Een huisbezoek-verslag (3)

1987-11-20
  • Jaargang 31
  • nummer 44
Aanvechting
Het geloof dat de wereld geregeerd wordt door een rechtvaardige God kan soms danig worden aangevochten. Vooral als je het persoonlijk of als kerk, misschien als volk, erg zwaar te verduren hebt. Dan bestaat het gevaar, dat je gaat mokken: Waar is de God van het recht? Ziet Hij wel wat er gebeurt? Waarom grijpt Hij dan niet in? Maken Gods vijanden het dan nog niet bont genoeg?

Dat kan b.v. heel goed de gedachte zijn geweest van die christen, die voor de oorlog eens in debat ging met Mussolini, de bondgenoot van Hitler. Toen deze man iets over God wilde zeggen, keek Mussolini op zijn horloge en zei: "Ik geef God vijf minuten. Als Hij werkelijk bestaat moet Hij dat maar eens bewijzen door mij binnen vijf minuten te doden. Gebeurt dat niet, dan bestaat Hij niet!" Zal die gelovige niet hebben gezucht: Waar is de God van het recht?
Mussolini en Hitler behielden de macht ten koste van o.a. zes miljoen Joden. Een Jood, die deze afgrijselijke massamoord overleefde, schreef een aantal jaren geleden: "Of er een God is weet ik niet. Ik weet alleen: àls er een laatste oordeel is en ik zou voor Hem verschijnen, dan zeggen mijn hersenen en mijn gevoel, dat Hij voor mij zijn ogen neer moet slaan!"
Deze Jood van de 20e eeuw zal zich ongetwijfeld kunnen vinden in de klacht van de Joden in Maleachi's dagen: '"Ieder die kwáád doet, is goed in de ogen des HEEREN en aan hèn heeft Hij een welgevallen; waar is anders de God van het recht?" Ook zij zouden God wel eens bij hen op het matje willen roepen. Want is dat een manier zoals Hij regeert?
Ongetwijfeld hadden deze mensen het niet gemakkelijk. Zij waren uit de ballingschap teruggekomen met rijke beloften in hun oren. De gouden eeuw van Salomo zou in nog heerlijker glans terugkeren. Maar wat was dat toen bitter tegengevallen. Men kreeg te kampen met vijandschap van de buurvolkeren en intern met ekonomische malaise als gevolg van misoogsten. En daaruit vloeiden weer allerlei sociale misstanden voort. De armsten en de zwaksten trokken zoals altijd aan het kortste eind. Dat is de achtergrond van hun klacht.

Klagen en klagen is twee
Nu horen we een dergelijke klacht vaker in de Bijbel. O.a. in Ps. 73 lezen we hoe de dichter zich heeft afgetobd met de vraag waarom het de goddelozen goed en de vromen slecht gaat.
Of Pred. 8: 11: Omdat het vonnis over de boze daad niet aanstonds voltrokken wordt, daarom is het hart der mensenkinderen in hen begerig om kwaad te doen, daar een zondaar honderdmaal kwaad doet en toch lang leeft. En vs. 14: Er is een ijdel ding, dat op aarde geschiedt: er zijn rechtvaardigen, wie het gaat naar de verdienste der goddelozen en er zijn goddelozen, wie het gaat naar de verdienste der rechtvaardigen; ik zeide dat ook dit ijdelheid is.
De dichter van Ps. 10 laat het niet bij deze konstatering. Hij richt zijn oog omhoog en roept naar de hemel: Waarom, HEERE, staat Gij van verre (vs l)? Sta op, HEERE, vergeet de ellendigen niet. Waarom smaadt de goddeloze God, spreekt hij in zijn hart: Gij vraagt geen rekenschap, Gij ziet het, want Gij aanschouwt moeiten en verdriet (vs 12-14).
U ziet, de Joden uit Mal. 2 staan niet alleen met hun klacht. Maar ook al lijken de klachten op elkaar, tussen de klágers is toch een opmerkelijk verschil.
Waar het op aankomt is: heeft men de vreze Gods behouden of niet?
Om die vreze des HEEREN, het eerbiedig ontzag voor de hemelse Koning, daarom gaat het telkens weer in de gesprekken van Maleachi met net volk. De psalmdichters en prediker laten God in zijn waarde. Ze hebben het moeilijk met de werkelijkheid. Ze zien een schrijnende kloof tussen geloof en ervaring. Ze kunnen Gods handelen, of juist zijn niet-handelen onmogelijk begrijpen. De dichter van ps. 10 roept Hem dan ook hartstochtelijk tot aktie.
Maar God blijft voor hen de God van het recht en de God van het Verbond.
Ja, juist omdat Hij de God van het Verbond is. hebben ze het moeilijk met wat ze om zich heen zien of aan den lijve ervaren. Maar ook juist omdat Hij de God van het Verbond is.
houden ze Hem aan zijn verbondsbeloften.
"HEERE, beloofd is beloofd en belofte maakt schuld!"
En God stelt dat ook op prijs. Hij vindt het fijn om te horen als u Hem aan zijn belofte houdt. Dan weet Hij tenminste dat er bij u wat leeft, dat u vurig verlangt naar zijn vrederijk.
Dan weet Hij dat al de ellende en al het onrecht om ons heen u ook pijn doet. God stelt het op prijs als u er onophoudelijk bij Hem op aandringt eindelijk recht te doen, orde op zaken te stellen. Denk aan Christus' gelijkenis van de weduwe, die haar recht zocht bij een onrechtvaardige rechter (Luk. 18:1-8). Denk maar niet. dat u de rechtvaardige Rechter van hemel en aarde vermoeit met uw smeekbeden om recht te doen.
Nee móe wordt God van klagers, die denken dat ze Hem door hebben.
Die allang hun konklusies getrokken hebben en zeggen: God? Praat me er niet van! Als Hij niet gauw een eind komt maken aan de chaos op aarde, dan weet ik genoeg! Dan is Hij een kapitalistengod. die het houdt met de hoge heren, de uitbuiters!
Ja want in de ogen van de Joden in Maleachi's tijd is het bij God niet zozeer een kwestie van niet-kunnen, maar meer van niet-willen-straffen van hen, die kwaad doen. Hij is kennelijk op hun hand! Wie zo klaagt verwacht min of meer dat God met gebogen hoofd en neergeslagen ogen voor hem staat.
Dit is gebrek aan vrees, aan eerbiedig ontzag voor God! Hier is alle besef van kleinheid voor het aangezicht van de Schepper verdwenen. Hier staan leerlingen hun meester de les te lezen.
Hier staan kinderen hun vader een pak voor de broek te geven. En dàt kàn nièt!

God in zijn waarde laten
Een goede meester zal zijn leerlingen echt niet de mond snoeren als ze wat hebben aan te merken. Een goede vader zal niet onmiddellijk alle vorm van kritiek van zijn kinderen hardhandig de kop indrukken. Maar de leerling moet wel leerling en het kind moet wel kind blijven.
Zo moet het schepsel altijd schepsel blijven in onderdanigheid tegenover de Schepper. Dan moet ik weer denken aan dat mannetje Mussolini, die God uitdaagde hem binnen vijf minuten het leven te ontnemen als Hij echt bestond. Het zou wel eens te veel eer voorhem geweest kunnen zijn als God daar werkelijk op inwas gegaan.
Alsof God. onder de indruk van zo'n uitdaging. maar zo snel mogelijk had willen bewijzen dat Hij toch echt wel bestond.
God komt op het moment en op de wijze. die Hem het beste passen.
Wanneer God iets niet binnen vijf minuten doet, noch binnen vijf maanden of jaren of zelfs eeuwen, dan betekent dat nog niet dat Hij het nooit doet.
God grijpt lang niet altijd in op de momenten, waarop wij menen dat het zou moeten gebeuren. God is zo volkomen vrij in zijn doen en laten, dat Hij zich de tijd niet laat voorschrijven.
Vandaag is snelle bediening een toverwoord. In de zakenwereld weet men wel wat de klanten wensen. Wie niet snel geholpen wordt, gaat naar de konkurrent. Maar God laat zich niet zo onder druk zetten. Het ontbreekt er nog maar aan, dat we God in ons bidden gaan behandelen als een automaat: van boven een geldstuk in de gleuf en van onderen de kant en klare artikelen in de treklade.
Maar God is in het verhoren van onze gebeden niet de dienaar, die vliegt op onze wenken. Hij is de HEERE der heerscharen, Heer van de hemelse legermachten!
Het is niet voor niets, dat Maleachi Hem telkens weer juist met deze indrukwekkende titel aanduidt (1:4, 6, 8, 9,10,11,13,14; 2:2, 4, 7 enz.). In totaal 24 keer! Hij wil het zijn hoorders inprenten: Kóning is Hij. We mogen onze wensen bij Hem kenbaar maken. We mogen onze klachten bij Hem indienen. We mogen Hem oproepen om recht te doen.
Dat stelt Hij juist bijzonder op prijs.
Maar we moeten in vol vertrouwen in zijn goedheid en rechtvaardigheid en wijsheid de beslissing over het juiste moment en juiste wijze aan Hem overlaten!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief