwenties t.a.v. zijn vermeende
tegenstanders die zij zelf nadrukkelijk
verwierpen. Daarbij heeft hij niet altijd onderscheiden tussen symptomen en incidenten; het was voor hem steeds een symptoom. Typisch voorbeeld hiervan is de zaak-Beverwijk.
Hier hadden we duidelijk te doen met een incident rondom een predikant die meende de leer inzake belofte en doop te moeten uitbouwen in vrijgemaakte zin.
De classis wilde niet overgaan tot schorsing, maar vermaande de predikant vanwege onregelmatigheden en oneffenheden in zijn opvattingen. Als een classis gaat vermanen kan men toch niet spreken van een ontmanteling van een kerkverband.
Het voorstel dat werd aangenomen en aanleiding werd tot de doleantie in Beverwijk was van de hand van wijlen ds A. Bos. Wie deze trouwe dienaar van het Woord, die ons zo vroeg is ontvallen, heeft gekend, weet dat hij beslist niet behoorde tot hen, die een belijdenis problematisch zouden achten: integendeel hij was van harte vrijgemaakt.
De zaak-Beverwijk was een incident, maar werd als symptoom meegenomen in de strijd van die dagen. Wie incident en symptoom niet duidelijk onderscheidt loopt het risico dat hii een vertekend beeld geeft van de werkelijkheid en "vriend voor vijand" aanziet.
In oorlogen is het wel voorgekomen dat per ongeluk eigen troepen onder vuur zijn genomen: in de kerk van Christus verwacht je zulke dingen niet.