Gods oordeel: een nieuw begin?

2011-04-01
  • Jaargang 55
  • nummer 7
Sinds januari zijn er ineens die volksopstanden tegen corrupte regeringen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. De hele wereld voelt zich erbij betrokken, al was het alleen al om de grote politiek-economische belangen die zij in deze regio heeft. De moed van de gewone man om op te staan tegen het bloedige geweld van een psychoot als Khadafi verbijstert ons. Waar komt dit ineens vandaan? Waar gaat het naartoe?

Vorige keer lazen we in de Bijbel over Gods oordeel over machthebbers die, in de greep van het reusachtige, Gods levensorde voor hun volken vertrappen.
Kunnen we daar iets mee in ons gelovig nadenken over deze schokkende ontwikkelingen? Werpt de Bijbel profetisch licht op de gebeurtenissen in de Arabische wereld?

Beperkt inzicht
Dat is makkelijker om te geloven dan om aan te tonen. In de Bijbel zelf is de geschiedenis vaak heel ondoorzichtig, om niet te zeggen duister. In Rechters 19-21, bij voorbeeld, valt het niet mee om Gods hand te ontdekken in de ongure gebeurtenissen die toen in Israëlplaats vonden. God was aanwezig, maar hoe Hij bij deze geschiedenis van moord en doodslag, van verkrachting en maagdenroof betrokken was, blijft raadselachtig. Hoe interpreteren we wat er gebeurt in onze wereld?
Lijden we vaak niet aan een beperkt inzicht, waardoor we regelmatig in onze analyses de plank mis slaan? Laat staan als het gaat om Gods hand in de geschiedenis te onderkennen.
Nemen we alle noodzakelijke voorzichtigheid in acht, kunnen we dan toch nog iets zinnigs zeggen, bij het licht van de Bijbel, over wat er gaande is in de Arabische wereld?

Opgaan
Ik meen dan te mogen zeggen dat we het patroon, dat we in Deuteronomium 2 met behulp van de profeten ontdekt hebben, terug kunnen vinden in de recente gebeurtenissen in de Arabische wereld. We zouden dat patroon kunnen typeren met de bekende woorden van opgaan, blinken en verzinken. Het opgaan verwijst naar de manier waarop dictators aan hun macht zijn gekomen en er met alle middelen aan vastklauwen.

Blinken
Bij het blinken denken we aan de arrogante zelfoverschatting, waarmee ze hun absolute macht misbruikt hebben om hun eigen koninkrijk te bouwen over de ruggen van hun mensen heen.
Helaas werden ze daarin te vaak gesteund door westerse regeringen, die zo hun eigen belangen meenden te kunnen dienen. Moet het Westen daar geen excuses voor aanbieden? Dit vroeg Prof. Ad de Bruijne in het ND (12 maart 2011). Dat is een goede vraag waar we ons niet te makkelijk vanaf mogen maken. In hun groot- heidswaanzin meenden deze potentaten geen verantwoording te hoeven afleggen aan wie dan ook voor hoe ze hun macht over leven en dood gebruikten.
Kwaad op kwaad hebben ze gestapeld. De levensorde, door God voor volken gesteld, hebben ze vertrapt.
Er leek geen einde aan hun macht te komen.

Verzinken
Maar mogen we dan niet met de Psalmist belijden: De Heer doet de plannen van tirannen teniet, hij verijdelt wat dictators beramen (33:10)? Moeten we de ondergang van deze absolute vorsten in de Arabische wereld niet duiden als oordeel van de Schepper van hemel en aarde? Zoals Tyrus ten onderging, zo ook het Libië van Khadafi, misschien niet vandaag, dan toch wel morgen. Gingen reusachtigen als de Anakieten en Refaïeten ten onder, hetzelfde lot onderging Mubarak van Egypte.

Opgaan, blinken èn verzinken: dat is geen evolutionair proces, waarin de geschiedenis uitsluitend verloopt volgens interne wetten van oorzaak en gevolg. In geloof schrijven we het verzinken toe aan Gods hand die ingreep, hoe groot de betekenis van interne factoren ook geweest mag zijn. Het één sluit het ander evenwel niet uit!

De maat was vol!
Voegen we er aan toe: de maat van hun kwaad was vol! We zagen dat in Noord-Afrika niet van tevoren aankomen; we werden er door overvallen.
Niet wij bepalen wanneer de maat vol is, dat doet God zelf. Dat moment blijft voor ons daarom altijd onvoorspelbaar.
Alleen achteraf kunnen we het in geloof opmerken. Er zijn van die momenten in de geschiedenis, waarop duidelijk wordt dat het kwaad volgroeid is, de maat vol is, en de beker van Gods toorn overloopt.
Zoals het geval is in het Libië van Khadafi. Hoe de wereld ook verschilt van mening over de aanpak van de crisis, men is het erover eens dat hij alle normen van menselijkheid overtreden heeft. Men streeft ernaar om gemeenschappelijk de Libische crisis aan te pakken.

Eigenmachtig
Hoe anders lag dat met de inval in het Irak van Saddam Hussein! Bijna op eigen gezag besloot Amerika toen dat de maat daar vol was; ongevraagd en zonder enig mandaat veroverde ze het land, alle internationale verdragen ten spijt. Als enige superpower kon ze eigen wil door drukken. Maar als het God is die bepaalt of de maat van het kwaad ergens vol is, en wij dat alleen maar achteraf in geloof kunnen constateren, zouden we als gelovigen in de politiek dan niet moeten aandringen op grote terughoudendheid, vooral als het gaat om militaire interventie?
De dingen moeten wel duidelijk geworden zijn!

We kunnen dankbaar zijn dat de uiterste terughoudendheid deze keer in acht werd genomen. Militaire interventie in een soeverein land moet het allerlaatste middel zijn dat wordt toegepast, en alleen binnen de grenzen van de internationale rechtsorde. In het verlengde van Romeinen 13 mogen we toch zeggen dat wettige overheden als dienaren van God die rechtsorde, hoe gebrekkig functionerend ook, hebben vastgesteld, de wereld ten goede.

Gelovig betrokken
Terughoudendheid is trouwens geen onverschilligheid: steun aan de Arabische landen in opstand kan op allerlei manier gegeven worden, politiek, economisch, humanitair. Gelovige be- trokkenheid vertaalt zich ook in de voorbede voor deze landen. Laten we ook de christelijke kerk ginds in onze voorbede niet vergeten. Ze lijdt onder corrupte machthebbers, maar vaak ook onder radicale Islamieten – een dubbel kruis.
Mogen we in dat licht de recente val van corrupte en arrogante machthebbers in de Arabische wereld niet uitleggen als oordeel van God voor wie de maat van hun kwaad vol was?

Zegen voor de wereld
Opmerkelijk is dat in de profetieën tegen de volken het oordeel niet het laatste woord krijgt. Het laatste woord komt toe aan wat Gods eerste woord is: zegen voor de volken en hoop voor de wereld, ook de Arabische! In de Bijbel wil Gods oordeel de weg vrij maken voor een gezegende toekomst.
Vijandige naties kregen een belofte voor de toekomst over het oordeel heen (Jeremia 46:26; 48:47; 49:6,39).
Gods oordeel in de Arabische wereld opent nieuwe wegen. Die belofte maakt toch het hart van het evangelie uit. Aan het kruis droeg Jezus het oordeel van God over de zonde, en overwon de machten van het kwaad (Kolossenzen 1:15-20). Zo kwam de weg vrij voor een gezegend leven, dat open bloeien zal in het Koninkrijk van God. Het kan in de Arabische wereld nog alle kanten op.

De gekruisigde
Slaat men de weg van het gezegende leven in, waarop vrijheid en democratie, menselijke waardigheid en vredelievendheid een kans krijgen zich te ontplooien? Als gelovigen weten we dat zo’n leven een geestelijke verankering nodig heeft. Of de Islam zo’n verankering kan bieden? Daar moeten we niet te negatief over zijn.
Ook binnen de Islam laat de gekruisigde Heer zich niet onbetuigd. Er is geen reden om de Islam onmiddellijk weg te zetten als een politiek gevaarlijke ideologie of als alleen maar valse religie. Maar het blijft voor ons als gelovigen een onomstotelijk feit: de verankering van het gezegende leven wordt pas echt gevonden in het kruis van Jezus Christus, zoon van Maria, Zoon van God.

Tien rechtvaardigen
Gods hand is in de Arabische wereld aan het werk. We zien dat in zijn oordeel, maar allermeest toch in zijn barmhartigheid. Van die barmhartigheid zijn de kleine christelijke kerken in de Arabische wereld getuigen, soms ondanks zichzelf, zuiver en alleen al door hun presentie. Hun aanwezigheid, in alle zwakheid, is paradoxaal genoeg, het krachtigste getuigenis van Gods hand in de Arabische wereld.
God wilde zelfs Sodom en Gomorra een kans geven ter wille van de tien rechtvaardigen die er misschien zouden kunnen wonen (Genesis 18:32), op de voorbede van Abraham. Zou Hij dan voor de Arabische wereld niet barmhartig willen zijn ter wille van de christelijke geloofsgemeenschappen die er gevonden worden, en dat op ònze voorbede?

Dr. Bob Wielenga is emeritus-predikant van de NGK Kampen en werkte van 1979 tot 2002 als zendeling in Zuid-Afrika.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief