Moeten we lid worden van het O.J.E.C.? (2)

1987-11-27
  • Jaargang 31
  • nummer 45

Een herinnering
Toen ik het stuk van Mevr. Noordhoek-de Putter dat we in het nummer van de vorige week opnamen las, moest ik denken aan de tijd dat ik nog student was. Ik heb me toen intens met het jodendom beziggehouden. Niet alleen las ik daarover alles wat los en vast is. Maar ik bezocht ook regelmatig de synagoge. Dat was in Groningen, in de Folkingedwarsstraat, als ik me goed herinner. Van tijd tot tijd liet ik mij daar zien op sabbath en ook wel op de hoge feesten. Ik denk daaraan terug met een gemengd gevoel van respekt en vervreemding. Maar ik kan onze inzendster goed begrijpen als zij zegt onder de indruk te zijn gekomen van de liturgie van Jom Kippoer, ofwel Grote Verzoendag. Toen ik die nog eens nalas moest ik zeggen: inderdaad die herhaling dat het God is, die als Koning verlost en verzoent, omwille van zijn grote Naam.

Zonde tegen het 9e gebod?
Toch heb ik geschreven en daar word ik nu aan herinnerd dat de Joden geen verzoening nodig hebben, omdat zij hun eigen heil bewerken. Hoe zit dat: Pleeg ik met deze opmerking geweld op het joodse volk. zoals mijn geachte tegenspreekster schrijft: Maak ik me schuldig aan de zonde tegen het 9e gebod door dit te beweren? Ik moet zeggen dat dit verwijt in het 'ingezonden’ mij het meest heeft gestoken. Ik zou het heel erg vinden als dit waar was. Daarom heb ik dit punt uitgekozen om er nader op in te gaan. Want wat voor zin heeft het nu eigenlijk dat ik bijvoorbeeld antwoord zou gaan geven op de vraag of ik erover ga of de Joden vandaag al of niet buiten het heil vallen! De Here Jezus zou zeggen: ...Ik oordeel niemand" (Joh: 8:15). maar ook: “Wie Mij verwerpt en mijn woorden niet aanneemt.
heeft een die hem oordeelt: het woord dat Ik gesproken heb, dat zal hem oordelen ten jongsten dage" (Joh. 12:48), Ik bedoel te zeggen dat het niet zo interessant is waar ik wel of niet over ga. Laten we ons dus beperken tot het punt van de verzoening.

Tesjoeva
Grotere kenners van het joodse geloof dan ik ben hebben mij geleerd dat het sleutelwoord" in de joodse verlossingsleer de term 'tesjoeva' is. Tesjoeva, dat betekent 'omkeer' in de zin van daadwerkelijke bekering. Het' woord 'bekering' alleen. zonder de toevoeging 'daadwerkelijk', en nog sterker het woord 'boetedoening', hebben het nadeel dat ze te innerlijk kunnen worden verstaan. Je kunt de tesjoeva niet konkreet genoeg opvatten. zo is de mening van de synagoge. Deze konkreet opgevatte tesjoeva nu bewerkt de verzoening.
In een joods geschrift van oude datum wordt het aldus voorgesteld: ..God zegt tot Israël: Verricht de omkeer in deze tien dagen tussen Nieuw Jaar en Grote Verzoendag. dan zal ik je op Grote Verzoendag rechtvaardigen en een nieuwe schepping van je maken."
De tesjoeva beslist over het eeuwig wel en wee van Israël. Ze is zo belangrijk dat ze, net als de Thora, gerekend wordt tot de zeven dingen die vóór de totstandkoming van de wereld geschapen zijn. Op een dag, zo wordt in de joodse traditie verteld, ging de grote Rabbi Jochanan ben Zakkai, vergezeld van zijn leerling Rabbi Joshua, de stadspoort van Jeruzalem uit. (Het was na de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70.) Op het zien van de tempelruïnes riep Joshua uit: "Wee ons, omdat de plaats waar Israëls ongerechtigheden verzoend werden, verwoest is!"
Maar de leermeester antwoordde: “Wees niet verdrietig, mijn zoon, want wij hebben een verzoening die wel zo goed is, namelijk de werken der barmhartigheid, zoals de Schrift zegt: Want Ik vraag barmhartigheid en geen offer (Hosea 6:6). En een andere joodse leraar, Rabbi Eliëzer, heeft gezegd: “Op de dag dat de tempel werd verwoest viel er een ijzeren muur die stond opgericht tussen Israël en de Vader in de hemel." Uit deze woorden valt op te maken dat in de tijd van de tempelverwoesting de verzoeningsdienst bij het altaar al lang niet meer essentieel was voor het Jodendom en dat daar iets anders voor in de plaats gekomen was.
Niet de door de Here Jezus bewerkte verzoening. zoals de Brief aan de Hebreeën ons voorhoudt. maar de hierboven genoemde tesjoeva.

"Ik, Ik ben het..."
In het licht hiervan dienen wij dan ook die liturgie van Jom Kippoer te bezien.
God wordt daarin uitbundig geloofd en geprezen. ja. maar eigenlijk niet om de eenzijdig van zijn kant aangebrachte verzoening, nee, ten diepste omwille van het feit dat Hij de mens het vermogen heeft geschonken om door de tesjoeva vergeving en verzoening te bekomen.
In Jesaja 43:24 en 25 lezen we: "Gij hebt Mij voor zilver geen kalmoes gekocht en met het vet uwer slachtoffers hebt gij Mij niet gelaafd. Neen, gij zijt Mij lastig gevallen met uw zonden. hebt Mij moeite, aangedaan met uw ongerechtigheden.
Ik. Ik ben het die uw overtredingen uitdelg om Mijnentwil en Ik gedenk uw zonden niet". Dit woord ademt een sfeer die moeilijk te verenigen is met de joodse theologie die uit de leer van de tesjoeva spreekt. In die zin heb ik het bedoeld toen ik schreef dat de Joden geen verzoening nodig hebben omdat zij hun eigen heil bewerken.
Dat is scherp gezegd. ik geef het toe, maar toch niet onjuist. Van leugen en geweld is hier geen sprake.
Waarom?
Wel zou ik van mijn kant mijn geachte gesprekspartner willen waarschuwen niet al te hard van stapel te lopen en de zeer diepe kloof die er tussen het joodse en het christelijke geloof gaapt niet te verdoezelen door het signaleren van oppervlakkige overeenstemmingen. Het trotse joodse tesjoeva-geloof staat vierkant tegenover het bijbelse geloof in de Middelaar. En ik stel deze vraag: waarom zouden wij de leer van de verdienstelijkheid der goede werken bij onze rooms-katholieke medegelovigen veroordelen en de tesjoeva-Ieer van de Joden die tien maal meer verwerpelijk is. door de vingers zien of zelfs als bijbels prijzen. Maar deze vraag stel ik over het hoofd van Mevr. Noordhoek-de Putter heen ook aan het O.J.E.C.
De christelijke deelnemers daarin beticht ik ervan dat de evangelische verlossingsleer bij hen niet veilig is. Daarover de volgende maal meer.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief