Boekbespreking

1988-11-04
  • Jaargang 32
  • nummer 41
Boekbespreking
In de 'Alpha en Omega-reeks' (een waardevol initiatief van C. en E. J. van Baardewijk uit Wezep) verscheen onlangs voor de tweede maal een brochure van de hand van G. Brouwer. De titel is 'Vaders en zonen'. Dit (ge)deeltje gaat over de verhouding tussen de generaties.
De auteur legt vooral de nadruk bij de rol van de vader in de samenleving en konstateert dat het gezag van de vaders in veel opzichten verdwenen is (het vaderloze tijdperk).
Misschien is wel het meest opvallende in deze brochure de positie van de vrouw: zij speelt nauwelijks een rol.
Men kan tegenwerpen dat het boekje gaat over 'vaders en zonen'. Naar mijn mening is het echter niet juist om de rol van de vader zo te aksentueren ten koste van de rol van de moeder. De auteur stelt dat de vader-rol te maken heeft met leiding en steun; dit wordt ook door veel hedendaagse psychiaters bevestigd.
Maar dat de vader ook als eerste in aanmerking komt voor het bieden van geborgenheid is een grote onderwaardering van de positie van de moeder, zeker aan het begin van het kinderleven. Juist door de moderne westerse mens wordt dit belang van de moeder voor het kind vaak onderschat.
Napoleon wordt genoemd als krachtig leider, die na de chaos van de Franse revolutie als vaderfiguur fungeerde.
Ten onrechte noemt de schrijver Ludwig van Beethoven als bewijs dat ook in Nederland mensen grote verwachtingen van Napoleon hadden: deze komponist heeft nooit in Nederland gewoond.
Verder noemt Brouwer na Napoleon (o.a.) Lenin, Stalin en Hitler.
Zij rezen op uit de chaos en vervulden de vader-rol. Het zijn goede voorbeelden, al zou ter nuancering moeten worden toegevoegd dat ook in een land waar orde en discipline heersen sprake kan zijn van een 'vaderloze' kultuur wanneer de autoriteit niet steunt op innerlijke overtuiging. Met andere woorden: orde alleen is niet voldoende en kan zelfs riskant zijn.
Het beeld van 'het lege huis' kan ik volledig onderschrijven. Het is hetzelfde gevaar als bij het occultisme dreigt: wanneer mensen innerlijk 'leeg' zijn, dreigt een ander die mens 'in bezit' te nemen.
Na de eerste bladzijden gaat Brouwer over op een meer algemeen betoog.
Daarin neemt hij het vooral op voor ouders die kritiek ondervinden van hun kinderen. Dat is niet ten onrechte: die kritiek doet pijn en is soms ongenuanceerdhard, 'Vaders en zonen' zou echter aan overtuigingskracht hebben gewonnen wanneer de schrijver gebruik zou hebben gemaakt van het door Ds C.G. Geluk gehanteerde onderscheid tussen 'ouderschuld' en 'ouderpijn' ook heeft hij onvoldoende oog voor de psychologische aspecten van puberteit en adolescentie. Hoewel de auteur jongeren én ouderen oproept hun eigen houding kritisch te bezien ontkom ik toch niet aan de indruk dat de auteur vanuit een 'defensieve houding' schrijft: ouders moeten verdedigd worden tegen kritische jongeren. Ter relativering kan worden opgemerkt dat deze reeks vooral is bedoeld voor jongeren; zij moeten inderdaad ook in hun houding worden aangesproken. Toch gaat er (door d~t defensieve karakter) veel aan overtuigingskracht verloren. Ook de soms ~at al te .'stevige' woordkeuze en het met helder opgebouwde betoog (er wordt nogal wat bij gehaald) doen de boodschap geen goed. Hoewel de auteur regeltjes het werk noemt voor "cijferende, zeurende neuzelaars" zou het aangeven van een aantal konkrete, positieve mogelijkheden voor jongeren in deze tijd de inhoud beter tot zijn recht hebben doen komen.

Brouwer heeft een belangrijk onderwerp aangesneden, dat hij vanuit bijbelse visie wil bestuderen. Het laatste deel, waarin de schrijver oproept om 'lichtdragers ' te zijn is het sterkste deel van de brochure. Ontferming is daarbij een sleutelwoord. Dat is een boodschap die we allemaal ter harte moeten nemen.

De deeltjes uit de 'Alpha en Omega Reeks' kunnen besteld worden door overmaking van 13,75 (per stuk; inklusief porto) op bankrekening 69.
20.60.316 t.n.v. C. en E. J. van Baardewijk, Wezep (N.M.B., postrekening 83.45.86).

-----------------------

Soteria is een blad dat zich "een platform voor evangelische theologische bezinning" noemt. Het verschijnt 4 maal per jaar.
Het juni-nummer (5/2) bevat een aantal lezenswaardige artikelen. Met bijzonder veel interesse heb ik de (helaas door een aantal zetfouten ontsierde) bijdrage van dr. J. J. Suurmond over 'Zelfaanvaarding in het pastoraat' gelezen.
De auteur noemt een aantal 'beroepsrisiko's' van predikanten. Zo wijst hij erop dat de predikant vaak denkt altijd beschikbaar te moeten zijn. "De pastorie wordt als een aquarium, waarvan het glas maakt dat alles ook nog eens extra wordt uitvergroot". Sommige predikanten vragen zich - aldus Suurmond - vertwijfeld af wat hun inbreng is "op
de overvolle markt van welzijn en geluk".
Predikanten zijn overal een beetje goed in (een beetje psycholoog, een beetje maatschappelijk werker, een beetje leraar). Hoe vertaal je echter je theologische kennis in een praktisch belang? Als iemand echt hulp nodig heeft gaat hij toch weer naar de specialist...
Ook noemt hij de behoefte aan waardering en erkenning. "Zolang je geen gekke dingen doet, hoor je niets.
De beloning voor goed werk is: stilte".

Suurmond gaat (o.a. aan de hand van Erikson's begrip 'intimiteit') diep in op enkele spanningsvelden waar veel predikanten voor komen te staan. Wel besteedt hij m.i. te weinig aandacht aan een aspekt van het predikantschap dat binnen de Gereformeerde kerken centraal staat: de Woordverkondiging.
Voor wie de moed in de schoenen zou zinken: Suurmond wijst nadrukkelijk een opening 'naar boven' aan: gebruik maken van de vele gaven die God aan de gemeente geeft en de zelfaanvaarding, omdat Christus ons liefheeft. Een artikel dat ik iedere predikant kan aanbevelen, maar niet alleen predikanten!
Bert Westland schreef een artikel over "H. Kraemer en Gemeenteopbouw".
De schrijver komt tot de konklusie dat de bezielende idealen van Kraemer (o.a. over de aktieve plaats van ieder gemeentelid) binnen de Nederlands Hervormde Kerk niet zijn verwezenlijkt.
Zo spreekt hij van een "log bestuursapparaat met veel vergaderingen en evenzovele rapporten die komen en gaan". Een verzuchting die ook wel eens in onze (minder 'georganiseerde') kerken wordt geslaakt.
Hannie Rosingh schreef een boeiend theologisch portret van de schrijver C.S. Lewis. Wie over deze auteur, die ook binnen onze kerken bekendheid geniet, iets wil lezen vindt liier een beknopte levensbeschrijving en een bibliografie van meer dan 20 uitgaven.
Evangelisatie heeft binnen de kerken zelden prioriteit. Wat daarvan de oorzaak is is een aparte diskussie waard (ds J. M. Mudde heeft hier al eens een aanzet toe gegeven). In Hongkong werd een kongres gehouden over wat genoemd wordt 'de belangrijkste taak van de kerk in deze wereld'. Het juninummer van Soteria bevat een uitgebreid verslag van de konklusies.
Twaalfboekbesprekingen vullen de rest van het 44 bladzijden tellende tijdschrift.
Opvallend is het slot van de bespreking van 'Bij-tijds leren geloven' (over de rechterflank van de reformatorische kerken). De auteur roept op tot een soortgelijk onderzoek binnen de evangelische gemeenten. Hij vraagt zich af of er binnen deze groepering niet evenzeer sprake kan zijn van een groepsgebonden geloof, waardoor de persoonlijke groei in het geloof belemmerd wordt.
Losse nummers van Soteria kosten 18,50. Uitgever is Uitgeverij Merweboek, Postbus 217, 3360 AE Sliedrecht.

H. Algra, Den Helder

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief