Henoch

1988-11-11
  • Jaargang 32
  • nummer 42
Of engelen geslachtsloos zijn? Wat een vraag. Voor sommigen grenst deze aan blasphemie. De sexualiteit der mensen, gecorrumpeerd door eeuwen van zondige praktijken, wordt gezien als de flagrante tegenpool van de reinheid der engelen.
En daarmee basta.

Het voorgaande over de zondeval der engelen-en-mensen wijst echter niet op geslachtsloosheid der engelen. Daar komt wel enige sexualiteit aan te pas.
Vandaar dat velen - vaak in het spoor van middeleeuwse theologen *) zich vastklampen aan het woord van onze Heiland: "de kinderen van deze eeuw trouwen en worden ten huwelijk gegeven; maar die waardig zullen geacht zijn dié eeuw te verwerven, en de opstanding uit de doden, zullen noch trouwen noch ten huwelijk uitgegeven worden; want zij zijn de engelen gelijk; en zij zijn kinderen Gods omdat ze kinderen der opstanding zijn".

Gewapend met deze Schrift durfden sommige theologen zelfs verder te gaan en het huwelijksverkeer de eigenlijke zondeval der mensheid te noemen. Ons huwelijksformulier gaat daar bewust tegen in, door te leren dat de huwelijke staat Gode behaagt.

Die misantrope theologen schijnen steun te vinden in Genesis 4 : 1. Daar staat dat na de zondeval Adam zijn vrouw Eva "bekende" en kinderen verwekte.
Het gezinsleven kwam daar binnen het prikkeldraad van de zonde te liggen. Niet is dan in rekening gebracht wat Genesis ons verderleert (6 : 9, 10): "Noach was een rechtvaardig en oprecht man in zijn geslachten: Noach wandelde met God. En Noach gewon drie zonen". Noach zo goed als Henoch hebben met God gewandeld en niettegenstaande dat, of mitsdien, verwekten ze kinderen.

Samenvattend zouden we willen stellen: dat het huwelijk de mens tot zijn hoogste bloei brengt - al brengt het bederf van het beste het allerergste mee.
Daarom moeten we zo voorzichtig omgaan met ons heilig huwelijk.

-0-

We hebben de uitspraak van Jezus even laten liggen en gaan nu verder met Henoch.
Die vertelt als ooggetuige - het was namelijk in zijn dagen - hoe de tegennatuurlijke vermenging van geesten en mensen plaats vond. Hij "zag" de engelen, ongeveer zoals ook in onze tijd engelen "gezien" worden: als normale menselijke wezens, zij het dat ze uit het niet komen, zich stoffelijk manifesteren en in het niet verdwijnen; alleen daardoor zijn ze als engelen te herkennen, achteraf. U denke aan het boek "Engelen" van de Haarlemse christen-arts dr H. C. Moolenburgh en zie onze artikelen in dit blad, oktober-december 1984.

De engelen die bij de massale zondeval betrokken waren, tweehonderd stuks, blijken allen mannen te zijn geweest.
(Dit ten voordele van de vrouwen, die zich medeschuldig gevoelen aan Eva, de eerstverleide mens die een vrouw was.) Over de mannelijkheid van die 200 engelen laat Henoch geen twijfel bestaan. Met een naïeve ernst - die geheel strijdig is met de tot in onze eeuw heersende victoriaanse cultuur, welke alle sexualiteit categorisch onder de tafel veegde - noemt Henoch man en paard: de engelen, zegt hij, lieten hun mannelijke organen naar buiten komen, als paarden (86 : 4).

U schrikt van zulke ontsierende details?
Maar herinner u dan even, dat Jesaja (6 : 2) beschreef hoe de serafim in de tempel Gods twee vleugels nodig hadden om hun "voeten te bedekken". De Wh Vert. tekent hierbij aan: "ze bedekten hun geslachtsdeel, eufemistisch aangeduid met voeten".

-0-

Engelen zijn dus volgens het Woord niet geslachtsloos. Ze bezitten het vermogen tot illegale voortplanting. Maar juist als geestelijke wezens past het hun niet, aan illegale lusten toe te geven.
Daarvoor kregen ze nu juist onsterfelijkheid, een hemelse woning en geestelijkheid.
Dat sommigen echter "lust" in zich lieten opkomen, en kweekten, en practiseerden, maakte hen zo slecht.
Henoch wandelde met God, mag een "mens Gods" genoemd worden (1 Tim. 6: 11). Maar naast elke man Gods staat een vrouw Gods, evenzeer naar Zijn beeld geschapen, evenzeer tot alle goed werk toegerust. En elk wezen, al ware het een engel uit de hemel, dat een vrouw Gods schoffeert, is doortrapt slecht. De gevallen engelen waren dat, (Eng. scoffers = spotters). Niets meer en niets minder. Het erge is dat zij de vrouwen hebben ingepalmd voor hun boze lusten: ze leerden haar te behagen en te verleiden. Van passiviteit tot activiteit: so werden Weiber zu Hyänen, zei F. v. Schiller. De naam van Kasdeja
is vastgelegd als de gevallen engel, die de vrouwen leerde het embryo haar baarmoeder uit te drijven! (59: 12).

-0-

We hebben laten rusten de uitspraak van de Heiland, die we o.m. in Lucas 20 : 34-36 vinden. In deze bedeling neemt de mens deel aan de voortplanting "opdat het de aarde nimmer aan mensen zal ontbreken". Maar in de nieuwe bedeling houdt de voortplanting op: want ze kunnen niet meer sterven, want ze zijn de engelen gelijk. Twee redenen, die in elkaar grijpen. De mensen van de opstanding zijn onsterfelijk, geestelijk als de engelen. Maar wanneer ze "als de engelen zijn", zijn ze niet geslachtsloos.
Een man blijft naar onze bescheiden mening een man, een vrouw blijft een vrouw. Elk met zijn eigen aard, elk met zijn eigen visie, elk met zijn eigen taak - maar zonder huwelijk of overspel. Wanneer de gevallen engelen niet het vermogen tot voortplanting zouden hebben bezeten, was hun heiligheid minder heilig dan ze lijkt: wanneer een verleiding geen aantrekking heeft, bestaat de verleiding niet en is het nee-zeggen hypocrisie.

In dit verband wordt ook wel Gal. 3 : 28 genoemd: "In Christus is geen man of vrouw". Verstaan wordt dan: wanneer we "in Christus" zijn, vervalt het geslacht. Dat kan de bedoeling van deze tekst niet zijn: Paulus zegt dat wij allen door het geloof kinderen Gods zijn, ongeacht of we Jood of Griek zijn, dienstbare of vrije, man of vrouw - allen een.

-0-

Vermoedelijk is het voorgaande voldoende geweest om aan te tonen, dat volgens de Bijbel engelen niet geslachtsloos zijn. Hoewel wij geen plaatsen aantroffen, waar engelen uitgesproken vrouwelijk zijn - dit in tegenstelling tot wat de beeldende kunst van 20 eeuwen christenheid te zien geeft - wordt van engelen dikwijls als van mannen gesproken.
Nooit van wezens of zo iets.
Om ongelovige lezers echter een volle, gedrukte, geschudde en overlopende maat te geven, volgen hier nog enkele Bijbelplaatsen. Om te overwegen.

Abraham (Gen. 18: 1) zag drie mannen - het bleken engelen te zijn.
Lot (Gen. 19 : 7, 8) ontving drie mannen in huis. De geperverteerde inwoners van Sodom prefereerden deze engelen zelfs boven de dochters van Lot.
Jacob (Gen. 35: 24) worstelde meteen man - die een engel bleek te zijn.
De Heere zond (Ex. 23 : 20) een engel voor het aangezicht van zijn volk en zei: verbitter hem niet.

De engelen, zegt Psalm 103 : 20, zijn krachtige helden.
Nebucadnezar (Dan. 3: 25) zag 4 mannen in de oven; een ervan was een engel.
Zacharia (1 : 8, 10, 11) zag een man tussen myrthen staan - hij was een engel.

En tot overtuigend slot: Paulus wees (1 Cor. 11 : 10) op het gebruik van zijn dagen: dat de getrouwde vrouw een sluier droeg "om der engelen wil". Om te doen blijken dat ze iemand toebehoorde, zeggen oude kanttekenaars. Doet dit niet denken aan de tegennatuurlijke verleiding uit Genesis 6? (wij gaan verder D.V.)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief