Kijk op de tijd
1987-10-23
Om te verstaan wat concreet de wil van God voor ons leven is, is het broodnodig om te weten in wat voor tijd we leven. Natuurlijk, je kunt wel zeggen dat Gods wetten onveranderlijk zijn, en dat daarom in elke tijd zijn wil dezelfde is. Maar dat is toch maar de helft van het verhaal. Want Gods wil is in elk geval niet tijdloos, maar juist betrokken op wat er gaande is in de wereld. Zouden we dat vergeten, dan lopen we gevaar om nauwkeurig aan de normen van vroeger vast te houden, maar precies de bedoeling van God in het heden te missen. Omdat in een nieuwe tijd àndere dingen belangrijk kunnen zijn.- Jaargang 31
- nummer 40
Gods wil in elke tijd
Een voorbeeld binnen de Bijbel zelf kan dit verduidelijken. We vergelijken met elkaar, hoe er in Jesaja en in Maleachi over de offers gesproken wordt. In Jesaja 1: 10-12 lezen we, dat de HERE klaagt: "Waartoe dient Mij de menigte uwer slachtoffers?
Oververzadigd ben Ik van de brandoffers van rammen en het vet van mestkalveren.
Wie heeft dit van u verlangd mijn voorhoven plat te treden?"
Een hele opsomming, die samen te vatten is als: de Here hóeft al die godsdienstigheid en offers niet. Laat men liever gewoon recht en gerechtigheid doen, punt!
En nu moet u daar eens naast zetten Maleachi 1: 6-8, waar het ook over de offers gaat. Maar dim staat er: "Gij veracht mijn naam, door minderwaardige offerspijze op mijn altaar te brengen.
Wanneer gij een kreupel of ziek dier brengt, is dat niet erg?"
Het lijkt of je hier in een totaal anderewereld komt. Leek het bij Jesaja wel, of heel het brengen van offers voor God een zaak van de tweede orde is, nu laat Hij bij diezelfde offers juist de puntjes op de i zetten. In de eerste tekst wordt erop gewezen, dat God echt die dieren allemaal wel kan missen; in de laatste tekst lijken diezelfde dieren ineens zo belangrijk, dat God erop wijst dat ze toch beslist gaaf moeten zijn.
Voor de Schrift-kritische uitleggers is dit verschil simpel te verklaren: het zijn gewoon twee conflicterende meningen, twee heel verschillende belangengroepen, die hier aan het woord komen. In werkelijkheid ligt het natuurlijk anders: hier ziet u er een voorbeeld van, hoe Gods ene wil in verschillende situaties iets verschillends van de mensen vraagt. Het wàs in de periode voor de ballingschap gewoon een tijd van overvloedige uiterlijke godsdienstigheid, waarin men 'uit gewoonte en bijgelovigheid' talloze offers bracht. En daar richt de profeet zich dan tegen. In de tijd na de ballingschap, 'waarvoor Maleachi schreef, was die vanzelfsprekendheid weggevallen. Het was geen tijd van landse Patiënten Vereniging. Die vereniging is ontstaan uit bezorgdheid over de verwording van de medische ethiek. Men signaleerde, dat abortus en euthanasie tekenen zijn van een afbrokkelend besef van de waarde van het menselijk leven, en daartegen wilde men in het geweer komen. Een prima initiatief. waar ik ook graag achter sta.
Maar de werkwijze die men in die begintijd voorstond, was een schoolvoorbeeld van de argeloosheid waar ik nu op doel. Men wilde een grote beweging beginnen van honderdduizenden leden, christenen en niet-christenen; die een beroep zou doen op het gezond verstand van de mensen. Terug naar de tijd van Hippocrates, toen de artsen die een eed hadden gezworen om onder àlle omstandigheden het leven altijd te beschermen, de anderen er in feite uit concurreerden.
Als de mensen van nu maar wisten waar ze mee bezig zijn, dan zouden ze de verstandigste weg wel kiezen, en àfblijven van de rand van het leven, zo meende men.
U raad het al: dit heeft niet gewerkt. Er is een heel waardevolle vereniging ontstaan, maar niet met die honderdduizenden die hun gezond verstand gingen gebruiken.
Want wij leven in een tijd (en nu komt het) dat bóven het gezond verstand het dogma van de autonomie van de mens staat. Zoals dat in 11Thessalonicenzen 2:4 voorzegd wordt: dat de mens zichzelf op de troon van God zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is. Zodat men best eens kan schrikken van de dreigende gevolgen van medische manipulatie, maar als het erop aankomt zegt men: "Ja, maar toch moet ieder voor zichzelf beslissen. Wie anders zou het moeten doen?"
Kortom: het getuigt van argeloosheid, om te denken dat het gezond verstand uit de tijd van Hippocrates in deze tijd weer terugkeert.
Er zouden meer voorbeelden te noemen zijn, ook van stromingen die in de omgekeerde richting argeloos zijn: als men probeert, nu al het Koninkrijk Gods op aarde te realiseren. Daarbij vergetend, dat dit nog de tijd is, waarin de overste van deze wereld zijn macht uitoefent.
In het eerste geval is het later op Gods klok dan men dacht, in het tweede geval vroeger. Aan deze argeloosheid kleeft een dubbel bezwaar. In de eerste plaats, heel nuchter: het werkt niet. Je kunt gefrustreerd raken, als je allerlei goede dingen meent te moeten doen (God wil het!), maar het wordt niet watje er van verwacht had.
Maar een ander bezwaar weegt nog zwaarder: je hebt op deze manier geen oog voor hetgeen waar God wèl mee bezig is in deze tijd. Is God niet bezig de wereld heen te leiden naar een grotere duidelijkheid, waarin steeds scherper te zien wordt het verschil tussen wie Hem dient en wie niet? In elk geval is God al ergens mee bezig, als we in2 Petrus lezen, dat ditde tijd is van Gods lankmoedigheid, waarin ieder nog tijd heeft, zich te bekeren.
Valse zekerheid
Het andere gevaar waarvoor we ons moeten hoeden als we onze tijd proberen te verstaan; is dat we precies aan willen geven, hoe laat het op Gods klok is en dan ook gaan uitstippelen wat er daarna moet gebeuren. Ik bedoel nog niet eens, dat we zouden gaan fantaseren of eigenmachtig iets uit onze duim zuigen, want dat dat niet mag is wel duidelijk.
Maar nee, je kunt dit ook tegenkomen als resultaat van heel diepgaande schriftstudie. Het kan ons verschrikkelijk boeien, als iemand vanuit de Bijbel een aantal profetieën op een rij zet en dan precies laat zien: dàt gaat nu vandaag in vervulling. En, zo komt er meestal achter aan: zus en zo gaat God hier doen. In dit verband noemen we meestal de naam van Hall Lindsey, maar hij is de enige niet. Het resultaat is in elk geval, dat je een schema van de eindtijd krijgt, en het lijkt precies te sporen met de opwekking van Christus om de tekenen der tijden te onderkennen.
Toch wil ik aan de hand van een aantal voorbeelden laten zien, dat je hier heel verkeerd mee uit kunt komen, al is de intentie nog zo goed en schriftuurlijk.
In de eerste plaats noem ik een visie op de eindtijd, die eigenlijk hier op neerkomt: Christus moet nu wel terugkomen.
Men kan zó nauwkeurig alle kenmerken van de eindtijd in onze samenleving herkennen, dat er voor ons (en eigenlijk ook voor God!) nog maar één conclusie overblijft: nu moet het gaan gebeuren. Of uiterlijk eind dit jaar want anders kloppen de profetieën niet.
U voelt wel. dat deze redenering geen pas geeft tegenover de HERE, die over tijden en gelegenheden de beschikking aan zich gehouden heeft. We vergeten dan volkomen, hoe beperkt ons kennen is. Want stel nu, dat in Europa alle kenmerken van de eindtijd aanwezig zijn.
Maar hoe moet dat dan in Afrika, en in Korea: Daar is veelszins nog de tijd van de groei van de gemeente, in plaats van de tijd van afval. En Christus komt toch niet terug naar Europa, maar naar de wereld?
In de tweede plaats noem ik een visie op de eindtijd, die met de vorige veel gemeen heeft, maar tot de omgekeerde conclusie leidt. Ik bedoel een Israëlvisie, die ervan uitgaat dat er nog grote dingen moeten gebeuren in het land Israël, voordat Christus terugkomt. Ook hier de intentie om allerlei profetieën heel concreet te geloven en terug te herkennen in het heden. Maar nu met de omgekeerde conclusie: Christus kàn nog niet terugkomen. Niet dat ik die conclusie heb horen trekken; maar ze volgt er wel uit. Ga maar na: wanneer men de Schriften zo verstaat, dat er voor de wederkomst eerst nog een massale bekering van joden moet komen, dan moet Christus toch nog even wachten?
Hetzelfde geldt, wanneer men meent, dat de tempel in Jeruzalem eerst nog hersteld moet worden. Ik weet wel, dat men hoopvolle aanwijzingen ziet, dat dit spoedig zal gebeuren, maar morgen toch nog niet. Het zal duidelijk zijn, dat dit een gevaarlijke gedachte is, omdat Christus zelf zegt: "Waakt, want gij weet de dag noch het uur".
In de derde plaats noem. ik de visie op de verbondsverlating, die inhoudt: Europa heeft de tijd van kerstening gehad, en daarom is het voor dit werelddeel voorbij. Ons volk beleeft niet de tijd van toevoeging tot het verbond, maar die van verharding en verlating. En verbondsbrekers dien je niet te behandelen als mensen die het evangelie nog niet hoorden, dus: hier is geen plaats meer voor evangelisatie.
Voor deze mening zijn goede gronden te vinden in de Schrift, althans voor dit onderdeel ervan: dat ons land; een gedoopte natie, de toom van God over de afvalligheid verdiend en zelf voor blokkades gezorgd heeft. Maar ook hier geldt: wij kunnen niet in Gods papieren kijken of inderdaad de láátste tijd van bloei achter de rug is. In de Schrift zien we zo vaak, dat God bóven zijn eigen voorzeggingen uit toch nog lankmoedig is. Trouwens: had de kerk van Christus aan het eind van de middeleeuwen, met zijn eigenwillige godsdienstigheid, ook nog maar iets van God te verwachten?
En toch heeft Hij in zijn grote barmhartigheid nog een tijd van reformatie en groei gegeven. Ik zeg niet, dat het dus zo'n vaart wel niet lopen zal. Maar wel moeten we in geloofvolledig openstaan voor wat God wellicht nog geven zal.