Aangrijpende roman over de jeugdzorg

2008-02-29
  • Jaargang 52
  • nummer 5
J. Lakerveld

Met Niemandsland heeft Guurtje Leguijt een roman geschreven die de werkelijkheid zo dicht op de huid zit dat je het haast een documentaire roman kan noemen. Over een werkelijkheid waar we wekelijks over horen en lezen, maar waar we toch maar een vaag beeld van hebben. Dat kan iemand na het lezen van dit boek niet meer zeggen: het plaatst je op een indringende manier midden in de wereld van de jeugdzorg.

Dramatische gebeurtenis
De schrijfster doet dit aan de hand van Justus, een gevoelig, wat dromerig jongetje dat opgroeit in een gelukkig gezin. Hij heeft een hechte band met zijn vader die hem graag voorleest. Zijn lievelingsboek is Alleen op de wereld. Hij is negen als een vreselijke gebeurtenis zijn leven ontwricht.
Wat er precies plaats vindt dringt niet tot hem door; het enige wat hij zich later herinnert is de tegelvloer van de supermarkt, het geschreeuw, veel bloed en zijn moeder die boven op hem ligt. Dat het zijn moeder het leven gekost heeft, kan hij niet accepteren. Zodra iemand iets in die richting zegt, wordt hij agressief en slaat hij van zich af. Hij voelt zich schuldig: zijn vader had hem gezegd dat hij goed op zijn moeder moest passen. Het gebeuren heeft de vader zo aangegrepen dat hij lange tijd niet voor de kinderen kan zorgen; ze worden uitbesteed. Justus gaat naar zijn oma op wie hij dol is, maar is bij haar niet te handhaven: als ze over de begrafenis begint, gooit hij een schaar naar haar hoofd en gaat er vandoor. Pas een dag later wordt hij gevonden en dan is opname in een inrichting voor jeugdzorg de enige optie. Doodongelukkig voelt hij zich in de vreemde omgeving, maar hij wordt wel goed opgevangen en hij vindt direct al een vriend in Has, een Marokkaanse jongen. Alles gaat weer fout op de dag van de begrafenis; hij reageert hevig agressief, barricadeert de deur en zelfs zijn oma kan hem niet meekrijgen.

Lijdensweg
Het is het begin van een lange lijdensweg van ruim zes jaar waarin hij te maken krijgt met een verwarrend lange reeks hulpverleners: met begripsvolle, fijne mensen, maar ook met kille regelhandhavers. Met mentoren mét en mentoren zónder hart voor hun pupillen. Zelfs degenen die het beste met hem voor hebben kunnen niet tot hem doordringen omdat hij zich voor hen afschermt - eerst onbewust en naarmate hij ouder wordt heel berekenend.
Hij sluit zich af voor liefde uit angst teleurgesteld te raken: 'als het mis zou gaan was het mijn schuld natuurlijk.' 'Ik trok mijn emotiewerende beschermingspak aan, zette mijn gevoelshelm op en verklaarde mijn hart tot verboden gebied.' Hij maakt het de goedwillende begeleiders daardoor wel moeilijk en heeft zelf het gevoel in Niemandsland te leven, onbegrepen, zonder iets van zichzelf.
Hij weet goed wat hij mist: een gezin waar ze van elkaar houden; waar wel regels zijn, maar waar je ook natuurlijke vrijheid hebt. En waar je jezelf kan zijn. Het blijft een ideaal. In de weekenden dat hij naar zijn oma mag, vindt hij rust, in de inrichting krijgt hij veel steun van Has.

Colablikjes
Na grote conflicten gaat hij er vandoor, meestal naar het graf van zijn moeder. Tegen zijn dode moeder kan hij zijn gevoelens kwijt: hij schrijft ze op en stopt de briefjes in lege colablikjes die hij bij het graf verstopt.
Daar wordt hij ontdekt door Hein de grafverzorger, die op een ontroerende manier voor Justus gaat zorgen.
Vijf jaar na de dood van zijn moeder organiseert zijn zus Winke een herdenking voor het gezin. Justus is niet van plan mee te doen: 'Ik weet niet eens hoe mama gestorven is'. Winke reageert meteen, regelt een ontmoeting bij oma thuis en vertelt hem wat ze weet, namelijk dat hun moeder doodgestoken is door een vluchtende winkeldief. Het maakt hevige emoties bij Justus los, maar hij beseft dat er nóg iets gebeurd moet zijn. Van een politieagente krijgt hij uiteindelijk het voor hem meest gruwelijke deel van de gebeurtenis te horen. Dat is maanden later en op dat moment heeft hij iemand die hem opvangt.

Bureaucratie en miscommunicatie
Een dieptepunt in zijn leven is het sterven van oma; ze wordt dood gevonden door Len, een scholier die het gras voor haar maaide. Zijn omade enige voor wie hij in leven gebleven was. Na de begrafenis gaat hij naar het open graf, gooit de snippers van de verscheurde liturgie erin en vertrapt de bloemen. Op dat moment is het Len die hem grijpt en herkent als de kleinzoon: 'Wat hield ze veel van je'. Len neemt hem mee naar huis, waar hij bij diens ouders een warm nest vindt, waar hij mag komen wanneer hij wil. Of liever wanneer hij van zijn mentor mág. Want door de bureaucratie en de miscommunicatie tussen de hulpverleners raakt hij al zijn eerlijk verdiende vrijheidsprivileges kwijt. De afspraken met de ene hulpverlener worden door de andere weer ongedaan gemaakt zonder enig redelijk argument en een intelligente jongen van 16 heeft dat maar te pikken.
En zo is er zo veel: Als Lens vader Justus op zijn verjaardag een cadeau komt brengen kan hij het niet persoonlijk in ontvangst nemen, want dat telt voor een vrije middag en hij heeft er maar twee per week! Als hij een keer 30 seconden te laat binnenkomt, raakt hij een privilege kwijt.
Het klokje dat hij van mentor Tom gekregen heeft, wordt door een groepsleider afgepakt onder de beschuldiging dat hij het gestolen heeft.

Gave roman
Aan het schrijven van het boek moet veel onderzoek voorafgegaan zijn, ook gesprekken met pupillen. Het levensverhaal van één van hen is het uitgangspunt geworden. Toch is Niemandsland een echte roman. Heel de wereld van de jeugdzorg krijgen we te zien door de ogen van Justus.
Hij zelf wordt geloofwaardig neergezet; je leeft met hem mee. Leguijt schrijft met zijn leeftijd mee, je volgt de ontwikkelingen in zijn denken en zijn reacties. Je voelt zijn machteloosheid tegenover zijn omgeving, maar ook tegenover zichzelf. Zijn agressiviteit, het zich niet bloot durven geven, de heimwee naar zijn moeder, zijn verdriet en zijn woede, omdat zijn vader hem in de steek gelaten heeft.
Het boek is met vaart geschreven; de schrijfster geeft niet te veel details: als een van de jongens zelfmoord gepleegd heeft moet je dat opmaken uit het gesprek van de anderen, waar je middenin rolt. Alles klopt in het verhaal, toevalligheden spelen geen rol. De schrijfster bouwt de spanning op naar de laatste dramatische bijzonderheden van de moord.
Niemandsland is geen grote literatuur, maar wel goed geschreven, met mooie beelden.
Als Justus leert crossen, lopen zijn vorderingen gelijk op met de ontwikkelingen van zijn persoonlijkheid. Op de dag dat zijn moeder 40 zou zijn geworden, bedenkt Justus dat ze geen vier kruisjes heeft, maar slechts één kruis, die op haar grafgebeiteld is. De beelden zijn soms te mooi om door een puber bedacht te worden.

Schuldgevoel en vergeving
De thematiek is duidelijk: Niemandsland geeft een indringend beeld van de jeugdzorg door de ogen van een gevoelige jongen die er buiten eigen schuld aan overgeleverd is.
Andere thema's die een rol spelen, zijn Justus' schuldgevoel en de moeite van het vergeven. Hij neemt het zijn vader ontzettend kwalijk dat die hem zo in de steek gelaten heeft en nooit iets van zich laat horen. Hem vergeven kan hij niet. 'Jullie christenen zijn toch zo goed in vergeven', vraagt zijn moslimvriend Has hem.

Christelijke roman
En daarmee raak ik aan een ander aspect van de roman. Niemandsland is een echt christelijk boek. Niet opgelegd, meer impliciet. Het zijn de versjes die Justus soms door het hoofd spelen, de Bijbelverhalen die hij zich van vroeger herinnert. Zijn strijd tegen God en, vreemd genoeg, zijn afscheid van God bij oma's open graf: 'De groetjes, God, beloven dat je voor me zorgt en me dan het allerallerlaatste restje liefde afnemen dat nog over was. Dankbaar klinken onze zangen, mooi niet!' En precies dat is het moment dat God ingrijpt, maar dat begrijp je later, want Justus zelf ziet het niet. Het dringt pas tot hem door als hij de film van zijn moeders begrafenis bekijkt.
Die had hij al lang in zijn bezit, maar pas op een laat moment durft hij de confrontatie ermee aan.
Een indringend boek, een aangrijpende roman. Moet u lezen.

Guurtje Leguijt, Niemandsland. Uitg. Mozaïek, Zoetermeer, 2007. 448 pag., € 19,90.

N.B. Niemandsland is genomineerd voor de Publieksprijs christelijk boek 2008.

Jan Lakerveld is neerlandicus, redacteur van Opbouw en lid van de NGK in Emmeloord.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief