Pastorale notities

1987-10-02
  • Jaargang 31
  • nummer 37

Leven van vergeving

Jaren geleden ontving ik met enige regelmaat bezoek van een man, die op latere leeftijd tot bekering was gekomen, en vóór zijn bekering zo te horen een tamelijk onstuimig leven had geleid.
Ik weet niet eens meer of hij ook tot enige kerk behoorde. Welontdekte ik later dat hij meer predikanten met een bezoek vereerde. De gesprekken liepen overal steeds uit op het verhaal van zijn bekering: Of eigenlijk niet zozeer op zijn bekering dan wel op het leven vóór zijn bekering. De manier waarop hij daarvan vertelde kwam op mij niet helemaal gezond over. Het was net of hij wel overgezet was uit de duisternis in het licht, maar toch nog met heimelijk verlangen aan de duisternis terugdacht.
Zijn verhaal boette steeds meer aan geloofwaardigheid in en het begon mij te vervelen. Ik heb wel getracht, hem duidelijk te maken dat de Here meer belangstelling had voor zijn heden dan voor zijn verleden en dat het voor de Here toch geen genoegen moest zijn om telkens weer door de bagger van zijn leven te moeten waden, maar dat scheen nauwelijks indruk op hem te maken.
Toen heb ik hem het verhaal verteld van de dominee die in vakantietijd een opvallende ansichtkaart ontving van een gemeentelid. Meestal krijgen dominees kaarten van kerken en dat is eigenlijk best aardig. Maar hier ging het over een plaatje groot meer. Het plaatje werd ontsierd door een tekst die er dwars overheen gedrukt was. Het waren de woorden uit Micha 7:19: "Ja, Gij zult al onze zonden werpen in de diepten der zee". Als je goed keek zag je dat er op de voorgrond in het meer ook een bord stond op een paal; Alleen met een vergrootglas kon je lezen wat er op stond: " Verboden te vissen".
Wanneer de Here God onze zonden in de diepten der zee werpt moeten' wij niet aan de oever gaan staan hengelen om ze telkens weer boven water te halen!
Of mijn bezoeker nu onder de indruk van dit verhaal kwam weet ik niet.
Hij kwam niet meer terug. Het is mogelijk dat hij werkelijk een streep door zijn verleden heeft gezet; maar het kan ook zijn dat hij voldoende adressen overhield waar men met aandacht en waardering naar hem 'bleef luisteren.
Het blijft anders een vreemde trek in ons dat er stukjes verleden zijn die we nooit helemaal los willen laten.
Zou dat ook komen doordat de vergeving onze eer te na is? Zelfs met de schijn van berouw is meer eer in te leggen dan met vergeving.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief