Jesaja en Paulus in Afrika

2011-04-01
  • Jaargang 55
  • nummer 7
Nee, voor zover wij weten zijn Jesaja en Paulus zelf nooit in Afrika geweest. Maar de Ethiopische eunuch waarvan Handelingen 8 vertelt, heeft wel een boekrol van de profeet Jesaja naar Afrika meegenomen. Ook in de eeuwen daarvoor zal Jesaja in Afrika gelezen zijn, waarschijnlijk vooral in het noorden. In Egypte was een grote Joodse gemeenschap.
Men denkt zelfs dat de Griekse vertaling van het boek Jesaja in Alexandrië is ontstaan, ergens in de tweede eeuw voor Christus.

Niet vreemd dus dat er op de pinksterdag ook mensen uit Noord-Afrika aanwezig waren (Handelingen 2:10).
Misschien heeft die Ethiopiër Jesaja nog weer een stukje dieper in Afrika gebracht, nadat Filippus hem dit profetenboek met christelijke ogen had leren lezen. Niet lang daarna hebben ook de brieven van Paulus hun weg naar Afrika gevonden. Noord-Afrika is voor de vroege kerk een belangrijk steunpunt geweest en heeft de grote kerkvader Augustinus voortgebracht.
Het heeft even geduurd voordat het evangelie ook het hart van Afrika bereikte, maar vandaag is het één van de gebieden in de wereld waar de kerk het snelste groeit en dat de meeste zendelingen voortbrengt.

FATEB
In tal van Afrikaanse landen bevinden zich Bijbelscholen, waar belangrijk werk wordt gedaan. In Bangui, hoofdstad van de Republiek van Centraal-Afrika, is door verschillende protestantse kerken in 1974 de FATEB opgericht, de Faculté de Théologie Évangélique de Bangui (FATEB). Het is de enige academische theologie-opleiding voor Franstalig Afrika. De studenten (vaak al met de nodige ervaring als voorganger in een gemeente) zijn uit allerlei Franstalige landen afkomstig, zoals Tsjaad, de beide Congo’s, Burkina-Faso, Ivoorkust, Benin, Rwanda en Cameroen. Inmiddels is het al aardig traditie dat er ook vanuit Nederland jaarlijks gastdocenten worden uitgezonden om daar een aantal weken les te geven. In januari hadden wij dit voorrecht. Jaap Dekker heeft les gegeven over het christelijk lezen van het boek Jesaja, Jan-Matthijs van Leeuwen heeft zich vooral toegespitst op de brief van Paulus aan de Efeziërs. Jesaja en Paulus, twee belangrijke vertegenwoordigers van de apostelen en profeten die samen het fundament van de kerk vormen (Efeziërs 2:20).

Context in drievoud
Afrikaanse christenen hebben een sterk besef van het bijzondere karakter van de Bijbel als het levende Woord van God.
Dat is hartverwarmend om te merken en vervult hen ook met een sterk missionaire gerichtheid. Maar soms wordt de bocht tussen Bijbeltekst en wereld van vandaag wel erg kort genomen. De studenten van de FATEB worden er dan ook in geschoold om de Bijbel contextueel te lezen. De drie belangrijkste regels van de exegese zijn voor FATEB-studenten ‘context, context en context’. Dat wil zeggen: geef aandacht aan de historische context van een Bijbelwoord, zijn literaire context, en zijn Bijbels-theologische context. Vanuit onze eigen uitlegtraditie kunnen wij als gereformeerde gastdocenten een zinvolle bijdrage leveren aan dit contextueel leren lezen van Bijbelteksten.

Afrikaanse context
Als het over het verstaan van de Bijbelse boodschap gaat (hermeneutiek), dan komt er natuurlijk ook nog een vierde context in beeld, namelijk die van de eigen Afrikaanse geschiedenis en cultuur.
Die zorgt er voor dat Afrikaanse christenen het Oude Testament als minder vreemd ervaren dan westerse christenen dat doen. Westerse christenen kunnen bijvoorbeeld moeite hebben met het godsbeeld dat uit het roepingsvisioen van Jesaja spreekt. Een God die zelf de harten van mensen verhardt, opdat zij zich niet bekeren (Jesaja 6:9-
10), roept voor ons een spanning op met hoe wij God in het evangelie van Jezus Christus hebben leren kennen. Vanuit de sterke gezagsstructuur waarin Afrikaanse christenen leven, hebben zij er minder moeite mee om te aanvaarden dat God het recht heeft om te handelen zoals Hij dat wil. Tegelijkertijd roept deze eigen Afrikaanse cultuur ook vragen op die westerse christenen op hun beurt niet zomaar herkennen. Bijvoorbeeld naar het al of niet magische karakter van de gloeiende kool waarmee Jesaja gereinigd werd (Jesaja 6:6-7).
De bekende huistafel uit Efeziërs 5/6 met aanwijzingen voor vrouwen en mannen, kinderen en ouders, meesters en slaven roept minstens zoveel discussie op, als in een gemiddelde Nederlandse Bijbelstudiegroep. Maar die discussie gaat wel een totaal andere kant uit. Het scheelt nogal of jouw volk en cultuur nog steeds gestempeld zijn door eeuwenlange slavenhandel…

Samen met alle heiligen!
Na een maand samen met Afrikaanse studenten in gesprek te zijn geweest met Jesaja en Paulus, besef je sterk hoe waar het woord van Paulus is, dat we alle heiligen nodig hebben om de vele dimensies van de liefde van Christus te kunnen begrijpen (Efeziërs 3:18-19). Niet alleen de heiligen van alle tijden, zoals Jesaja en Paulus, maar ook de heiligen van alle plaatsen, zoals onze Afrikaanse medechristenen!
Inzichten aan elkaar doorgeven en inzichten van elkaar ontvangen gaan hand in hand. Bij wat wij als westerse docenten hebben ontvangen, hoort zeker ook de levende spiritualiteit waarmee de theologiestudie verbonden is.
Het adagium van de FATEB luidt ‘Excellence académique, Piété biblique, Passion pour la personne humaine’: geleerd, vroom en bewogen. Tussen de colleges door zijn er vaste gebedsmomenten en worden er kerkdiensten gehouden, om de theologie-studie een plek te geven binnen het kader van een levende omgang met God en tegelijk ook te verbinden met een intense bewogenheid met mensen, elk in zijn eigen levensomstandigheden.

Stage bij baptisten?
In deze spirituele setting van geloof en gebed wordt ook de oecumene sterk beleefd.
De FATEB-studenten komen niet alleen uit allerlei landen, maar zijn ook uit allerlei denominaties afkomstig: baptistisch, evangelisch, gereformeerd, pinkster (elk in allerlei smaken verkrijgbaar).
Ze moeten zelfs stage lopen in elkaars kerken om zo het besef van de breedte van Christus’ kerk levend te houden. Wat een mooie vondst! Misschien dat we in de discussie over de toekomst van onze opleidingen in Apeldoorn en Kampen nog wat van de FATEB kunnen leren… Niet wachten tot Den Haag ons dwingt, maar gewoon zelf het initiatief nemen om de krachten van de TUK (GKV), de TUA (CGK) en de NGP (NGK) te bundelen. En laat dan een GKV-student uit Rijnsburg maar eens stage lopen in CGK Veenendaal, een NGK-student uit Rotterdam in GKV Hardenberg en een CGK-student van Urk in NGK Houten… Een vreemde gedachte? In Afrika gebeurt het. Want als je niet alleen samen studeert, maar ook samen bidt, wie weet welke zegen je dan van elkaar kunt ontvangen!

Dr. Jaap Dekker is predikant van de NGK Enschede en docent Bijbelvakken aan de NGP.
Drs. Jan-Matthijs van Leeuwen is predikant in GKV Ede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief