Schuldbelijdenis als daad van gehoorzaamheid

2011-04-15
  • Jaargang 55
  • nummer 8
‘Zondebelijdenis en herstel in het pastoraat’. Sommigen bladeren waarschijnlijk snel verder wanneer ze deze titel lezen. Want zondebelijdenis – alleen al het woord! – is toch alleen voor mensen die grove zonden hebben begaan?

Er zijn verschillende argumenten denkbaar voor het willen ontwijken van zondebelijdenis. Allereerst de gedachtegang: we staan in de vreugde van Jezus’ verlossing, dus waarom zouden we terugvallen in somberheid over zonden? Een andere motivatie kan zijn, dat zondebelijdenis iets is tussen God en onszelf.
Daar moet een ander afblijven. En verder zit er ook iets onheilspellends in: wie zijn schuld moet belijden, moet door het stof. Dat ondermijnt het streven naar zelfverwerkelijking en bedreigt de trots.

Toch ontdekte ik juist in het pastoraat hoezeer God wil dat we zonde belijden. Een belangrijke motivatie om dit juist een plek te geven in het pastoraat is, dat pastoraat vooral herstel van het individu zoekt, op allerlei terrein. Jakobus 5:16 zegt: ‘Belijdt elkander uw zonden (…) opdat u genezing ontvangt’. Sinds enkele jaren stimuleer ik hulpvragers om dit bewust in praktijk te brengen. Want mensen zijn zondig en worstelen er mee, soms onbewust. Daarom willen we doen als de eerste christenen, die ‘…hun schuld beleden en uitspraken wat zij bedreven hadden’, Handelingen 19:18. In het Oude Testament zien we trouwens al dat Gods volk dit geregeld moet doen. Het vindt vervolgens herstel.
Bij pastoraat denken hedendaagse christenen vaak aan ‘een luisterend oor’ of ‘bemoediging’. Over het benoemen en belijden van zonden hoor je weinig. Toch heb ik in mijn pastorale werk de onschatbare waarde van zondebelijdenis in de levens van mensen mogen zien. Het benoemen en belijden van zonden is een sleutel tot vrede met God, het brengt verademing en herstel. Ik pleit er dan ook voor om dit te erkennen als onmisbaar aspect van Bijbels pastoraat.

Zondebelijdenis als kracht
Op basis van mijn ervaring durf ik de stelling aan dat zonder het aanduiden en belijden van zonden ons pastoraat niet zijn volle geestelijke kracht en waarde zal bezitten. Zo bleef een zuster aan bitterheid lijden, doordat ze een bepaald wraakverlangen niet als zonde wilde of kon belijden. Er veranderde weinig voor haar. Anderzijds heb ik ook mogen zien hoe levenskracht en geloofsvreugde werden herwonnen, nadat een broeder had beleden dat hij zijn vrouw geen ‘eer bewees’ (1 Petrus 3:7), en daarvoor compensatie en rechtvaardiging had gezocht in voorbeeldig gedrag in kerk en maatschappij.
Dat je de hulpvrager in liefde terechtwijst en aanmoedigt tot belijden van concrete zonden, hoort er bij. Dit is dus meer dan enkel erkennen dat we zondig zijn. Een belangrijke motivatie hiervoor is de zegen die God belooft op zondebelijdenis: ‘Wie zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn, maar wie ze belijdt en nalaat, die vindt ontferming’ (Spreuken 28:13). Ontferming! Pastoraat dat effectief en vruchtbaar wil zijn voor iemands geloofsleven, moet ingebed zijn in een levende wandel met God (bij de hulpvrager en bij de pastor).
Binnen dat kader is zondebelijdenis net als het gebed iets waaraan God kracht verleent. Het is belangrijk dat de hulpvrager oprecht gelooft in de God die de zonde haat en veroordeelt, maar die ook wil behouden en zegenen op de voorwaarde van onze gehoorzaamheid (Deuteronomium 28:1-14). Als zo’n geloof er niet is, proberen we er samen naar toe te werken in gebed.

Praktijk
Spreken over concrete zonden doe je in de pastorale praktijk doorgaans pas wanneer er vertrouwen is gegroeid.
Dat is vaak een kwestie van aanvoelen, maar je kunt er ook gerust naar vragen: ‘Ervaart u genoeg vertrouwen om met elkaar over een lastig onderwerp als eigen tekortkomingen en zonden te praten?’. Het positief stellen van die vraag schept vaak al ruimte.
Vervolgens zet ik in met het samen vaststellen dat Jezus ons verzoende met de Vader, maar dat wijzelf elke dag die verzoening geweld aandoen.
Van daaruit bidden we om inzicht en zoeken concreet in onszelf: leef ik werkelijk als verzoend christen? Is mijn leven op orde? Houdingen en daden die niet ‘uit God’ zijn, worden in het besef toegelaten. Zonden worden onderkend: zonden die vrij gemakkelijk benoemd worden, maar ook zonden die een mens minder gemakkelijk over de lippen komen.
We stellen bovendien vast of er sprake is van zondige houdingen zoals zelfvoldaanheid, wrok of onoprechtheid en dientengevolge spanningen of gewetensnood.
We ondervinden dat de Heilige Geest zelf ons overtuigt van zonde (Johannes 16:8).
Wat we dan op het spoor komen, wordt beleden en voor Gods troon gebracht.
Er wordt zo mogelijk mee gebroken.
We vragen om volledige reiniging van die zonden door het bloed van Jezus, en verblijden ons over de herwonnen vrede met God. Gods tegenwoordigheid wordt reëler ervaren, omdat God niet langer ‘zijn aangezicht verborgen houdt’ als gevolg van onbeleden zonden (vgl. Jesaja 59:2).

Zoeken naar herstel
Pastoraat is gericht op het vinden van concreet herstel van allerlei lijden. Dat lijden kan het directe gevolg zijn van begane zonden. Psalm 107:17 zegt: ‘Er waren dwazen die wegens hun zondige wandel gepijnigd werden’. De ervaring van herstel na zondebelijdenis en bekering is in de praktijk soms sterk, zoals beloofd in 2 Kronieken 7:14: ‘‘Als zij zich verootmoedigen en zich bekeren van hun boze wegen, zal Ik uit de hemel horen, hun zonde vergeven en hun land herstellen’.
We belijden zonden vanuit de overtuiging dat ons leven niet per se al op orde is, nu Jezus onze zonden en straf heeft gedragen. We moeten ook elke dag bewust als bekeerde en geheiligde mensen blijven leven (1 Petrus 1:15) door dagelijkse schuldbelijdenis en verzoening. De grote winst is, dat de satan op de beleden en vergeven punten geen gegronde aanklacht meer heeft tegen de persoon waarom het gaat. De Here nam immers ook Jozua’s ongerechtigheid weg en bestrafte de satan, toen die hem om zijn zonden aanklaagde (Zacharia 3:1-4). Zo kan Satan’s invloed, merkbaar in verschijnselen als geloofstwijfel of emotioneel lijden, verminderen of verdwijnen.
Het in het pastoraat gezochte herstel wordt vooral gevonden in die twee zaken: geloofstwijfel en emotioneel lijden (bijvoorbeeld door gewetensnood).
We bidden om dergelijk herstel na zondebelijdenis, aangezien Gods Woord een nauwe samenhang schetst tussen zondevergeving en genezing (zie Psalm 103:3 en Jakobus 5:15). Zondebelijdenis zal overigens niet altijd merkbaar genezing brengen, maar ons wel recht voor God plaatsen. Dat laatste blijft de belangrijkste vorm van herstel.

Geestelijke strijd
De herhaalde Bijbelse oproep tot zondebelijdenis houdt dus een prachtige belofte in (zie nogmaals vooral Spreuken 28:13 en Jakobus 5:16). Tegelijk is het aan de orde stellen van zondebelijdenis in het pastoraat niet simpel.
Het belijden van zonden kan een moeilijk proces zijn, en besef van zondigheid gaat er soms in eerste instantie juist nog zwaarder door drukken.
Soms lijken herstel van geloofsvertrouwen en levensvreugde uit te blijven. Het is daarin merkbaar hoe de satan ons de weg van gehoorzaamheid wil versperren. Pastoraat is een geestelijke strijd.

Gehoorzaamheid
Toch meen ik op basis van het voorgaande dat het belijden van zonden in het pastoraat toenemend gepraktiseerd moet worden als daad van gehoorzaamheid, zonder welke we geen ontferming vinden. Dat is toch de weg die de Bijbel ons wijst? Al is het soms moeilijk, het is alles waard om deze weg te gaan. God laat zich daarbij niet onbetuigd. Het hervinden van geloofsvertrouwen, innerlijke vrede en levensvreugde door schuldbelijdenis in het pastoraat is realiteit. Het is een daad van gehoorzaamheid. Het is een kracht van de levende God in het hier en nu. Alle lof aan Hem.

Drs. Andy Beeftink is pastoraal werker in de NGK Ede en betrokken bij www.aquilapastoraat.nl.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief