Nieuwe verhalen

1987-10-09
  • Jaargang 31
  • nummer 38
Kort voor de zomervakantie is bij de Arbeiderspers verschenen: 28 Nieuwe Verhalen, een bundel met werk van moderne schrijvers. Het nieuwe van de verhalen zit vooral in het feit dat ze nog niet eerder ergens zijn gepubliceerd. Wie niet zoveel tijd (of zin) heeft allerlei moderne literatuur te lezen, maar toch wel eens weten wil wat nu de moeite van publikatie waard geacht wordt, kan inhet algemeen bij zo'n bundel goed terecht. De prijs is ook niet hoog, namelijk f25,- en dat is tegenwoordig niet duur voor een boek van 339 bladzijden. Maar aan de andere kant is zo'n bedrag natuurlijk toch te hoog als je er iets voor krijgt dat te weinig kwaliteit heeft.

Ik vind het vreemd dat in deze bundel niet wordt aangegeven wie de samensteller is en wat het uitgangspunt was bij de keuze van de verhalen. Veel verband of systeem heb ik er niet in kunnen ontdekken.
Er zitten enkele goede verhalen in het boek, maar er is ook werk bij dat mijns inziens beneden de maat is gebleven.
Is het toeval dat het eerste verhaal de titel "Waterverf' heeft?
"Verhalen zijn dragers van ideeën", zei Rijsdorp. Zo'n moderne bundel zou ons dus een indruk moeten geven van wat er in onze tijd leeft en we zouden door dit boek een beetje kijk op de huidige kultuur moeten krijgen. Nu, ik ben niet gelukkig met de ideeën die uit deze verhalen zijn af te leiden en evenmin met het culturele niveau waarop sommige schrijvers zich bewegen. Er ligt iets van triestigheid, van zinloosheid, over deze bundel. Het verhaal Waterverf is weinig anders dan de geschiedenis van één grote mislukking, een flop. Acht verhalen gaan over sex. Ruwe taal en schuttingwoorden worden daarbij niet geschuwd.
Vooral het verhaal van Boudewijn Büch: Roest en dom geluk, is grof.
Ik zou voorbeelden kunnen citeren, maar ze zouden het papier van Opbouw ontsieren en de lezers zullen me zó ook wel geloven, denk ik.
Ook de kerk en het geloof komen weer aan bod en daarin is het boek dus wel weer modern, te meer daar er weinig positiefs van die beide uitgaat. Mensje van Keulen heeft het verhaal De Plaatsvervanger geschreven. De rooms-katholieke geestelijke kan de vrouw in haar nood toch eigenlijk niet helpen. En wat voor uitkomst biedt het slot van het verhaal: "Ze voelde zich lang niet zo prettig en opgelucht als na de biecht. Maar de dansende vlammetjes (van de kaarsen-
TH), vooral dat waarvoor ze had betaald, het bidden van de weesgegroetjes, en het gezicht van de Moeder Gods dat zachtmoedig op haar neerkeek, sterkten haar als een zieke die iets verkwikkends te drinken krijgt!”

Uiteraard kan ik niet alle 28 verhalen nalopen. Ik doe maar een greep en kom bij "Een godswonder" door Marjan Berk. Een citaat: "Sjouke Terpstra had een buitengewoon goeie relatie met God. Geheel op eigen condities communiceerde hij met het Opperwezen en was daardoor in staat de gruwelijkheden van het barre leven onder ogen te zien." De man is treinbestuurder en maakt herhaaldelijk afschuwelijke ongelukken en zelfmoorden mee. "In het begin was Sjouke na zo'n incident wekenlang zo ontregeld geweest dat hij dicht tegen een vrijwillig ontslag aanzat.
Maar door verschillende diepe gesprekken met een evangelist had hij inzicht gekregen van Hem Hierboven."
Als dit al geen regelrechte spot genoemd kan worden; dan is de toon toch van die aard dat je zoiets niet kan aanbevelen.

Er zijn verhalen bij die waardering verdienen.
Ik denk aan: De Draagmoeder, door Maarten 't Hart. De ik-figuur heeft een futeëi meegenomen uit een nest dat door de ouden verlaten was; het staat op het punt van uitkomen. Dan krijgt hij bezoek van een vrouw die hem haar probleem voorlegt: zij kan zelf geen kinderen krijgen en nu heeft een andere vrouw die in verwachting is en er geen kinderen meer bij wil hebben, háár dat kind aangeboden. Ze moet daarvoor wel direct vijfentwintigduizenden gulden ontvangen en na de geboorte nog eens hetzelfde bedrag. En als ze dat geld nu niet héél gauw krijgt, laat ze zich aborteren. De ik vindt dat laatste gewoon chantage en bovendien kun je volgens hem maar het beste helemaal geen kinderen hebben, het geeft toch alleen maar ellende. Ze gaan samen naar het water; de fuut zwemt daar met vier jongen op haar rug en dan komt er plotseling een reiger die een jong van haar rug plukt en verorbert. (Dat ziet de bezoekster van de ik niet. het volgende wel) "Op dat moment duikt de futemoeder met de jongen op haar rug, onder. Je kunt haar weg onder water volgen omdat telkens een jong omhoog komt. Ze verschijnen als grote bruine kurken, die onder water geduwd werden, en nu met zo veel vaart naar het oppervlak schieten dat ze even doorschieten voor ze terugploffen op de golven. Haastig zet ik ons jong tussen de drie omhooggekomen jongen op het water. Als de moeder weer boven komt, is ons jong het dichtst bij haar. Alsof het vanzelf spreekt.
klimt het snel op de rug van zijn moeder. ,,0, wat geweldig", fluistert ze." En dat is het einde van het verhaal.
En wéér is er geen oplossing voor het probleem, weer is er geen verder uitzicht, geen perspectief, ze zien alleen nog de zonsondergang in een sfeer van vervreemding. Het verhaal van Carmiggelt, De laatste keer, past eigenlijk ook wel in het geheel: een vader is met zijn zoon van veertien op vakantie. In een tentje! En de vader beseft dat dit de laatste keer is, ze passen niet meer bij elkaar. In feite weer een triest verhaal. Maar of het echt 'nieuw' is, betwijfel ik, want ik heb het al een paar jaar op een cassettebandje.
En bij meer verhalen heb ik het gevoel gehad dat ze uit een niet al te recent verleden stammen, maar eerder uit de jaren zestig.
Om af te sluiten: er had m.i. wel een betere keuze gemaakt kunnen worden zodat de bundel meer representatief zou zijn, er zijn bezwaren aan te voeren tegen zowel de moraal als de vorm, maar het boek kan ook van nut zijn voor wie wel eens iets 'moderns' wil lezen. Alleen krijgt die daarmee geen al te hoge dunk van onze hedendaagse 'cultuur'.
En misschien is dat wel terecht. Als motto had voor deze bundel een regel kunnen fungeren uit het Engelse gedicht dat in het verhaal van Maarten 't Hart voorkomt: "Man hands on misery to man". Dat betekent zo veel als: de ene mens geeft de ellende door aan de andere.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief