Pastorale Notities

1988-11-04
  • Jaargang 32
  • nummer 41

Matheid en kneuterigheid
Al enkele keren heb ik op bezorgde toon horen zeggen dat er in veel gemeenten een zekere matheid heerst. Zelf kan ik dat vanaf de resevebank niet zo goed beoordelen, maar van jonge collega's hoor ik opmerkingen die op ontmoediging wijzen omdat gemeenteleden en met name de jeugd zo moeilijk warm te krijgen is voor dingen die met ons eigenlijke kerk-zijn te maken hebben.

Toch moet niemand denken dat er onder ons geen activiteit is. Integendeel.
Er vallen mij nog al eens plaatselijke kerkblaadjes in handen en je moet eens lezen waar je in de kerk allemaal aan mee kunt doen.
Een kleine bloemlezing (en zomaar uit het hoofd hoor!): je kunt volleyballen, aan een autopuzz eltocht meedoen, of aan een zei/weekend, voetballen tegen een genabuurde kerk, wadlopen, zelfgemaakte kinderkleding showen, gezond koken, klaverjassen (had u niet gedacht zeker?), een gecostumeerde gemeentedag bezoeken en er waren zelfs ergens plannen voor een danscursus, maar dat schijnt te zijn uitgelopen op volksdansen.
Er is veel en veel meer, maar het gaat er maar even om dat u het gonzen van alle activiteiten hoort.

Nu heb ik maar de indruk dat die twee verschijnselen zich tegelijkertijd voordoen, dat ze parallel gaan: het optreden van een zekere matheid rondom het eigenlijke, en een grote levendigheid in allerlei nevenactiviteiten, want zo zou ik al die evenementen toch willen noemen.
Of dat dan allemaal niet mag?
Jawel. Er mag zoveel.
Ik zou er zelfs geen behoefte aan hebben om van hieruit leerstellingen naar die dansavond te werpen, al zou ik er zelf niet warm voor lopen.
Maar wat ik maar niet begrijp is dat al die activiteiten plaats vinden onder het mom van gemeente-zijn en zelfs van de beoefening van de gemeenschap der heiligen. Ik kan het wel hebben als de buurtvereniging mij nodigt voor een avond volleyballen om zodoende de onderlinge band te bevorderen, maar ik kan het niet hebben als ik word gevraagd om gecostumeerd op een gemeentedag te komen om zo de gemeenschap der heiligen te beoefenen. Dat is vrome klets en aan de gemeente zijn andere wegen gewezen om de gemeenschap der heiligen te beleven.
Bovendien wordt het mij zo te kneuterig in de kerk.
Er zal toch onder ons niet gedacht worden dat wij de matheid rondom het hart van ons kerkzijn kunnen bestrijden door allerlei zaken, die met kerk-zijn niets te maken hebben, al mag het allemaal best?
Ik kan mij voorstellen dat je in de kerk iemand ontmoet die graag schaakt of die helemaal weg is van vissen. Maar als ik met een broeder een ochtendje ga vissen ben ik niet bezig met het beoefenen van de gemeenschap der heiligen en als die broeder mij onder het vissen steeds zou afleiden met verhalen over de kerk zou ik tot hem zeggen: let een beetje op je dobber, morgen wil ik wel weer met je over de kerk praten.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief