Gewenste zorgvuldigheid
1987-12-18
Van diverse zijden werd me duidelijk gemaakt, dat mijn artikelen van de afgelopen maanden niet altijd de gewenste zorgvuldigheid hebben doen blijken.- Jaargang 31
- nummer 48
Mag ik daar even op ingaan?
Het artikel "Levensritmiek" van 10 juli gaf aanleiding tot een gedegen verweer van een lezer, die het stuk goed voor 'Panorama' of 'Nieuwe Revue' achtte, maar meende dat zulke "horoscoopachtige suggesties de zaak van 'Opbouw' schade zouden doen". De redactie, minus de afwezige schrijver, meende de vraag te moeten stellen: "was het wijs, in deze tijd op deze wijze over dit onderwerp te schrijven?"
Het antwoord van de hiermee reeds gevonniste kan moeilijk bevestigend zijn.
Wat is wijs? Wat is onwijs? Een schrijver kan nooit met zekerheid tevoren het effect van zijn studies peilen. Soms schiet hij er hopeloos naast. Dan moet hij in de hoek staan.
Het is echter bepaald onjuist, hier aan horoscopie te denken. Zoals duidelijk gemaakt werd gaat het bij onze levensritmiek niet om toevalligheden, laat staan hocuspocus - maar om door de Schepper ons ingeschapen natuurwetten, waarvan het bestaan lang bekçnd is en welke sedert een halve eeuw in de toegepaste psychologie worden beproefd.
Dat dit onderwerp in onze kringen nog weinig of geen aandacht heeft gekregen, hoeft geen bezwaar te zijn; integendeel: het lijkt ons weinig waardevol, alleen dingen te publiceren die onze 'lezers al kennen en waarmee ze het al eens zijn.
En dat hier een min of meer wetenschappelijk steuntje werd gegeven tegen onnodige moedeloosheid, of een waarschuwing tegen zelfoverschatting, kan toch moeilijk afbraak van het gereformeerde leven heten. Dachten wij.
Een zuster van onze leeftijd zei spontaan: hè, wat een naar artikel schreef je deze keer. Haar volwassen zoon echter meende: een interessante studie en ik heb het al per computer nagerekend.
"Wondergenezingen" van 19-6-87 trok ook aandacht van weerszijden.
Een broeder vroeg zich af: "waar moet dat heen?" - "zinkt Europa terug in het heidendom van bijgeloof?" En stelt de totale redactie verantwoordelijk, met 386 voorbijgaan van de schrijver.
Een zeer oude broeder raadpleegde Kuyper en citeerde: "het is niet te loochenen, dat er inderdaad genezingen hebben plaatsgevonden" - maar - "ik aarzel niet dit alles toe te schrijven aan de macht van de satan". Hij vervolgt op persoonlijke titel: "in uw stukjes gaat het om Maria en nog eens Maria, van haar grote Zoon is geen sprake".
Nu is inderdaad Maria herhaaldelijk genoemd, bij Lourdes, bij Fatima zowel als bij Medjugorje; nooit om het fenomeen Maria te belichten - maar om haar "boodschappen" van bekering, van rechtvaardigheid en het komend oordeel door te geven. Precies de boodschap, die Paulus aan Felix overbracht.
Waarbij niet uit eigen ervaring, maar uitalgemeen bekende encyclopaedieën is geciteerd. Het woord "verschijningen" werd soms tussen aanhalingstekens geplaatst, soms werd "verscheen" of "zou zijn verschenen" geschreven.
Dat leek ons namelijk zorgvuldig: te doen blijken dat uit bronnen was geput en geen getuigen gehoord. Overigens kan tegen het verschijnen (in de droom, in visioen, in hallucinatie) van gestorvenen moeilijk iets worden ingebracht, lijkt het ons; wanneer we lezen van Mozes en Elia, die aan onze Heiland en drie discipelen verschenen; of van Samuël, die aan Saul en/of zijn tovenares zou zijn verschenen. We moeten dan maar bedenken, dat onze God een God van levenden, niet van doden is. Stellig is veel meer aandacht gevraagd, voor Gods wondere genezingen, dan voor de persoon van Maria. Een zuster schreef dan ook: " ... eens ontdekken dat inderdaad Gods genade zo groot is, dat Hij uit pure ontferming en genade helpt, geneest, die Hem om hulp aanroepen".
"Hij is de Souverein die geneest via Fatima of hoe Hij ook maar wil - daarover hebben wij vanzelfsprekend toch niets in te brengen? Wie zijn wij? Hand op de mond, zei Job".
Een lieve oude zuster was eveneens tevreden met het voornoemde artikel.
Ze schreef: "de door Christus vrijgemaakten zullen waarlijk vrij zijn. Als de ogen steeds meer open gaan, wat komt er dan een ruimte. Wat wordt alle krampachtigheid verbroken. Ach, misschien kan dan onze God en Vader, onze Heiland en Heer, zich nog over Zijn kinderen verheugen."
De redactie, overigens bij afwezigheid van de schrijver zelf, begreep niet dat tegen dit artikel, gezien de afsluiting, kritiek was aangetekend. Sindsdien hebt u een brede uitzending over Medjugorje voor de Nederlandse televisie kunnen zien. Geen hocuspocus, geen Mariaverering.
Een derde artikel dat schrijvers opriep, was "Terugkomst" van 28-8. Vooral ten aanzien van belastingontduiking, resp. -ontwijking, vond men dat de schrijver te ver was gegaan. Serieus werd gevraagd of we soms zelf belasting ontdoken? Antwoord: nee, maar indien wel dan zouden we dat zeker niet in 'Opbouw' publiceren.
Nu willen we vooropstellen, dat bedoelde dame wel een sterk-progressief belastingtarief ontweek, maar niets ontdook, laat staan iets illegaals deed.
Dat doen o.i. ook anderen niet, die in grote, getale ons land verlieten, met hebben en houden; ze spelen dan ook in de Kamer-discussies een geduchte rol.
De inzet van dit artikel was echter niet: wat denkt u van mensen, die geld besparen door te emigreren? - maar: wat is het Nederlanderschap vandaag waard?
Tot voor kort was de wet zo, dat iemand zijn Nederlanderschap automatisch verloor, door tien jaar buiten Nederland te verblijven. Vlak voor onze repatriëring pas stelde de Nederlandse Ambassade te London ons op de hoogte van de recente wetswijziging. Niettemin: wij kozen voor het Nederlanderschap.
Het importeren van een Britse auto, honden, vuurwapens en (toegestane) dranken is niet vermeld om iemand te bezeren - maar om te tonen dat zelfs in ons land de ambtenarij niet alles in de hand heeft, ondanks- gesloten hekken.
Overigens waren deze importen alle legaal of gelegaliseerd.
Over de ontmoeting met het vaderland zijn evenveel positieve als negatieve ervaringen gemeld - dachten wij - zodat men hier geen onplezierige stoffen uit moet puren. Wel wil de schrijver zonder voorbehoud verklaren, dat hij dit artikel minder onbevangen zou hebben geschreven, wanneer hij zich ook maar enigermate had kunnen voorstellen dat hij een lezer kon bezeren. Maar wie alleen goede dingen van (kerkelijk) Nederland wil lezen... Wij dachten een bloemlezing van gemengde gevoelens aan te dragen; had u beter verwacht?
Tenslotte. De schrijver had het natuurlijk niet voor honderd procent aan het rechte eind. Welke menselijke schrijver heeft dat eigenlijk wel? En soms worden er meer fouten gemaakt - in denken, schrijven en schrijfstijl - dan een andere keer. Zo iets overkwam zelfs Abraham Kuyper. Want wat vandaag te zeggen van zijn geciteerde enormiteit: dat het de Satan zou zijn die onze wonderlijke genezingen veroorzaakt?
Nogmaals wil ik zeggen dat deze zomer enkele ongelukkige termen aan mijn pen zijn ontsnapt. Hoewel ons doel- nadenken en niet herkauwen - ermee bereikt is, zal ik zorgvuldiger mijn woorden moeten wegen.