Pastorale notities
1987-12-04
In "Trouw" van 10 november jl. schreef Ad den Besten een artikel onder de titel 'Beleefd nog niet eerbiedig'. Het gehele artikel is bijzonder de moeite waard, maar ik haak nu in op één zaak, die daarin ter sprake komt: het gebruik van 'u' en 'gij' in de openbare gebeden.- Jaargang 31
- nummer 46
"U is een burgerlijke beleefdheidsvorm" stelt Den Besten en hij zoekt daarvoor steun bij K. H. Miskotte die al 25 jaar geleden hierover schreef in "In de Waagschaal". Miskotte had een sterkte afkeer van het gebruik van u in het kanselgebed. Hij had wel eens een argument gehoord dat je bij de minister op audiëntie toch ook 'u' mocht zeggen maar hij wees dat af met de woorden: "Hier verwart men eerbied en beleefdheid en haalt categorieën der geloofsleer en der mede-menselijkheid door elkaar. Dat is ongeveer het ergste wat men doen kan: in het heiligdom beleefdheid betrachten "
Door dit oordeel van Miskotte voel ik mij persoonlijk sterk aangesproken, Toen ik omstreeks 1966 als student met preekconsent mocht gaan preken heb ik bewust gekozen voor het gebruik van 'u' in de gebeden. Dat kwam toen al wel voor (Miskotte schreef het bovenstaande in 1962), maar in onze kringen moet het toch wel erg nieuw geklonken hebben. Ik kreeg er van goede vrienden ook kritiek op. Zij vonden 'gij' . eerbiediger, maar ik bleef voor 'u' kiezen omdat het voor mij vertrouwelijker klonk.
Van zo 'n keuze moet men heel snel terugkomen, anders kan het niet meer. Het kan nu in elk geval niet meer. Het zou waarschijnlijk ook niet klinken. Nu niet meer. Maar ik, vraag mij af of ik 20 jaar geleden niet zou zij gezwicht voor het scherpe en fijnzinnige onderscheid dat Miskotte maakte tussen beleefdheid en eerbied. Tegenover de hoge God kan beleefdheid inderdaad brutaal zijn.
Spreekt dit mij nu soms aan doordat ik ouder ben geworden?
Dat is niet onmogelijk. Wanneer een mens ouder wordt, wordt alles aan hem ouder, ook zijn taalgevoel, maar dat behoeft niet te betekenen dat het er op achteruit gaat.
Wanneer ik nu in de kerk zit, ouder geworden, met taalgevoel en al, dan ervaar ik met blijdschap dat de breedsprakigheid. de retoriek uit de gebeden verdwijnt. Maar soms denk ik ook heel even: Pas op! Nu sta je voor de grens. Ik denk nu aan een uitdrukking als dankuwel Here" die ik regelmatig hoor. Dit is een verklaring van "ik dank U wel". En dat “ik" blijf je er toch doorheen horen maar het hoort in het kanselgebed niet thuis, hoe vertrouwelijk het ook klinkt.
De eerbied moet voorop blijven staan en moet het winnen van de vertrouwelijkheid. Beleefd moet je wel zijn tegenover je bovenbuurman maar niet tegenover God.