Kapitalisme en oorlogskansen

1987-10-23
  • Jaargang 31
  • nummer 40
Er bestaat een taaie fabel, dat oorlogen alleen begonnen worden uit behoefte aan macht, nader behoefte aan geld.
Het geld regeert immers de wereld?
Daarvoor sneuvelen soldaten, vallen gezinnen uiteen, moeten naties lijden.
Al is het feit niet te loochenen, dat bijvoorbeeld de ontdekkingsreizen en kolonisatiedrift in de 16e en 17e eeuw veel te maken hadden met de zucht naar gewin - dat is verleden tijd. De laatste wereldoorlog leerde ons de kolonies af te schaffen; al heeft juist een der drie verdragsluitende partijen zich sedertdien een aantal vazalstaten aangemeten.
In het algemeen kunnen we stellen, dat alle westerse landen het economisch belang van een rustige wereldsfeer waarderen en wensen. Opzettelijk een oorlog aangaan... daar gaatgeen enkele natie mee vooruit. Ook moeten we zeggen, dat het juist de socialistische landen zijn geweest, die de kapitalistische landen een vuige oorlogslust in de schoenen schuiven. Het is, sterker gezegd, een deel van het Russische beleid, om de westerse landen, die op kapitalistische basis werken, oorlogshetze te verwijten. De kwesties van kernwapens, wel of niet, hoe veel en hoe groot, hoe weinig of hoe verouderd, is reeds jaren de inzet van de oostwestdiscussie.
De vragen rijzen alzo: zijn de socialistische landen soms zelf op oorlog uit?; of hebben ze gelijk en willen de kapitalistische regeringen het aardrijk onderwerpen?; dan wel zijn misschien beide kampen van plan elkaar naar de keel te vliegen?

Deze zomer werden we getroffen door een artikel van J. L. Heldring in de opiniepagina van NRC-Hbl *). Hij schreef over "Dat vreedzame kapitalisme"
en haalde belegen schrijvers aan, die ten voordele van het kapitalisme zich, hadden uitgesproken. Nu is de schrijver Heldring, een vooroorlogse figuur in een naoorlogs dagblad, toch al een verstandige oase, in een zeer grote en vreselijke woestijn. Hij kent nog oude regels, weet wat kan en niet kan, heeft een, nauwgezet geweten en een kostelijk taal besef. Bovendien heeft de naam Heldring nog altijd de klank van het Reveil, van de Heldring-gestichten en van een degelijke ouderwetse bankinstelling.
Deze J.L. Heldring haalt een pacifist uit 1914 aan, die toen al schreef: "dat oorlogen alleen konden vóórkomen, zo lang het kapitalisme onvoldoende gewassen is, want in beginsel, heeft het - kapitalisme een vreedzame tendens".
Nader verwees hij naar een economistsocioloog, die in 1952 publiceerde: "de industriële en commerciële bourgeoisie is fundamenteel pacifistisch en. ertoe geneigd aan te dringen op de toepassing van zedelijke voorschriften van het particuliere leven op de internationale betrekkingen.
Ja, hoe kapitalistischer de structuur en houding van een natie zijn, des te pacifistischer en des te meer ertoe geneigd, de kosten, van oorlog te wegen".
Is deze vreedzame taal nogal belegen en uit het kapitalistische westen zelf afkomstig - nu vond Heldring ook een en andermaal een recente Russische schrijver, die - voorzichtig en met in acht -neming van de daar geldende persregels - stelt: dat de op de markt (dus op winst) georiënteerde economie van het westen pas aan het begin van haar ontwikkeling is en een toekomst voor zich heeft "die we ernstig moeten nemen; of ons dat nu bevalt of niet".

Ziehier een punt, waarover westerse en oosterse economen het met elkaar eens gaan worden: dat een land, gebaseerd op 'het kapitalisme, liever vrede dan oorlog zoekt. De Russische reserve "of ons dat nu bevalt of niet" moet ook meegeteld worden: die gaat namelijk bewust en wetenschappelijk tegen de officiële zienswijze In, dat kapitalisten altijd op oorlog uit zouden zijn.
Wat is dan dat kapitalisme eigenlijk, wanneer daar zo'n vredelievendheid mee gepaard gaat?
In tegenstelling tot het socialistische, dat is het coöperatieve stelsel dat op arbeid is gebaseerd, gaat de westerse economie uit van het geld, het kapitaal.


Het kapitaal is de opsomming van een groot aantal spaarpotten, stelt een ondernemer in staat lonen te betalen, nuttige of fraaie of zeldzame goederen te produceren of diensten te verlenen en van de opbrengst van zijn onderneming rente en winst over te houden. De winst mag gezien worden als het ondernemers loon of als u wilt: zijn rapportcijfer.

Het economisch beginsel is een bewust streven naar het grootste nut van het geringste offer. De concurrentie dwingt de ondernemer naar het beste product voor de laagst mogelijke prijs. De wens om te blijven bestaan (en zijn arbeidsplaatsen bezet te houden) drijft de ondernemer er toe, tijdig uit te zien of zijn product toekomst heeft, dan wel of er elders gaten in de markt vallen. En wie niet zelf aan het productieproces kan deelnemen gebruikt zijn spaarpot om een aandeel te kopen; zo neemt ook hij enigszins deel aan het economisch proces. Elkaar wacht hem dividend als loon voor zijn risico en vergoeding van gederfde spaarrente. Zo vormen wij samen een kapitalistische natie.

Zie daar tegenover de socialistische staten, die alleen arbeiders kennen. Het land is "van allen", dus allen zijn verplicht te werken en ontvangen daarvoor een (minimum) levensonderhoud. De huizen zijn "van allen", dus niemand kan wensen hebben, maar deelt het huis met andere families. Eigendom is diefstal, dus sparen heeft geen zin. Invaliden, gebrekkigen, ouderen hebben geen recht dan dat van ordelijk sterven. Hoewel men idealistisch spreekt van de mens als het enige waardevolle wezen in de schepping, wordt de mens door het systeem verlaagd tot een nummer. Geen wonder dat niemand spreekt over tuinen bij de huizen, van parken of recreatiebossen van amateursport; bezoekers zeggen dit alles verveloos en grauw is; de mensen, de materialen, het land, de natuur.

Nu kunt u terecht bezwaren hebben tegen een kapitalisme, dat evenzeer mensen uitbuit en tot nummers verlaagt.
Die tijd hebben we evenwel gehad. Ook hier heeft de wal het schip gekeerd: het arbeidsklimaat moet gezond zijn, wil er iets goeds geproduceerd worden. Als de mens niet tijdig ontspanning krijgt, als er niet enige luxe beschikbaar blijft, als er geen arbeidsvreugde is bij de vele inspanningen, kan de arbeider weinig waard zijn. Hij zou in de ziektewet komen.

Daarom streeft elke werknemer vandaag, al of niet door wetten gedreven, naar een prettige werksfeer en tevreden werkers. De ondernemersraden hebben een hele zeggenschap en behartigen de belangen van de arbeiders. Zodat deze arbeidsvreugde kennen.
Dat houdt tevens in, dat arbeiders en leiders hun geweten geen geweld zien aangedaan. Ze willen hun product of diensten met plezier de wereld zien ingaan.
Ze willen hun leven goed besteden, om daar straks met genoegen op terug te zien.

Daarmee komt het element geweten in het geding. Onlangs werd een hoogleraar in Twente benoemd, die les geeft in organisatiewaarden en bedrijf-
ethiek. Niet alleen leren jonge ondernemers de elementen van een bedrijf te doorgronden - maar ook om hun geweten in te schakelen, wanneer hun enige kapitaalmacht in handen wordt gelegd.
Het gaat deze hoogleraar niet om de wettelijke voorschriften - maar om het ongeschreven recht, het fatsoensrecht.
Het bedrijfsleven, zo zegt hij, kan niet aan de ethiek voorbijgaan.

Gezonde taal, die in de kapitalistische maatschappij geheel op zijn plaats is.
Een liberaal kan het aanvaarden, een christen niet minder. Vroeger zeiden sommige predikanten, dat een christen eigenlijk geen zakenman kan zijn. Maar het is andersom! Juist een christenmens kan een goed zakenman zijn: door ijver; door alle gaven van hoofd, hart en geweten.
te gebruiken; door zijn tijd te verstaan en die uit te kopen; door moedig de problemen te lijf gaan; door oprecht in handel en wandel te leven; door de gunst van alle mensen te verdienen en een verbeurde zegen van God te ervaren.

Terug naar af: Kan een kapitalistische maatschappij ook maar enig belang hebben bij oorlog? Antwoord: juist niet.
Het roven van andermans bezit brengt immers geen blijvend voordeel; het ondergaan van eigen soldaten, families, steden is met geen goud te vergoeden.
Elke vijandschap brengt verlies van afzetgebied mee. Maar een collectieve wereldhandel kan, met behoud van gezonde concurrentie, alleen heilzaam werken voor alle betrokkenen.
Karl Marx moet de doctrine hebben gebracht: dat de hele wereld gewonnen moet worden voor het socialisme.
Goedschiks of kwaadschiks. Het is voor ons de vraag of dit stelsel kan blijven bestaan in de veranderende wereld: De Russen weten zelf langzamerhand wat hier in het westen te koop is: aan kleding, kunst, voeding, woongenot, vrijheid. Ze beseffen ook, zie Tsjrnobil dat de technocratie de mensheid niet gelukkig maakt. Een van hun jonge economen schrijft vandaag dan ook: dat men de westerse kapitalistische economie serieus moet nemen, of ons dat nu bevalt of niet. Knappe koppen gaan twijfelen aan
Marx' doctrine: dat de wereld door de oorlog voor het socialisme gewonnen moet worden. En als dit de vrucht van ons kapitalistische stelsel mag zijn, kunnen we heel wat schaduwkanten ervan op de koop toe nemen. Dunkt ons.


*) 31-7-1987. Hij is intussen al aangevochten, wat geen kwaad teken is.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief