25 jaar Cogmawerk

1987-12-04
  • Jaargang 31
  • nummer 46
Het was 1 oktober j.l. 25 jaar geleden, dat er vanuit Twenthe een begin werd gemaakt met een stuk pastoraal werk onder Nederlandse militairen, die geplaatst werden in de Bondsrepubliek.

Hoe het begon en hoe het 25 jaar stand hield, leest U in onderstaande bijdrage.

Een stukje historie
In het jaar 1962 werden de eerste Nederlandse militairen naar West-Duitsland gezonden. Deze maatregel was een uitvloeisel van het Navoverdrag.

Noord Atlantische Verdrags Organisatie
Door dit verdrag (pact) had Nederland zich verplicht, om gezamenlijk met andere landen, de vrijheid te handhaven en zo nodig met militaire middelen te verdedigen.

Nederlandse garnizoenen en bases te
West-Duitsland
Zo ontstonden er militaire nederzettingen van de landmacht, o.a. te Seedorf-Zeven nabij Bremen en te Bergen-Hohne, later te Langemanshof in de Lunenburgerheide. Praktisch op dezelfde plaats waar eens het Derde Rijk zijn Wehrmacht drilde.
Ook de Koninklijke Luchtmacht werd ingeschakeld en er werden luchtmachtbases voor geleide raketten opgericht o.a. te Schöppingen, Rheine, Handorf bij Munster, Eric, Bohrnte, Hesepe bij Bramsche,Stolzenau a.d. Weser, Hessisch Oldendorf en te Blomberg. Inmiddels zijn diverse bases, door het in gebruik nemen van andere wapensystemen, weer opgeheven, zoals Rheine, Handorf, Bohmte Erle en Hessisch Oldendorf.

Verplaatsing van manschappen en materieel
Uiteraard bracht een en ander een grote troepenverplaatsing met zich mee.
Voor een niet gering deel van het beroepspersoneel betekende dit een vaak gedwongen verhuizing naar een nieuwe standplaats in West-Duitsland.
Bovendien was alles nog in opbouw, zodat zich veel problemen voordeden, o.a. met de huisvesting.
Voor het dienstplichtige personeel dat werd aangewezen om in West-Duitsland te dienen, waren de veranderingen eveneens ingrijpend. Men kon nu niet meer, zoals in Nederland, elk weekend naar huis. Men was in het begin zelfs een periode van zes weken ver van huis en haard.

Geestelijke verzorging
Bij onze defensie heeft men een eigen geestelijke verzorging.
Men heeft een protestantse en een rooms-katholieke geestelijke verzorging.
De leger-, luchtmacht- en vlootpredikanten c.q. aalmoezeniers worden door de diverse kerken voor kortere of langere tijd afgestaan. Vanzelfsprekend gingen er dus ook leger- en luchtmachtpredikanten mee naar West-Duitsland.

De taak van een leger- of luchtmachtpredikant
Deze is veelomvattend, Hij heeft met personeel te doen van allerlei rangen.
Zowel met beroeps, als met dienstplichtig personeel. Maar ook met de gezinnen van het beroepspersoneel. Hij geeft godsdienstonderwijs op de Navoschool.
Hij geeft GEVO-lessen (geestelijke verzorging) aan dienstplichtig personeel. Hij heeft te maken met vogels van allerlei pluimage. Er is veel tact en wijsheid nodig om als geestelijk verzorger het iedereen naar de zin te maken.
Voorts heeft hij iedere zondag voor te gaan in een kerkdienst voor de protestantse gezindte. Hij gaat mee op oefening, houdt conferenties. geeft catechetisch onderwijs. Bovendien is hii als predikant ook nog vaak belast met allerlei sociaal werk. zoals huisvesting. opvang van dienstplichtigen, met eerbied gezegd: 'een duizendpoot'.

Seedorf, het grootste garnizoen
Seedorf, hiervoor reeds genoemd. is het grootste garnizoen van de Nederlandse krijgsmacht in West-Duitsland. Seedorf heeft, in tegenstelling tot andere plaatsen, een eigen protestantse gemeente.
D.w.z. met ouderlingen. diakenen en een legerpredikant. die tevens fungeert als gezinspredikant.
Er werken momenteel in Seedorf vijf legerpredikanten.
In de overige plaatsen in West-Duitsland is op elke plaats één leger- of luchtmachtpredikant en één aalmoezenier geplaatst.
De vrijgemaakte Geref. kerk te Glanerbrug. De kerkeraad van deze gemeente zag het terecht als zijn roeping om de gezinnen, die tot hun kerk behoord. op te zoeken in plaatsen in het grensgebied.
Zo werden er huisbezoeken gebracht door ouderlingen te Schoppingen, Rheine, Bramsche en Handorf.
Er onstond een geweldige activiteit toen een eigen predikant de gelederen kwam versterken. Deze kreeg mede als opdracht om de gezinnen op de overige bases te bezoeken.
De kleine grensgemeente Glanerbrug groeide in die jaren van 80 zielen naar 220 zielen.
Glanerbrug werd door de kerken aangewezen als garnizoenskerk voor West-Duitsland. De christelijke gemeente van Seedorf kreeg door de kerk van Glanerbrug een aparte behandeling.
Hier was immers een zelfstandige gemeente met ambtsdragers. Hier had Glanerbrug voor wat het inschrijven van nieuwe leden betreft dus niets te zoeken.
De kerkeraad zag dit zeer juist.
Men heeft zich niet in te dringen in de dienst van een ander.

Toen kwamen er moeilijkheden met het kerkverband
Deze opvatting werd weldra niet door het grootste deel van het vrijgemaakte kerkverband gedeeld. Alhoewel eerst spontaan gesteund. bleek de kerk van Glanerbrug al spoedig in de verdachtenbank te zijn geplaatst.
Zo hield de kerke raad contacten met leger- en luchtmachtpredikanten die niet vrijgemaakt waren en zoiets is toch onschriftuurlijk. Zo redeneerde men althans.
Bovendien gaf de kerk van Glanerbrug geen voorlichting over synodebesluiten, ja men liet zelfs 'Open brief- schrijvers voorgaan in de kerkdiensten.

Buiten verband
'Buitenverbandstelling' kon dus niet uitblijven. Gelukkig waren velen in West-Duitsland dezelfde gedachte toegedaan als de kerkeraad. Er waren er jammer genoeg ook. die de kerkeraad de rug toekeerden. Zo werd een mooi stuk moeizaam opgebouwd werk in enkele maanden platgewalst. Tenminste dat dacht men.
Maar de Here had het anders beslist.
Enkele broeders namen het werk toch weer opnieuw ter hand alhoewel met gedunde gelederen. Door de moeite en verdrukking van die tijd ontstond het COGMA.

Als landelijke organisatie
Er werd een bestuur gevormd en de leiding werd opgedragen aan de legerpredikant in vaste dienst ds J. Goudzwaard.
Het COGMA presenteerde zich aan de kerken (thans in Nederlands Gereformeerde Kerken) en de kerken gaven hun fiat.

Wat is nu de doelstelling van het COGMA?
In het jaarboekje van de Nederlands Gereformeerde Kerken wordt deze als volgt omschreven: 'De commissie stelt zich ten doel het activeren van de geestelijke verzorging onder militairen en alleenstaanden en het leggen van contacten tussen kerken en betrokkenen.’

Zo werd het eenmaal begonnen werk voortgezet
Twee, soms drie maal per jaar werden en worden bezoeken gebracht aan alle onderdelen van onze krijgsmacht in de Bondrepubliek. Ook het aanbod van de prot. geestelijke verzorging om tijdens zo'n reis in een garnizoen of basis het Woord te bedienen in een kerkdienst werd met beide handen aangegrepen.
Niet alleen militaire gezinnen, maar ook burgergezinnen, indien maar enigszins bereikbaar, werden opgezocht.

De Christelijke Gereformeerde Kerken traden toe tot het werk
Op het verzoek van deze kerken tot samenwerking op het gebied van de geestelijke verzorging werd onzerzijds positief gereageerd. Er werd een Chr. Geref. Commissie Militaire Buitenland opgericht en na goedkeuring door wederzijdse deputaten kwam in 1972 een samenwerking tot stand. Zo werd het werk nog meer uitgebreid.
Het COGMA-werk is niet alleen voor militairen bestemd. Ook alleenstaanden en burgergezinnen willen we gaarne in onze contacten betrekken. Ook beperken we ons werk niet tot de mensen die in West-Duitsland woonachtig zijn.
We hebben in de loop der jaren contacten gelegd met dienstplichtigen en beroepsmilitairen en burgergezinnen in Curaçao. Libanon, België, Cameroun, Nepal. de Golfstaten, Spanje, Amerika, ambassadepersoneel in diverse landen, zelfs tot achter het ijzeren gordijn.
Voor zover de adressen van militairen en hun gezinnen ons worden doorgegeven (hieraan mankeert nog wel het een en ander), wordt aan hen toegezonden: Ons veertiendaagse periodiek 'Tot Uw Dienst'.
Voorts kunnen de gezinnen kiezen voor gratis abonnement op het blad 'Koers' of 'Opbouw'.
Tevens zenden we desgevraagd gaarne kerkdiensten op de geluidsband toe, zowel uit de Chr. Geref. als uit de Ned. Geref. Kerken.
Bij het secretariaat zijn voorts gratis verkrijgbaar het boekwerkje 'Als Christen de dienst - in en uit'. Momenteel wordt een nieuwe herdruk verzorgd.

De reisteams
Deze bestaan in de regel uit 4 personen, namelijk 2 bestuursleden (uit elke commissie 1) en 2 predikanten, zowel een Ned. Geref. als een Chr. Geref. predikant.
Niet alleen de reisteams zijn aan regelmatige verandering onderhevig, ook de te bezoeken personen zijn aan een vrij grote wisseling onderworpen. Dan weer is er een grote groep dienstplichtig personeel, een andere maal is het beroepspersoneel in de meerderheid.

Hoe denkt men zelf over de bezoeken?
In de meeste gevallen zijn we overal van harte welkom. Er wordt zelfs naar de bezoeken uitgezien. De belangstelling bij de dienstplichtige militairen laat soms wel wat te wensen over.
Laten we daarom al het mogelijke doen om onze jonge mensen te bewaren bij het ons toevertrouwde pand.

Dankbaar mogen we terugzien op deze arbeid die we met Gods hulp zo'n lange tijd mochten verrichten.
Gezien de vele brieven die we van militairen, maar ook van burgers (c.q., van gezinnen) na een verblijf in de vreemde hebben mogen ontvangen, zijn we er van overtuigd dat we zegenrijk gewerkt hebben.
Dat is geen verdienste van ons zelf.
maar de Here onze God heeft ons als commissie daartoe aangespoord en kracht gegeven. In dat spoor, het gereformeerde spoor, willen we ons met Gods hulp beijveren voor de broederschap “in de vreemde".
We hebben daarbij de hulp nodig van alle predikanten en kerkeraden, maar ook van familieleden van militairen, om ons te blijven voorzien van namen en adressen.
Niemand mag aan onze aandacht ontsnappen.
Regelmatig komen we jonge mensen in het buitenland tegen, die aan ons niet werden doorgegeven.
Bedenk dat onze Goede Herder zeer bezorgd is over Zijn schapen. Laten wij het als kleine reformatorische kerken het als onze roeping blijven zien om onze aandacht speciaal te richten op deze grote groep van gemeenteleden.
Moge het COGMA vooral door Uw gebed en steun ook in de toekomst zegenrijk werkzaam blijven.
Dan alleen kan het COGMA blijven: “Een vriend in de vreemde".

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief