Pastorale notities
1987-12-11
In onze achtertuin stond een Lijsterbes die te groot werd en onze woonkamer van licht beroofde. Dus lieten wij hem omzagen. Omdat ze toch bezig waren ging er in de voortuin maar meteen een treurberk om die te veel licht en water aan zijn medeschepselen onttrok.- Jaargang 31
- nummer 47
Na de operatie keken wij tevreden naar onze zithoek en zeiden: " Wat een licht! Heerlijk!" Van enig meegevoel met de beide bomen, die wij in de bloei van hun bestaan hadden laten vellen, was bij ons geen sprake en achteraf kwam de vraag bij mij op of dat niet gepast zou zijn geweest.
Dat kwam eigenlijk door een foto in de krant.
Een plaatje van de reusachtige kruin van een bruine beuk in de Hortus Botanicus van Leiden. De boom was 215 jaar oud, maar aangetast door een schimmel en niet meer te redden.
Om die reden kwamen de houthakkers om hem te vellen. Het karwei werd gadegeslagen door de hortulanus C. Teune. U weet waarschijnlijk niet wat een hortulanus is, want daar zijn er in ons land maar een paar van. Een hortulanus is een bestuurder van een hortus. De Leidse hortulanus is, ofschoon de uitgang van de titel anders doet vermoeden, een mevrouw. Mevrouw Teune moet bij het vallen van de eerste takken de verzuchting hebben geslaagd: " Wat een vreselijk geluid". Ik dacht: "Ach mevrouw, wat lief van u, maar het is maar een boom en er zijn zoveel ergere dingen ", Haar verzuchting bleef mij evenwel bij en een poosje later kwamen een paar regels uit een gedicht van Vasalis bij mij bovendrijven over een boom in het Vondelpark: Er is een boom geveld met lange, groene lokken, zij zuchtte, ruisend als een kind.
En daar kwamen weer woorden van Paulus achteraan, die de schepping in al haar delen, tot in de kruinen van de bomen toe hoorde zuchten.
En die toen niet heeft gedacht: het is maar een boom, maar mee ging zuchten. Ik weet wel dat dat een zuchten vol verwachting is geweest, maar het was niettemin zuchten.
en achteraf geloof ik dat een beetje meegevoel met die beide bomen ons toch wel gepast had. Ik geloof dat zoiets de jongeren. veel beter ligt. Bij ons ouderen wint het bouwen het nog teveel van het bewaren. Weet u wat ik zal doen?
Vanachter mijn werktafel kan ik precies de afgehouwen tronk van de Lijsterbes zien staan. Ze hebben me al gezegd: het is een taaie, hij kan best in het voorjaar weer uitlopen.
Welnu, mocht er een rijsje uit zijn afgehouwen tronk voortkomen dan zal ik dat niet meteen met de snoeischaar te lijf gaan maar uit eerbied voor de gesneuvelde vader nog een poosje laten staan. Maar hij moet het niet te gek maken, want hel licht is mij dierbaar.