Leid ons niet in verzoeking

2008-02-29
  • Jaargang 52
  • nummer 5
Mijn hart stond even stil toen ik een paar weken geleden zijn naam zag staan boven een ingezonden brief in een landelijk dagblad. Op zichzelf een mooie brief, die de bevlogenheid uitademt die ik me nog herinner uit zijn preken. Met eenzelfde gedrevenheid bouwde hij een ingeslapen gemeente weer op: mensen die christelijk waren opgevoed kwamen terug, mensen die nauwelijks iets van de Bijbel afwisten, kwamen tot geloof. Ik deed belijdenis bij hem, hij trouwde ons en hij motiveerde mijn man een theologische opleiding te gaan doen, zoals hij velen motiveerde hun talenten te gebruiken.

Groot was de klap toen deze begenadigd spreker op non-actief werd gezet.
Het was ongelooflijk. Juist hij die het allemaal zo goed wist, had een buitenechtelijke relatie. Er was geen praten aan. Hij liet zijn vrouw, zijn kinderen, zijn gemeente achter voor een nieuwe liefde.

Het is een wonder van God dat slechts een enkeling teleurgesteld de kerk de rug toekeerde; het overgrote deel van de gemeente sloeg de handen ineen, verwerkte het verdriet, ving zijn gezin op en zocht een herder die in alle rust de gemeente verder leidde.

Af en toe hoorden we hoe het hem verder verging: een nieuw huwelijk, weer een scheiding, nog een relatie.

En nu die ingezonden brief waarin hij vertelt hoe mensen als Jan Wolkers zijn leven hadden beïnvloed, met als conclusie: 'Ik reken het mezelf tot schuld dat we ons door Jan Wolkers en anderen een “onbenepen” wereld hebben laten verkopen die uiteindelijk een dramatische kat in de zak bleek.'

Op zichzelf geen uitzonderlijk verhaal.
Het is van alle tijden en komt in de beste kringen voor, van verheven evangelisch tot stijf gereformeerd, van donker reformatorisch tot zoet roomskatholiek.
Een beetje protestant weet dat die dingen voorkomen, opgegroeid als hij is met de geschiedenis van David, de man naar Gods hart, die het fijntjes regelde dat hij voor een mooie weduwe kon zorgen. Geen haan zou er naar kraaien, dacht hij. Maar daar kwam hij niet zo maar mee weg. De profeet sprak hem aan op zijn laakbaar gedrag. Hij had zijn macht misbruikt uit platte lust die door de profeet vergeleken werd met hebzucht. Hij was over grenzen gegaan en David erkende zijn schuld. Daar had geen dertig jaar voor nodig. Hij speelde geen verstoppertje achter de tijdgeest of achter anderen. Hij gebruikte geen slappe smoezen en deed ook geen oneigenlijk beroep op formaliteiten. En de Almachtige vergaf hem.

Dat betekent nog niet dat toegeven aan verkeerde lusten zonder gevolgen blijft. Toen niet en nu niet. De vijanden van de Heer smullen immers van zo'n rel.

Niets nieuws onder de zon dus.
Christenen van naam brengen de Here God met regelmaat in opspraak door te vallen voor seks, verslaving, geld of macht. De uitvoering is vaak behendig en vaart niet zelden onder een brave vlag. Maar de motivatie deugt niet.
Tegelijk besef ik, dat als je eerlijk naar je eigen leven kijkt, je ook zo maar het zicht op de werkelijkheid kunt verliezen . Je kunt zo maar vallen voor verleidingen van allerlei soort. Zonder een wal van gebed red je het bijna niet. Als je dat tot je doordringt, blijf je voortdurend bidden voor de mensen in de frontlinies: voor predikanten en ambtsdragers, voor bekende christenen, voor jezelf. Het 'leid ons niet in verzoeking' blijft gruwelijk actueel.

Emmy Viezee-Fock

Emmy Viezee-Fock is bedrijfsjournalist en lid van de NGK in Krommenie.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief