Geloven we het wel? (8)

1987-11-20
  • Jaargang 31
  • nummer 44
Vorige week werd de aandacht gericht op het stellen van vragen. In deze aflevering gaat het vooral over de 'grondhouding'. Drie opmerkingen vooraf het artikel richt zich met name op de houding van ouders en ouderen. Daarmee wordt niet bedoeld dat jongeren hun eigen houding niet ter diskussie behoeven te stellen; het aksent ligt op de ouderen vanwege de opvoedkundige invalshoek van de serie. Verder moet ook bij dit artikel worden benadrukt dat het niet om de schuldvraag gaat, de 'kortsluiting' die (o.a.) in gezinsverband kan ontstaan vormt een feitelijke konstatering.
En tenslotte: 'wanneer er in deze 8e aflevering spanningen worden beschreven, wil dat uiteraard niet zeggen dat gezinssituaties vooral door spanningen gekenmerkt zouden worden. Evenmin wordt ermee bedoeld dat spanningen altijd vermeden moeten worden.

Konflikten
Soms kunnen spanningen over betrekkelijk onbelangrijke zaken uitgroeien tot konflikten. die muurvast zitten. De kans dat dit gebeurt is meestal groter naarmate mensen - vooral in emotioneel opzicht - meer met elkaar te maken hebben. Deze spanningen gaan aan het christelijke gezin en de christelijke gemeente niet voorbij. Wanneer zich ernstige blokkades in de kommunikatie voordoen, kan men beter spreken van “partijen" waarbij men er wederzijds op uit is fouten van de ander op te merken en kritiek op de ander uit te oefenen.
Het behoeft geen betoog dat dergelijke konflikten gezin en christelijke gemeente geen goed doen.
Soms wordt - ten gevolge van spanningen - ieder kontakt met anderen verbroken.
Wat ouders betreft moet worden opgemerkt dat - hoewel enige afstand op emotionele gronden soms heilzaam kan werken - de deur naar de kinderen in principe toch altijd open moet blijven staan. Dat wil zeggen: een welkom zonder voorwaarden vooraf.
Dr. W. H. Velema noemt een tekst die in dit kader tot nadenken kan stemmen.
"Kastijd uw zoon, maar laat u niet verleiden hem te doden" (Spreuken 19 vers 18). Hij verbindt aan deze tekst de - wat afwijkende - uitleg dat de tucht noodzakelijk is, maar dat het kontakt met kinderen niet mag worden verbroken (1).
In dit verband kan geen beter (in de betekenis van: positief) bijbels voorbeeld genoemd worden dan de ‘gelijkenis van de verloren zoon'. In een vastgelopen verhouding is het toch de vader die op de uitkijk staat.

Positieve grondhouding
Een positieve grondhouding geeft de mogelijkheid om in vastgelopen situaties nog eens een nieuwe start te maken.
Dat op papier zetten is gemakkelijk, de praktijk is heel wat weerbarstiger. In ieder geval is het op zo'n moment belangrijk om werkelijk naar elkaars standpunt te luisteren, aandacht te besteden aan elkaars interessen. Ik moet in dit verband vaak denken aan een EO-uitzending met Feike ter Velde, waarbij een vader in een volkomen vastgelopen gezinssituatie zijn zoon opzocht in zijn verloederde woonomgeving en eerst eens samen met hem naar diens popmuziek ging luisteren ...(2)

Positieve en negatieve belangstelling
Ds C. G. Geluk wijst in zijn boek "Hoe houden we de jongeren bij de kerk"? op de 'negatieve belangstelling' die veel jongeren ondervinden. Hij schrijft het volgende: "Jongeren krijgen soms het nare gevoel dat ze in de gaten worden gehouden, en dat ze voortdurend op hun hoede moeten zijn, dat ze niet over de schreef gaan met bepaalde werkvormen en aktiviteiten, want anders grijpt de 'inspektie' of het 'gezag' in. Maken ze het niet al te bont, dan horen ze niets en zien ze niemand". (3).
Tegenover deze 'negatieve belangstelling' noemt ds Geluk ook de 'positieve belangstelling': uit jezelf, zonder op inspektie te komen, gewoon uit belangstelling, eens binnen stappen, en meedoen, mee zingen, mee praten. Deze houding is bijzonder belangrijk. Wanneer jongeren positieve belangstelling ondervinden, worden eventuele kritische opmerkingen ook gemakkelijker aanvaard.

Grenzen stellen
Een positieve grondhouding is heel wat anders dan een kompromis. In de opvoeding gaat het enerzijds om soepelheid, anderzijds ook wel degelijk om het hanteren van normen, het aangeven van grenzen. Er is dan ook binnen de opvoeding op dat punt altijd een spanningsveld.
Soms ook leidt een kleine terechtwijzing al tot veel spanning, omdat een kind of opgroeiende jongere nauwelijks korrekties verdraagt.
Ouders die ieder initiatief van het kind goed vinden, geven geen leiding aan het gezin, voeden dus eigenlijk hun kinderen niet eens op. Het was Stoffels en Dekker in hun onderzoek opgevallen dat veel jongeren helemaal geen spanningsveld hadden ervaren met hun ouders, toen ze van de kerk afgroeiden.
"De in godsdienstig opzicht groeiende verschillen' met de ouders leiden tot weinig konflikten. Dit zegt iets over de godsdienstige ontwikkeling van de ouderen én over de algemeenheid van het sekularisatieproces" (4).
Wanneer ouders alles maar goed vinden kan het kind dat uiteindelijk als ongeïnteresseerdheid ervaren. Misschien zijn op korte termijn de spanningen dan wat minder, op langere termijn zal het beeld dat kinderen van het geloof van hun ouders hebben negatief worden beïnvloed. Het beeld dat vanuit het kind kan ontstaan is: Of het interesseert mijn ouders niet wat er met me gebeurt, Of ze vinden het geloof zo weinig belangrijk, dat ze er maar niet over spreken. met andere woorden: of je nou gelovig bent, of niet: het maakt niets uit.

Het moeilijkste moment van de opvoeding
Er kan in de omgang met elkaar echter ook een moment ontstaan waarop het menselijkerwijs gesproken beter is om het gesprek over het geloof te laten rusten: Spreken over het geloof leidt in bepaalde omstandigheden slechts tot verwijdering van elkaar.
Dat wil echter niet zeggen dat daarmee het gesprek met God ten einde is.
Waar het gesprek over het geloof tussen mensen niet meer mogelijk is, blijft het bidden voor elkaar wèl mogelijk. Het is opvallend dat dit wezenlijke onderdeel van de opvoeding in het geloof in de onderzoeken naar de oorzaken van kerkverlating vrijwel niet ter sprake komt.... Het loslaten van kinderen is het moeilijkste moment van de. opvoeding. De taak van de opvoeder is grotendeels ten einde. Dan komt het op pet geloof aan: bidden voor de kinderen en de rest aan God Overlaten. Ouders die blijven bidden voor hun kinderen tonen daarmee aan dat het geloof hen ernst is. Op hen is het eerder genoemde citaat van Stoffels en Dekker niet van toepassing.
"Ik leg de namen van mijn kinderen in Uw handen ... "

Literatuur
(1) Dr W. H. Velerna: pastorale hulp bij spanningen in gezinssituaties en samenlevingsrelaties.
(Het vierde hoofdstuk van: Verricht Uw dienst ten volle).
(2) Bruce Narramore geeft in “Opvoeden een opgave" een bijbels opvoedingsmodel weer, waarin deze houding centraal staat. Zijn visie wordt over enige tijd besproken in 'Opbouw'.
(3) Blz. 94 en 95.
(4) Geloven van huis uit, blz. 135.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief