Nood in Zuid-Afrika
1987-12-18
Stakingen, rellen, discriminatie, harde acties, boycot, noodtoestand - de media lichten ons daarover uitvoerig in. Wennen we er aan dat daar zoveel geweld is?- Jaargang 31
- nummer 48
Er gebeurt echter in Zuid-Afrika méér en berichten daarover zijn zeldzamer. Wennen we daar soms óók aan?
Gaat dan heen
In enkele delen van de provincie Natal - in het Oosten van dat grote land Zuid-Afrika - zijn dagelijks broeders op pad met Gods boodschap van heil voor de daar wonende Zulu- en Basuthustammen.
Dat gebeurt nu al meer dan 25 jaar door zendelingen, aan onze kerken verbonden.
De HERE zegent hun werk duidelijk. Er zijn vele kleine gemeenten ontstaan. Onder deze van huis uit heidense volken is en wordt zó het licht van het Evangelie gebracht. Geweldloos maar is het niet geweldig? Je kunt je erover verwonderen dat de HERE ook onder deze volken predikers van Zijn genade zond en velen tot Zich riep om Zijn Naam te belijden.
Deze zendelingen, zes in getal, hebben inmiddels helpers gekregen (evangelisten), mannen uit die volken, bekwaam geacht en gebleken de boodschap van verlossing aan hun volksgenoten te brengen; Verlossing, ja want die volken worden gebonden gehouden: heidendom, tradities, geloof in de macht van vooroudergeesten, hebben en houden miljoenen in hun greep.
De leugen houdt hen gevangen - de Waarheid wil hen vrijmaken. Zo is daar de strijd tussen licht en duisternis.
Medewerkers
Dit te weten mag ons niet genoeg zijn.
We zijn betrokken bij die strijd. Want het gaat om onze Heer Jezus en Zijn rijk. Het gaat om door ons uitgezonden broeders, medewerkers van onze Heer.
Hij heeft duidelijk opdracht gegeven "Gaat heen, maakt alle volken tot Mijn getuigen" en schakelt daarbij Zijn gemeenten in (Hand. 13).
Wij zegden bij hun uitzending deze broeders toe: levensonderhoud, steun, duidelijk ook ons gebed, in onze gezinnen, in de gemeentelijke samenkomsten.
Om dat reëel te doen zijn, is het nodig te weten wat ze behoeven. In het algemeen: levenskracht, beveiliging op hun wegen, inzicht en wijsheid om temidden van de vreemde volken te leven en te werken. Maar ook in het bijzonder: wat ze elke dag nodig hebben en dat is nu dit en dan dat.
Vandaag nodig
Eén zaak springt thans duidelijk als uiterst belangrijk naar voren en dat is de continuïteit in de bezetting van de zes zendelingsplaatsen. Eén van de zes ziet namelijk zijn emeritaat in zicht komen (ds. J. Vonkeman), een tweede is bijna aan het eind van de met hem overeengekomen termijn (ds P. Busstra), een derde is geruime tijd ziek geweest (ds R. Keesenberg) en kan zijn werk nog niet naar zijn eigen begeerte volledig aan, zodat de collega's moeten bijspringen eri daardoor ongemeen zwaar belast zijn. Tijdige vervanging van aanwezige krachten is dus bijzonder actueel. En dat vergt veel tijd. Alleen daardoor kan ook de opleiding van de evangelisten effect sorteren.
Zij die bij deze zaken direct betrokken zijn ervaren de hier geschetste situatie als gevaarlijk labiel. Als nood, waarin dat zendingswerk verkeert.
Opleiding van evangelisten
Deze geschiedt 'in service', d.w.z. de evangelisten hebben een taak in prediking, catechese, huisbezoek en jeugdwerk èn zij moeten enkele dagen per week studeren volgens een schema, dat hen in staat zal stellen om na een periode van rond vier jaar daar de classis van de zwarte Dapperkerken geëxamineerd te worden, opdat zo de weg naar het predikant-zijn open komt. Het is een zware en verantwoordelijke taak voor onze zendelingen deze studerenden te begeleiden. Zij zijn meer dan enkel docenten, ze zijn hun leidslieden, hun vaders.
Dat alles is het àndere Zuid-Afrika: werk, bescheiden in omvang, werk dat de pers niet haalt. Maar werk in en vaar het Koninkrijk van onze Gad. Werk dat deel is van de roeping, die Hij tot àlle valken doet uitgaan.
Paulus, geroepen apostel, gezondene met de gemeenten die hem uitzanden en aan wie hij ook verantwoording aflegde van zijn werk. Maar van wie hij aak kon vragen met hem te worstelen in de gebeden opdat hij zijn taak goed zou kunnen volbrengen (Rom. 15:30).
Wie hoort hier een roeping?
Direct geroepen te worden tot het apostelambt, zoals dat bij Paulus geschiedde, komt niet meer voor. Maar dat wil niet zeggen dat er geen 'roepingen' meer zijn. De taak, die we als Nederlands Gereformeerde kerken op ons genomen hebben, het zendingswerk in Natal, is duidelijk. Het instand houden van de personele bezetting daarvoor is nodig.
Leeft er dan in ons midden niet de klemmende vraag, die afkomt op een aantal studenten en jonge predikanten; zou dat een taak voor mij kunnen zijn?
Ligt daar een roeping voor mij? Zeg niet te vlug 'nee'. Wie mag aan de kant blijven staan als er nood is?
De politieke situatie laat nog toe dat de verkondiging van het Evangelie voortgaat.
In Natal is het rustig en het werk wordt (nog) niet door revolutionaire krachten verstoord. En stel dat de politieke ontwikkelingen in de toekomst met zich zouden brengen dat Europeanen vertrekken moeten, zijn er dan goed opgeleide voorgangers uit het eigen volk voor de gemeenten beschikbaar?
Het is duidelijk onze verantwoordelijkheid deze broeders voor die taak te vormen.
We bidden dat de HERE arbeiders in Zijn oogst uitstote; we geven onze bijdrage voor het financieren van het zendingswerk; nu moeten en mogen we Hem de nood van de bezetting van de zendingsposten voorleggen en mee helpen omzien naar broeders, die deze posten zouden willen en kunnen brmannen. We gelóven toch nog in Hem, die een krachtig gebed van Zijn kinderen hoort?
De vier zendende kerken in Nederland kunnen die taak van voorzien in lege plaatsen niet in-hun-eentje aan. Help hen daarbij.
De HERE geve -in onze gemeenten open- ogen om te zien wat we voor Hem op dit terrein mogen doen en open oren om Zijn roepstem te hóren.
Bovenal brandende harten om in de wereld Zijn boodschap van heil te (helpen) brengen.