Geloven we het wel? (4)
1987-10-16
In de vorige nummers van 'Opbouw' lag het aksent vooral bij jonge kinderen. Deze week maken we de sprong naar opgroeiende jongeren en jongvolwassenen. Het gaat hierbij om een algemeen beeld, dat uiteraard nog individueel ingekleurd moet worden. Het aksent ligt op de maatschappelijk-kulturele omgeving, en de gevolgen die de huidige westerse samenleving heeft voor de volwassenwording.- Jaargang 31
- nummer 39
Het verband met het. thema dat als een rode draad door deze serie loopt - de kerk verlating, - komt in de volgende nummers aan de orde.
Ingewikkeld
De huidige westerse samenleving is erg gekompliceerd geworden. Er komt (b. v. via de media) veel informatie op de mensen af. En het is niet alleen de grote hoeveelheid informatie die verwarring kan brengen, het is vooral de tegenstrijdige informatie waardoor het moeilijk wordt een mening te vormen. (Wanneer je vroeger Rooms-Katholiek was ging je naar een katholieke slager, stemde je op de KVP, was je lid van de KRO en steunde je de katholieke school). Deze ontwikkeling heeft tot gevolg dat de samenleving voor steeds meer mensen te ingewikkeld wordt. Aan de andere kant wordt het bij het opgroeien steeds moeilijker om het ritme van de. samenleving te pakken te krijgen. Jongeren hebben daardoor steeds meer tijd nodig voor hun volwassenwording. Als bijkomend probleem voor de huidige generatie jongeren speelt daarnaast ook nog een somber gekleurd toekomstbeeld, met allerlei problemen die de mensen en de samenleving als geheel boven het hoofd lijken te groeien (denk b.v. aan de kernbewapening). Ik verwijs hierbij naar het ‘Rapport over de plaats van jongeren in de gemeente' (1).
Drie 'typen' van samenleving
De bekende anthropologe Margareth Mead onderscheidt 3 'typen' van samenleving (2, blz. 29 e.v.):
a) een samenleving die vooral door de traditie is bepaald; het kind groeit al van jongs af aan mee in die traditie; de overgang naar de volwassenheid levert weinig problemen op;
b) een samenleving die van binnenuit bepaald is: de ouders zijn de vertegenwoordigers van de algemeen geldende normen en waarden;
c) de van buitenaf bepaalde kultuur, waarin het gezin los komt te staan van de samenleving en jongeren niet meer de ervaring delen die hun ouders in het verleden hebben opgedaan; er ontstaat daardoor kortsluiting in de onderlinge kontakten. Het vraagt van jongeren veel sociale vaardigheden om in zo'n samenlevingsvorm te kunnen funktioneren.
Bovendien is er sprake van een overvloed aan informatie, waaruit het moeilijk is om te kiezen. Mijn indruk is dat binnen de 'jeugdkultuur' de diversiteit (tot uiting komend in b.v. kleding en haardracht, maar uiteraard ook in verschillende opvattingen) de afgelopen jaren verder is toegenomen, zelfs binnen bepaalde beroepsgroepen. Anderzijds - maar dat heeft hier in zekere zin mee te maken -lijkt er wel weer een tendens te ontstaan in de richting van het meer zoeken naar duidelijkheid en struktuur.
Moratorium
Margareth Mead gaat ervan uit dat de puberteit vooral een door de samenleving bepaald verschijnsel is: het heeft te maken met de tijd die iemand nodig heeft om zich de volwassen rollen eigen te maken. In dit verband heeft Erikson de term 'moratorium' geïntroduceerd: het uitstel van volwassen verplichtingen.
De studententijd is b.v. zo'n moratorium.
Verontrustend in onze tijd is echter dat dat moratorium als het ware een permanent karakter dreigt te krijgen, waarin men geen definitieve bindingen meer aan durft te gaan, geen keuzes meer durft te maken. In dit verband kan b.v. het verschijnsel van het ,,(ongehuwd) samenwonen" genoemd worden, maar ook het feit dat mensen zich maar heel moeilijk aansluiten bij een kerkgenootschap (men blijft liever een tijd vrijblijvend zwerven). Kortom: beslissingen die een bepaalde binding (en dus verantwoordelijkheid) betekenen, worden maar moeilijk genomen.
Het godsdienstige leven
In het voorgaande gedeelte ging het over jongeren in het algemeen. Hoe staat het - globaal genomen - met de positie van de kerken? Verschaffen deze nog duidelijkheid?
In hun onderzoek (3, blz. 27) noemen Stoffels en Dekker 3 ontwikkelingen binnen het westeuropese godsdienstige leven:
a) er is sprake van een verminderde godsdienstigheid: de kerk wordt steeds meer een randverschijnsel binnen de samenleving.
b) er kan gesproken worden van een verminderde reikwijdte van de godsdienst: de godsdienst speelt een minder grote rol bij persoonlijke keuzen en beslissingen.
c) er is sprake van een aanpassing van de godsdienst, een soort 'interne sekularisatie'. Het wordt steeds moeilijker om kerk en samenleving van elkaar te onderscheiden.
Niet gemakkelijk
Binnen de verwarrende context van een samenleving die bijzonder complex is geworden, wordt het voor jongeren erg moeilijk om de weg naar hun eigen identiteit te vinden. Dat geldt ook voor christen-jongeren. Immers: de positie van de kerk en van het christelijke gezin is eveneens vaak minder duidelijk geworden.
Het is er voor de generatie die nu opgroeit- ondanks de welvaart -niet gemakkelijker op geworden. Ouderen zullen moeten proberen zich enigszins in de positie van de hedendaagse jongeren te verplaatsen. Een gemakkelijk negatief oordeel over 'de jeugd van tegenwoordig' is niet terecht.
Literatuur:
(1) Gepubliceerd in 'Opbouw' (3 en10 april 1987)
(2) Roger Wind: Geloof in wording (Voorhoeve - Den Haag, 1983)
(3) Drs H. C. Stoffels en Dr. G. Dekker: Geloven van huis uit? (Kok. Kampen. 1987).