De laatste vijand

1988-10-28
  • Jaargang 32
  • nummer 40
De dood op een afstand
Indertijd heeft dr H. Algra in het Friesch Dagblad eens gewezen op het verschil in benadering tussen "de dood op een afstand" en de "dood dichtbij".
Via de media, krant, radio en t.v. worden we vrijwel dagelijks op ruwe wijze gekonfronteerd met de dood op een afstand.
Regelmatig zien we gruwelijke beelden van verminkte en dode mensen.
Verkeersongevallen met· dodelijke afloop, het doden van mensen in oorlogen tussen de volken en in burgeroorlogen, mensen die van honger sterven enz.
enz. Het zijn heel normale taferelen op de beeldbuis. Zelfs voor kleine kinderen is dit een heel gewone zaak geworden.
De dood op een afstand raakt ons niet meer. Dit alles is bepaald niet goed voor de opvoeding van onze kinderen, maar ook volwassenen worden er in zeer ongunstige zin door beïnvloed.

De dood dichtbij
Heel anders staat het, zo merkte Algra terecht op, met de dood dichtbij. Deze is een randverschijnsel in onze samenleving geworden. De dood dichtbij wordt in onze dagelijkse samenleving juist zoveel mogelik weggestopt.
Dat was vroeger heel anders. De mensen ~tierven meestal in eigen huis, vaak omnngd door familie en vrienden. Na het overlijden zag je overal tekenen van rouw. De gordijnen gingen dicht. Men was een tijdlang in donkere rouwkleren gekleed. De rouwstoet was op straat duidelijk zichtbaar. Het verkeer stopte eerbiedig als ei een rouwstoet naderde.
De dingen, die met sterven en dood te maken hebben worden zo goed mogelijk weggemoffeld.
In de laatste fase van hun leven vertoeven de meeste mensen in een ziekenhuis of verpleegtehuis. Vaak sterven ze zonder dat hun naaste familie er bij is.
De overledene wordt keurig opgebaard bij een uitvaartvereniging. He( merendeel van de overledenen wordt nu gecremeerd.
Dat gebeurt heel efficiënt, maar mag vooral niet te lang duren. Bij een begrafenis wordt men wel iets meer met de dood gekonfronteerd, maar ook daar tracht men de dood te camoufleren: Zo is het steeds meer gebruikelijk geworden de kist niet meer in tegenwoordigheid van de familie te laten zakken. Dat is, zo beweert men, te pijnlijk voor de nabestaanden.
In de advertenties lezen we niet, dat iemand is overleden, maar dat iemand is heengegaan. Dat klinkt veel neutraler.
Maar is het wel goed om de dood zo weg te stoppen? Levenden moeten toch de moed hebben de dood serieus te verwerken.
De wijze waarop nu met de dood wordt omgegaan, heeft o.m. tot gevolg dat er steeds meer behoefte opkomt naar steunverlening bij de rouwverwerking.
Wij mensen moeten, anders dan de dieren, bewust met de dood omgaan. De chinezen kregen vroeger bij hun huwelijk al een doodkist, die dan op zolder werd gezet. Dat was nog niet zo vreemd.
Christelijk leven is ook eerlijk worstelen met de dood.

Omgaan met verdriet
Eenmaal krijgen we allen zelf met de dood te maken. "Het is de mens gezet eenmaal te sterven". Hoe de dood is, dat weten wij niet. Wel ervaren we, dat het sterven vaak een langdurig en smartelijk proces is. Zowel lichamelijk als geestelijk gaat er dikwijls veel lijden aan vooraf.
Daar is in de eerste plaats het lijden van het lichaam, de ziekte, de benauwdheid, de ontluistering. Daar komt bij het afscheid moeten nemen van onze geliefden, Vooral als we jong zijn zitten we met ontelbare banden aan ons leven in deze wereld vast. Wel komt het voor dat zieke, later stervende mensen door dit proces losraken van het leven en van de geliefden, waarmee ze lang verbonden waren.
Voor de mensen, die met de stervende verwant zijn is dat afscheid vaak veel moeilijker. Ook als we vertrouwen, dat onze dierbaren in de Here ontslapen zijn, dan blijft voor de achtergeblevenen toch het verdriet van de scheiding.
Christelijk leven is meelijden met de stervenden, maar ook met de nabestaanden.
Daarom moeten we ook voor zover mogelijk zorg dragen voor hen die achterbleven.
Maar we zijn zulke slechte troosters.
Zo zeggen we nog al eens tegen de nabestaanden, dat ze flink moeten zijn en hun verdriet niet tonen. Maar is dat wel juist? Mogen we niet treuren, huilen en ons laten troosten? Ik denk aan Jezus van wie we lezen, dat Hij bij het graf van zijn vriend 'Lazarus weende. Er mag dan ook best plaats zijn voor emoties.
Wanneer dan de begrafenis achter de rug is, dan blijft het verdriet, het pijnlijke gevoel, datje iets voorgoed verloren hebt. De getroffenen moeten dan weer van de dood naar het leven geleid worden.
Zij, die door dat verdriet getroffen zijn, bemerken vaak tot hun schrik, dat ze geïsoleerd raken. Men weet niet goed hoe men zich tegenover de treurenden gedragen moet. We weten helaas steeds minder van de dood en kunnen daarom ook niet goed troosten.
Van belang is al als we tenminste kunnen luisteren met geduld en met liefde De getroffene moet zijn emoties kwijt en alleen al door begrijpend te luisteren kan men troost bieden.
En natuurlijk mogen en moeten wij als grote troost wijzen op de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons troost in alle druk.

De laatste vijand
Christelijk sterven is mogen weten, dat de grootste vijand de dood is overwonnen.
De laatste vijand, die door Christus onttroond wordt, zo lezen we in 1 Cor. 15, is de dood.
Maar laten we nooit vergeten, dat de dood onze vijand is. Dat is wat anders dan de dood beschouwen als niets meer en niets anders dan een natuurlijk proces, dat naar het einde leidt.
Zo spreekt het ongeloof over de dood en zegt er dan ook meteen bij, dat het dan ook afgelopen is.
Dichters hebben getracht de dood als een goede zaak voor te stellen. Men spreekt zelfs over de goede dood. Deze dwaze gedachte vindt u zelfs in gezang 400: "Lof zij U Heer om zuster dood, Halleluja ... "
Maar de Schrift zegt: neen, de dood is de laatste vijand. Paulus noemt in datzelfde hoofdstuk de gestorven brs en zrs. "zij die ontslapen zijn". Letterlijk staat er beginnen te slapen. De doden zijn zij, die gingen slapen, totdat zij wakker gemaakt zullen worden. Want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden.
De dood is verzwolgen in de overwinning.

Allerzielen
Waarom houden wij als kerken geen dodenherdenking?
Binnenkort is het 2 november. Sinds de 14e eeuw is het dan een r.k. feestdag.
Allerzielen. Vroeger dacht men bij Allerzielen aan de zielen in het vagevuur wier bevrijdingsuur door het gebed moest worden vervroegd. Inde Nieuwe Catechismus wordt er echter voor gepleit deze voorstelling los te laten en terugkerend tot de oudchristelijke soberheid de loutering te zien als behorend .bij de dood. Dat gebed blijft nodig, omdat er bij de mens nog zoveel afkeer en onwil is overgebleven ook al sterft hij in genade.
Deze opvatting moeten wij afwijzen, daar de Schrift ons zegt, dat we na ons leven terstond bij Christus zullen zijn.
Hoe dat is weet ik niet. Ik geloof ook niet, dat de Schrift ons dat meedeelt en dan moeten wij er ook maar niet over speculeren.
Zeker is echter, dat we direkt bij Christus mogen zijn na ons sterven. Christus heeft immers alles volbracht. Daarom houdt bij de dood de pelgrimsreis van de christenen op en is hij in zijn Vaderland aangekomen.
Bij de Reformatie is Allerzielen wel radikaal afgeschaft, maar toch wordt in de 326. Lutherse kerk in Duitsland nog altijd een dodenfeest gevierd. Bij de Hernhutters heeft men op Paasmorgen een dodenliturgie.
In Zwitserland heeft men aan het eind van het kerkelijk jaar, in november, een dodenzondag.
Prof. dr. K. Schilder heeft in "Om Woord en Kerk" dl. 2blz. 16 e.v. erop gewezen, dat de gedachte van een opzettelijke dodenherdenking zuiver christelijk is. Hij bedoelt daarmee niet het gedenken van een bepaald familielid, maar het opzettelijk gedenken van onze doden. Dit is onze armoede, zo meent Schilder. Mogelijk hebben wij te weinig innigheid in onze liefde. Aan levenden denken is geen kunst, maar de doden herdenken dat is liefde. Zij kunnen ons niets teruggeven. Als wij dan toch tot hen komen, dan is dat liefde. Allermeest, als die liefde rust in de wetenschap, dat zij leven bij God, terwijl wij leven in God.
Dat betoog van prof. Schilder spreekt mij wel aan.
Zou het vooral in deze tijd, nu men tracht de dood zoveel mogelijk weg te moffelen, niet goed zijn dat de kerk eens opzettelijk op een bepaalde dag laat zien, dat wij leven vanuit de verwachting, dat Christus de Opstanding en het Leven is en dat zij, die in Hem geloven, zullen leven, ook als zij' sterven.
Zij, die stierven, gingen ons voor, maar wij zijn toch één Gemeenschap.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief