"Zich wèl bevinden" als maatstaf voor goed en kwaad
1986-06-27
Als je met jongelui praat over het "samenwonen", dan kun je soms zomaar een aller eenvoudigst proargument tegenkomen. Het luidt als volgt: "Ik zelf vind het fijn en ik ben er gelukkig mee! Mijn partner geniet er al evenzeer van. En de rest van de wereld? Wel, die' staat er helemaal buiten. Die heeft er wel geen voordeel van, maar ook geen enkel nadeel!" In die simpele redenering kom je als het ware voor het verzoek te staan je rekenmachientje voor de dag te halen en een calculatie te maken van de hoeveelheid vreugde en geluk! En daarmee is simpelweg het samenwonen als iets positiefs en als iets goeds uit de bus gekomen! Het is maar niet alleen een zaak van gewoon liefde bedrijven, maar ook van naastenliefde! Wij doen elkander wél. Want we bevinden ons er wèl bij!- Jaargang 30
- nummer 26
Deze allersimpelste redenering wordt overigens niet al te streng volgehouden. In de loop van het gesprek blijkt namelijk vaak, dat, de ouders mensen van "de oude stempel" zijn, die van de levensvoering van zoon of dochter verdriet hebben! Maar dan wordt er meteen bij gezegd, dat dat ouderleed geheel onterecht is en ongegrond!
Kijk, hier verliest de redenering haar innerlijke samenhang en wordt ze - zakelijk bekeken - oneerlijk! Geluk en vreugde geven zonder meer de doorslag als proargument! Maar het aangedane leed geeft niet zonder meer de doorslag! Dàt moet eerst kritisch bekeken worden en streng gekeurd! Waarom is dat leed niet zonder meer doorslaggevend als contra-argument? Ook hier blijkt dan toch telkens weer de wens de vader en moeder van de redenering!
De "zedenleer" van bepaalde Tv-series
Zo af en toe volg ik wei eens een politieserie op de T.V. Wie dat doet moet zijn kritisch vermogen niet buiten werking stellen! Het is buitengewoon opvallend, dat er in dergelijke series zo'n vreemde "selectie" plaatsvindt uit de geboden die we kennen! Doodslag, geweldpleging, bedreiging, kneveling, chantage, beroving, handel in drugs, ze worden met alle ernst en met een algehele inzet aangepakt! Maar diezelfde "steunberen" der gerechtigheid leggen op het gebied van de liefde veelal een, totale vrijheid en een algehele ongebondenheid aan de dag. Als een vlinder fladdert men rustig en lustig van bloem tot bloem. En dat gebeurt met een vanzelfsprekendheid die verbazend is. Juist in die vanzelfsprekendheid schuilt het gevaar voor de kijker die all een maar spanning zoekt en niet meer tot kritisch oordelen bereid is! Op het gebied van het zesde gebod schijnt men behoorlijk tussen goed en kwaad te onderscheiden. Op het gebied van het achtste gebod is dat al net eender.
Ook op het gebied van het negende gebod - lastercampagnes! - weet men het kwaad aan te wijzen en te bestrijden. Maar het zevende gebod 'schijnt geen eigen gewicht te hebben! Daar wordt 'alleen nog maar kwaad gezien, als één van die andere dingen in het totaalbeeld binnengedrongen is: geweldpleging, bedreiging, kneveling, dwang! Maar het liefde bedrijven, op zichzelf schijnt buiten alle maatstaf te staan. Dat is -om het eens deftig te zeggen - ethisch "waardevrij"! Hoe komt dat eigenlijk?
Ik denk, dat daar dezelfde simpelheidsredenering achter zit, die we hierboven al zijn tegengekomen!
Kwaad is wat mijn naaste beschadigt, knevelt, benadeelt, leed bezorgt. Maar als ik met die naaste zó handel, dat zijn of haar eigen wensen niet gefrustreerd maar juist vervuld worden, dan doe ik hem of haar geen kwaad. Dan sta ik daarin geheel vrij. Zelfs is een positieve beoordeling - naastenliefde! - mogelijk. Zolang hij of zij zich wèl bevindt is er in mijn handelen geen schending van enige regel aanwezig!
De "doodzonden" van onze dagen
In 'onze dagen vindt er een geweldige "reductie" plaats op het gebied van kwaad en zonde. Een reductie naar de maatstaf van het "zich wèl bevinden". Wanneer men met deze maatstaf instrijd komt moet, men nog van zonde spreken. Maar wanneer, men met deze maatstaf in harmonie verkeert is men 'algeheel blaamvrij. Vandaar de ongebondenheid op zedelijk gebied, waarbij immers alleen maar de eis moet worden gesteld, dat beide partners ervan genieten! Vandaar ook die uitsluitende nadruk op de zaken, waarvan men schade voor mens en samenleving vreest. Men zou weer kunnen gaan 'spreken van doodzonden" maar dan in een moderne "setting". Doodzonden: Discriminatie, Milieuverontreiniging, Opstellen van kernwapens. Begrijpt u me goed, ik denker niet over het gewicht van deze zaken te verkleinen of de mensen, die daarop wijzen, belachelijk te maken! Maar dat is een ander onderwerp. Het gaat me er wèl om aan te wijzen, dat het zondegebied zulk een buitengewoon ingrijpende beperking heeft ondergaan. Dat er zo'n vreemde selectie plaatsheeft uit de geboden die we kennen.
De oppervlakkigheid van de nieuwe maatstaf
We moeten er wel op letten, dat de redenering naar de maatstaf van het "zich wèl bevinden" toch eigenlijk' buitengewoon oppervlakkig is. Het gaat namelijk om een direct constateerbaar en zonder meer aanwijsbaar gevoel van vreugde en geluk! In feite erg primitief! Je zou je kunnen voorstellen, dat iemand zei; "Goed, ik wil een heel eind met jullie meegaan. Ik wil aanvaarden, dat het "zich wèl bevinden" de maatstaf wordt voor goed en kwaad. Maar dan wil ik toch eerst vastgesteld zien, dat het echte zich wèl bevinden het deel is van hem en van haar, die wandelt in de wegen van de Here". Die spreker zou wel mijn sympathie
hebben. Maar stellig niet de sympathie van de aanhangers van de nieuwe eenvoudigheidsredenering!O neen! Die zouden hem niet zonder heftigheid te lijf gaan! Hij zou het verwijt te horen krijgen, dat hij de bereikte eenvoud helemaal kapot breekt door "om een hoekje" toch weer al die geboden en verboden binnen te loodsen! Men zou hem zeggen dat' de eenvoudige maatstaf van het zich wèl bevinden door zo'n moeilijke gebodsredenering zijn betekenis verliest en onhanteerbaar wordt! En daar zit natuurlijk best een element van waarheid in. Wie op Gods woorden wijst verbreekt inderdaad de zo begeerde versimpeling van de maatstaf voor goed en kwaad. Hij maakt het weer moeilijker! En daarom zal hij het gelijk' niet 'krijgen, dat hij wèl heeft!
Tweeërlei uitgangspunt
De' spreker van zo even zou zijn hoorders niet bereiken. "Zij kunnen bij elkander niet komen.
Het water is veel te diep". Inderdaad, er is 'n enorme kloof die scheiding maakt! Eigenlijk wit die eenvoudige "comfortabele" redenering niet weten van de Here, die zijn geboden stelt, en lal evenmin van de Christus, die de zijnen doet wandelen onder zijn zachte juk en zijn lichte last. De achtergrond van deze redenering is in feite gelegen in de gedachte van de autonome mens, die zichzelf de wet stelt en zichzelf tot wet is. Die mens heeft het volste recht zich wèl te bevinden. Alléén...hij moet daarbij bedenken, dat hij niet op zijn eentje mens is! De naaste heeft precies het zelfde recht! En de samenleving in het groot ook! Ik kanen mag mijn 'autonomie niet beleven, alsof ik alleen op de wereld ben. En dan komt het toch tot een regel, tot een "gulden" regel! Ik heb de vraag te stellen, op welke weg al die gevoelens en verlangens van mijzèlf, van mijn naaste(n) en van de grote samenleving parallel lopen en met elkander harmoniëren! Dat parallel lopen en die harmonie, " zie, dáár de maatstaf voor goed en kwaad. De Here kan geheel buiten het beeld blijven! Wanneer men overgaat naar de aanhangers van die nieuwe eenvoudsredenering zijn de gevolgen niet te overzien. De consequentie is, dat men "goed" moet noemen, wat de verenigde grootheden van "ik", "de naaste" en "de samenleving" goed vinden. De harmonie is immers de maatstaf geworden! Vandaar ook dat men de christenen, die de nieuwe opvattingen over abortus en euthanasie bestrijden, zo vaak hoort klagen, dat er aan hun woorden geen serieuze aandacht wordt gegeven. Inderdaad, zij zenden uit op een golflengte, die aan de grote meerderheid onbekend geworden is. Die meerderheid leeft, denkt en handelt naar: de grote "democratische" regel: Wat allen in bond met elkander als een positieve zaak beschouwen, dat hebben we als moreel goed te erkennen! Toch ziet men ook hier een grote verwarring optreden. Wanneer iemand het Woord van de Here niet meer erkent als richtsnoer voor zijn leven, dan zal hij toch' nog wèl vaak de behoefte gevoelen zijn "nieuwe" gevoelens bij de bijbel "onder te schuiven". En zo legt men een nauw verband tussen de theorie van het "zich wèl bevinden" aan de ene kant en de bijbelse naastenliefde aan de andere kant. Men verklaart die beide graag identiek! En men zal zich ook graag beroepen op een gegeven als Matth. 7: 12, dat men uit de bijbel losmaakt en ais "los verkoopbare" regel op de markt brengt: Zo schijnen we allemaal nog wel te stoelen op een bijbelse wortel! Maar dat is bedrieglijk! Dat is helaas niet waar. En dat moeten we ook goed inzien!
Het gebed
Ik moet nu weer bedenken, dat deze serie artikelen zou gaan over de wegen en manieren van de boze vijand om ons af te brengen van het gebed en zo van Christus en de vrede van God, die we in Hem hebben. Eén van die wegen hebben we ook nú voor ons. Het devies van satan is: Laat het zo worden, dat de eigen natuurlijke wensen en verlangens de vaders en moeders worden van de gedachten. En dat die gedachten er dan weer toe leiden, dat de wensen en verlangens – van de mens zelf, van zijn naaste, van de samenleving – verheven worden tot richtsnoer voor het leven!
Maar heeft dat dan ook iets te maken met ons gebed? Jazeker! Niet zo lang geleden had ik een gesprek met een jongeman, die helaas de overgang naar de maatstaf van het “zich wél bevinden” had voltrokken. Hij vroeg me een beetje uitdagend, of ik soms dacht, dat hij de kracht zou kunnen vinden zijn leven nog te veranderen. Ik zei toen: Als je niet gelooft, dat de Here die verandering van je vraagt, dan zul je de kracht niet vinden. Als je niet gelooft, dat de Here het ánders wil, dan kun je op dit punt immers niet vragen om vergeving. En evenmin om de kracht van de Heilige Geest om je leven te beteren. Ontzettend triest. Hier gaan de gedachten de gebeden vernietigen. Een droevig “sneeuwbaleffect”. De gedachten leiden ertoe dat de gebeden stoppen. Het stopzetten van de gebeden houdt de vrede met God op een afstand en verhindert de bekering! Niet meer kunnen bidden om vergeving van bepaalde zonden. Niet meer kunnen bidden om de kracht van de Geest! Wat heeft deze boze vijand dan véél bereikt!
“Soms schijnt een weg iemand recht, maar het einde daarvan voert naar de dood.” (Spr. 14:12)
“Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.” (Ps. 119: 105)