Een fijn kind (bij zondag 14)
1987-12-18
Een fijn kind (bij zondag 14) - Jaargang 31
- nummer 48
Waar denken we aan op het kerstfeest? Aan de geboorte van de Here Jezus, natuurlijk!
Dat is een goed antwoord. Maar er is nog een ander antwoord dat ook goed is.
Ik bedoel dit: op het kerstfeest denken we aan onze eigen geboorte, jouw geboorte en mijn geboorte.
Hoe kan dat nou, zeg je. Van m'n eigen geboorte weet ik niets meer af.
Daar was ik veel te klein voor.
Dat is ook zo: niemand kan zich nog iets herinneren van zijn eigen geboorte.
En toch, toch weten we er allemaal iets van.
Hoe we dat weten? Van David! David zegt in een psalm: "In ongerechtigheid ben ik geboren; in zonde heeft mijn moeder mij ontvangen".
De meeste kinderen weten wel dat een baby negen maanden groeit bij zijn moeder.
Het eind van die negen maanden noemen we: 'geboren'. En het begin van die negen maanden heet: 'ontvangen'.
Toen heeft je moeder je gekregen, ontvangen. Toen begon je piepklein te leven bij je moeder.
Nu zegt David in die psalm: in zonde heeft mijn moeder mij ontvangen, in ongerechtigheid ben ik geboren.
Zonde - dat is: dat je dingen doet die de Here God niet goedvindt.
Ongerechtigheid - dat is: dat je dingen doet waar de Here God een hekel aan heeft.
Toen ik zo klein was als een speldeknopje in de buik van mijn moeder, deed ik de Here al verdriet. En toen ik zo'n lief klein babietje was, maakte ik God al ongelukkig.
Het spreekt vanzelf dat David de schuld niet aan zijn moeder geeft!
Zijn lieve moeder, die altijd zo goed voor hem heeft gezorgd!
David zegt ook niet hoe zijn vader en z'n ooms en tantes over hem dachten: die vonden hem een leuk kereltje. Maar David vertelt wat de Here God van hem vond. Hoe klein hij ook was.
God zag dat hij vol verkeerde dingen zat.
Als je een grammofoonplaat te vlug afdraait, hoor je dat meteen. Je hoeft niet eerst de hele plaat te draaien, nee, je hoort het meteen aan dat hoge kwaakgeluid. Hij staat op 45 in plaats van op 33 toeren.
Zo hoort en ziet God meteen dat wij zondige mensen zijn.
Daar hoeven wij niet eerst een grote jongen of een volwassen vrouw voor te worden, nee, dat hoort en ziet de Here God meteen aan ons - al zijn we nog zo klein als een speldeknopje.
Je vader en moeder merkten het pas toen je een beetje groter werd. Je werd boos, je wilde niet eten, je gaf een grote mond ...
Maar de Here God merkte het meteen al bij je allereerste begin: ook jij bent een zondig mensje.
Dat deed de Here pijn, daar had Hij verdriet van.
Stel je maar eens voor: elke dag worden er duizenden en duizenden babies geboren. En al die babies stellen Hem teleur, de één na de ander. Nee, ook dit kindje is niet·zoals Ik het bedoeld heb. Er mankeert ook aan dit kindje iets.
Iedere ontvangenis doet de Here pijn, elke geboorte doet Hem verdriet.
Je kunt je dat een beetje voorstellen, als je zelf wel eens knutselt of handwerkt en als het telkens weer fout gaat. Telkens probeer je het weer en telkens mislukt het weer. Daar word je boos en verdrietig van.
Zo wordt de Here er boos en verdrietig van, dat het maar niet wil met die mensen. Er komt nu nooit eens een goeie.
Toen besloot God om er iets aan te doen. Dit kon zo niet langer. Daar moest een eind aan komen.
En toen heeft de Here iets moois verzonnen.
De Here dacht bij zichzelf: Ik wil een mens hebben die goed is.
Maar ja, alle mensen zijn slecht. Alleen Ikzelf ben niet slecht. Ik kan alleen maar het goede doen. Weet je wat? Ik maak een mens die op de mensen lijkt en die tegelijkertijd op Mij lijkt!
En zo kwam de Here op het plan om de Here Jezus te maken. Maria mocht zijn moeder zijn en God zelf zou zijn Vader zijn.
Dit was een heel mooi plan, maar ook een heel moeilijk plan.
leder mens en ieder kind heeft een vaderen een moeder. Ook al leeft je vader of je moeder niet meer, of ook al leven ze ergens anders dan jij, zonder een vader en een moeder was jij er niet geweest. Zo heeft de Here dit nu eenmaal gemaakt.
Maar het plan dat God mi had, kon eigenlijk helemaal niet. God kon toch niet trouwen met een mens?
Daarom heeft God zijn Heilige Geest opdracht gegeven in de buik van Maria een kind te maken, te weven, te borduren - zonder dat er een vader aan te pas kwam.
Kinderen maken, weven, borduren in de schoot van hun moeder, dat doet de Heilige Geest altijd al. Jij en ik zijn ook door de Heilige Geest gemaakt.
Alleen, bij jou en mij kwamen er een moeder èn een vader aan te pas.
Maar bij de Here Jezus kwam alleen de moeder, Maria, er aan te pas. God was de Vader, en geen mens.
En zo kwam er voor het eerst in heel de lange geschiedenis van de mensheid een levend speldeknopje tot stand bij zijn moeder, waar de Here blij over was, waar Hij echt plezier in had, dat echt op Hem leek.
En voor het eerst in de geschiedenis werd er een jongetje geboren dat gewoon helemaal goed was. Niet alleen de mensen vonden Hem een leuk kereltje, maar ook de Here God vond Hem een fijne knul.
Dat is geen verzinsel van mij, maar dat staat precies zo inde Bijbel: "En Jezus nam toe in wijsheid en grootte en genade bij God en mensen".