Moeten wij lid worden van het O.J.E.C. (1)
1987-11-20
Enige tijd geleden ontving de redaktie het hieronder afgedrukte 'ingezonden'. Het is even blijven liggen, want ik wilde er de tijd voor nemen. Er rustig over nadenken en er een weloverwogen antwoord op geven. De zaak waarover het gaat is de moeite waard.- Jaargang 31
- nummer 44
Soms vragen lezers mij,waarom ik toch aan dit onderwerp (de verhouding tussen joden en christenen) zo’n aandacht schenk. Deze vragers zou ik willen verwijzen ,!aar het jongste boek van dr S. Schoon "Leven in één wereld, een uitdaging voor joden en christenen! Ik kom op dil boek nog terug, maar zeg hier alvast dat het de verhouding tussen synagoge en kerk in een wereldwijd kader plaatst, waarin het Inderdaad thuis hoort. Tot zover ben ik het met dr Schoon eens. Maar nu eerst het 'ingezonden'.
H. de Jong
Vreugde in een ontmoeting
Mode of een zaak van levensbelang Onlangs mocht ik deelnemen aan een weekend van het OJEC, Overlegorgaan van Joden en Christenen. Deze weekends worden één keer per jaar gehouden om als Joden en Christenen samen te leren en te vieren.
Het is heel inspirerend om in alle openheid naar elkaar te luisteren en samen onze God lof te zingen. Wat kunnen ze zingen trouwens, onze Joodse vrienden, ze weten van geen ophouden. Je kunt zien, dat ze familie zijn van .de dichter van psalm 119, die ook niet uitgezongen raakte over Gods levendmakende thora (wet).
In tegenstelling tot de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken participeren wij als Nederlands Gereformeerde Kerken niet in het OJEC. Gelukkig ben ik in de Gereformeerde Kerken altijd gastvrij ontvangen en was welkom op hun studiecentrum in Leusden. Ook houden zij mij via het blad Kerk en Israël op de hoogte.
Er wordt bij ons nogal gewaarschuwd tegen verjoodsing, vooral ds de Jong heeft er veel over geschreven en kritische vragen gesteld. Toch zou ik ook hem een paar vragen willen stellen.
Os De Jong schrijft in Opbouw 26-9-'86, dat hij op de vraag of de Joden, die zich niet tot Christus bekeren, verloren gaan, pleegt te antwoorden: " Daar ga ik niet over". Ik zou de vraag van de toekomst naar het heden willen verplaatsen: "Zijn de Joden hier en nu verloren?"
Gaat hij daar wèl over? Vallen zij nu buiten Gods genade?
In Opbouw van 31-10-'86 staat een preek, die Os de Jong hield op het Begijnhof op 25 juni 1986. In die preek wordt de kern van Gods woord geraakt en wel de houding, die de mensen aannemen tegenover verzoening. Os De Jong zegt dan terecht, dat, als je je tegen die verzoening verzet, het geweld gaat beminnen. Hij noemt dan veel voorbeelden.
Nu zou ik willen vragen: "Is het niet het geweld van de theologie, waarmee we Joden buitensluiten van Gods verzoenende. genade met uitspraken als: Extra Ecclesiam nulla salus" (Opbouw 3-4-'87). Ook wanneer we zeggen: "Joden sluiten zichzelf erbuiten en behoeven geen verzoening, want ze kunnen hun eigen heil bewerken" gebruiken we geweld. Het geweld van de zonde tegen het 9e gebod. En de Gemeente is gerustgesteld, want ze dacht altijd al, dat de Joden leefden van de wet en Christenen van genade: Maar bij lezing van de liturgie van Jom Kippoer (Grote Verzoendag) word je getroffen door de eindeloze herhaling, dat God het is, die als Koning verzoent en verlost, omwille van Zijn grote Naam.
Als we elkaar. een plaats in de hemel ontzeggen, zal er ook op aarde geen plaats blijken te zijn. Als we elkaar Gods helende genade ontzeggen, zullen we ook buiten elkaars helende liefde vallen en maken we elkaar kapot tot in de gasovens.
De artikelen van ds De Jong "Niet voor de Jood, alleen voor de Griek"? lopen uit op ergernis. Ergernis over de wagon van de kerk aan de Joodse trein op weg naar het Koninkrijk Gods, die slechts als de koppeling intact blijft het einddoel bereikt. Maar ik vraag: ,,Is het niet God zelf, die het beliefde het heil van de volken te koppelen aan het heil van zijn volk Israël (bv. Rom.11)? "Nee, het heil komt niet uit de hoge hoed van de Joden" (Opbouw 5-12-'86).
Natuurlijk komen er vragen, zoals ds De Jong ze ook stelt: "Hoe zit het dan met het middelaarsschap van Jezus Christus? Het lijkt wel of het Joodse volk onze middelaar is" Ontzettend bedreigende vragen. Levensbedreigend!
En we willen wegvluchten om de vragen te ontlopen. want we zijn bang onze Heiland te verliezen. Maar als we Hem oprecht zoeken, zullen we ervaren, dat God ons vasthoudt. Denkende dood te gaan, zullen we zien, dat we leven, en in plaats van Hem te verliezen zullen wij zien zoals Hij is. En dit geheimenis is zeer groot.
Naar aanleiding van Opbouw 10-4-'87 zou ik mijn laatste vraag willen stellen.
Lijken wij niet op Efraïm? Hebben wij Jezus Christus niet losgemaakt van de wet en de profeten en dus van David en zijn wij zo niet losgeraakt van onze Heiland zelf! Hebben wij het evangelie niet te veel vergeestelijkt en zo alle vragen van dit aardse bestaan buiten de kerkdeur gehouden? Geen politiek en maatschappijkritiek
van de preekstoel! Is onze wereld niet liefdeloos en koud geworden?
En is de tijd niet gekomen, waarover Jezus sprak in Matth. 24.
Daarom is het geen zaak van mode maar van lévensbelang! Misschien verwerpt God ons nog niet van voor Zijn aangezicht (Opbouw 10-4-'87), áls wij ons omkeren naar Jezus, de Jood, die niet kwam om de wet en de profeten te ontbinden.
Zo zullen wij dan niet scheiden, wat God heeft samengevoegd, heden en toekomst, Jood en Griek, wet en evangelie.
Maar leven in de spanning van het onderscheiden, en de pijn niet ontlopen, die voelbaar is in de ontmoeting na de scheiding van Kerk en Synagoge. De pijn om Jezus Christus, de pijn om de wonden van de Grote Dood (zoals rabbijn Soetendorp Auschwitz noemt), die nooit genezen; Elie Wiesel schrijft in zijn boek "Een Jood vandaag" over de pijnen de verbijstering, maar niet nadat hij er 10 jaar over gezwegen heeft.
Zo is dan de vreugde in de ontmoeting vele malen groter dan de pijn. God zij dank zijn er nog Joden en onder hen enkele die de ontmoeting aandurven. En in die ontmoeting mogen wij samen ons hart ophalen aan al Gods gunstbewijzen.
In die vreugde wilde ik U laten delen.