Leven in christelijke vrijheid
1986-06-27
Eén van onze dochters heeft een tijdlang aan turnen gedaan. Bij het damesturnen hoort er dan ook de evenwichtsbalk bij. 'Dat heb ik sindsdien altijd een kunststuk apart gevonden.- Jaargang 30
- nummer 26
Je ziet meisjes die een prachtige overslag kunnen maken, maar daarna maar nauwelijks hun evenwicht kunnen hervinden: je ziet dan wild zwaaiende armen in een poging niet van. de balk te vallen. Anderen doen het heel vast en zeker; je ziet dat ze erg geconcentreerd bezig zijn, maar ook dat ze er plezier aan beleven om op die smalle balk een goede oefening af. te leveren. En voor een goede turnster is een goede balkoefening nodig; zonderde balkoefening tel je als turnster nu eenmaal niet mee.
Bij het leven in christelijke vrijheid is dat niet anders. Dat is leven op het scherp van de snede. En zo leven gaat niet vanzelf; dat vergt 'concentratie, dat kost inspanning, dat is een voortdurend proberen in evenwicht te blijven. Ds Smit heeft dat al duidelijk gemaakt, toen hij van deze christelijke vrijheid zei:
* het gaat om leven voor Gods aangezicht,
*: het gaat 'Om vrij zijn van slavernij, in welke vorm dan ook,
* het gaat om vrijheid tot dienst aan God en de naaste.' En wil er van dat leven iets terechtkomen in ons leven in Nederland in1986 dan zullen we bereid moeten zijn niet een luilekkerland van vanzelfsprekendheden te zoeken, maar een leven van in de spanning staan: geconcentreerd loeven om de oefening van leven in christelijke vrijheid tot een goed einde te brengen.
2. Waarom is dat niet gemakkelijk?
Allereerst al niet omdat leven in een wereld van 'het gemak dient de mens; wie kiest er nu zomaar voor een leven van in de spanning staan? Bovendien is in onze wereld in het westen dat gemak heel erg ingeburgerd. Je kunt vandaag overal horen: 'Doe niet zo moeilijk'; 'Houd het een beetje simpel'!
Waar dit vandaan komt kun je op diverse manieren aangeven. Ik kies vandaag deze drie typeringen:
a, het leven is opgedeeld in vele segmenten. Eeuwenlang was dat anders; het leven was een eenheid: wonen en werken hoorde bij elkaar, families woonden bij elkaar, in stad en dorp was je in veel zaken op elkaar 'aangewezen. En de kerk torende boven stad en dorp uit: die kerk doortrok het hele leven. Ook als je van geloven in God niet te veel moest hebben, dan rekende je er wèl mee. " Dat is in onze tijd radicaal voorbij: wonen en werken zijn aparte werelden (denk maar aan het woord 'slaapsteden'), families wonen niet meer bijeen, de kerk is niet meer beheersend. Je hebt nu een werksegment en een woonsegment en een vrijetijdssegment en op zondag een kerksegment voor sommigen: maar alles los van elkaar. Zo is ook het geloven zelf een segment geworden, naast en los van al die andere segmenten.
b. in die segmenten is de mens eigen baas. Dat merk je bijvoorbeeld in allerlei gesprekken en discussies over zaken van goed en kwaad: 'Dat bepaal ik zelf wel!' En hoe bepaal je dat dan wel? Uit jezelf? Ja, iets is goed als ik het goed vind, iets is waar als ik het waar vind. Daar heb je het pure subjectieve 'van de autonome mens: wat waarden zijn en wat waardevol is en wat vrijheid is en waar die vrijheid ophoudt, dat bepaal Ïk zèlf! Objectieve waarheid? Doe niet zo' moeilijk. Alles is immers betrekkelijk! Het is maar hoe je het bekijkt!
c. voor die autonome mens in die segmenten geeft' het verstand de doorslag. Wat ik begrijpen kan dat kan waar zijn, maar wat mij boven de pet gaat dat moet wel onzin zijn. Wat binnen de horizon.
van mijn verstand ligt is de moeite waard, maar wat daarbuiten ligt daar heb ik geen boodschap 'aan. Dus ook niet 'aan waarden en normen die van een of andere 'god' komen die buiten deze wereld staat.
Maar - en daar heb je meteen de spanning
gegeven - wat moet je dan aan met die kernpunten die ds. Smit in zijn nadenken formuleerde?
* het héle leven voor Gods aangezicht, hoe moet dat in een segmenttijd?
* vrij van slavernij, wat slavernij? Niks slavernij: wat ik goed vind is goed!
* vrij tot dienstbaarheid. Wie gebiedt mij dat? dienen en wie dienen bepaal ik zèlf. Want dit is de lucht die wij inademen vandaag de dag.
Daar zie Je duidelijk de evenwichtsbalk voor je 'als je gaat spreken 'over de gemeente van de Heer Jezus' die dient te leven in christelijke vrijheid. Weet u, de wóórden kennen we goed: in de wereld zijn 'en 'niet van' de wereld Zijn. Maar hoe doe je dat nu in de alledaagse praktijk? Want om je heen zie je de voorbeelden van mensen die het met één van tweeën, doen:
- Christenen die zo volop 'in' de wereld staan dat je soms vreest dat ze in die wereld ook onder zullen gaan; Christenen aan wie je niet meer merkt uit welke bron ze nu eigenlijk leven.
- Christenen die het 'niet van' de, wereld vorm willen geven door een nieuw brokje wereldmijding te prediken: je, kunt aan allerlei zaken maar beter niet meer meedoen, brandt je vingers er maar niet aan.
Maar in beide gevallen heb je de spanning uit het leven van de Christenen weggehaald. En die spanning is nu net wezenlijk voor Christenleven. De spanning van de evenwichtsbalk. Maar het kan niet anders. Tussen haakjes: in feite heeft het nóóit anders gekund, maar' we zijn in ons land verwend: we hebben jaren achter ons liggen waarin die spanning voor velen uit onze kringen minder voelbaar was. De samenleving droeg zoveel 'christelijke' trekken dat je je er niet zo gauw een buil aan viel. En werd het al te gevaarlijk dan hadden onze 'eigen' kringen, stromingen, bewegingen en daar was het een stuk veiliger.
Die tijd is echt voorbij. En we zullen dan ook weer moeten 'leren' in christelijke vrijheid te leven. Vandaar dat mevrouw Vrijmoeth vanmiddag spreekt over de opvoedingskant er van.
3. Enkele concrete voorbeelden
Ik kan nu bespiegelend blijven spreken, maar daarvoor heb ik niet gekozen. Het gaat immers om Ieven in christelijke vrijheid; dan horen er Illustraties bij. Ik heb er enkele gekozen, met de risico’s die voorbeelden meebrengen. Ze zijn met talloos veel andere voorbeelden aan te vullen, ingrijpende en minder ingrijpende situaties. Maar het zijn wel voorbeelden uit de Ievenspraktijk van de gemeente van Christus van vandaag, voorbeelden waarin de spanning voelbaar is.
a. In een klein ziekenhuis wordt een kindje geboren, ernstig gehandicapt, open ruggetje en nog vele problemen meer. Beide ouders proberen de eerste schok te verwerken. Vader heeft even bij de couveuse gekeken: twee van de drie waren al bezet geweest, hun kindje ligt. in de derde. In de loop van diezelfde dag wordt er in dat ziekenhuis nog een kindje geboren, gaaf maar wel ademhalingsproblemen, Het moet In de couveuse, maar in welke? Bovendien is er weinig tijd. Toch kiezen de artsen er voor de ouders te raadplegen. De ouders stemmen spoedig toe: 'hun kindje gaat uit de couveuse en het kindje met ademhalingsproblemen er in. Maar het gehandicapte kindje overleeft die handeling niet. Er is later veel over doorgesproken.
Beide ouders hebben rust gevonden bij hun beslissing, ook bij alle indringende vragen die aan hen zijn gesteld, Dat. is in de spanning staan. Want [e ' kent het onderwijs van de Here God en zijn geboden ten leven. Maar, niemand geeft je op zo'n moment een lijstje van wat nu wel of niet geboden ·is. Je moet dan zèlf kiezen, eigen verantwoordelijkheid nemen en je daarvoor ook willen verantwoorden. En wel op die kernpunten: leven voor Gods aangezicht, niet gebonden aan welke slaafse vormen, wel in waarachtige dienstbaarheid.
b. Een gezin met in de familie een militaire traditie: opa heeft op vele fronten gevochten en is drager van diverse onderscheidingen; vader is nog' in Korea, geweest in de' jaren vijftig; de oudste zoon heeft de KMA gedaan, Nu komen er grote problemen omdat de, jongste zoon dienst weigert, principieel. Er zijn ruzies geweest, maar soms ook heel behoorlijke gesprekken; dan zijn woorden als 'vrijheid', 'christelijke waarden' en 'overheid draagt het zwaard niet tevergeefs' niet van de lucht. Toch blijft de jongste bij zijn beslissing. Nee, niet gemakkelijk als iemand die alleen maar modern dwars wil liggen; hij heeft een hekel aan die ruzies en hij wil de relatie met opa niet kwijt. Maar tegelijk ook overtuigd dat hij een verantwoorde keuze doet: voor het aangezicht van de levende Heer, breken met de bewapeningsslavernij, bereid tot waarachtige dienst aan de naaste.
Herkennen we dit als leven in christelijke vrijheid?
En kan de ouderding op huisbezoek deze jongen opvangen als hij klaagt dat er wèl gebeden wordt voor 'onze jongens in dienst' maar nooit voor dienstweigeraars en voor hen die vervangende dienst doen?
c. Een paar jonge mensen, allebei rond de vijfentwintig, zes jaar getrouwd en geen kinderen, de een studerend en de ander werkend, met minimale woonruimte in de stad. Dan krijgen ze gelegenheid om op een dorp een comfortabeler woning te krijgen en ze gaan daar wonen, sluiten zich ook bij de gemeente aan op dat dorp. Op huisbezoek wordt hen na verloop van tijd nadrukkelijk verantwoording gevraagd van hun wijze van leven: al zo lang getrouwd, geen kinderen, wel voorbehoedsmiddelen, kan dat allemaal? De twee geven hun verantwoording: kennen elkaar al heel wat jaren, vanwege de thuissituatie vroeg getrouwd, maar bewust niet willen samenwonen; alleen is het voor hen deze jaren heel duidelijk geweest: er moet geld verdiend worden, er moet gestudeerd worden, ons leven is nu nog niet geschikt om kinderen te krijgen en op te voeden, daarom. Toen is 'er een ernstig vermaan gevolgd dat zij als mensen wilden beschikken over de gave van de kinderzegen van de Here God. Het heeft veel problemen gegeven, met de kerk en met vrienden.
Is dit de weg van de gemeente van Christus? Of kan er ook hier sprake zijn van leven in de christelijke vrijheid, met alle spanning die dat meebrengt, in je concrete levenssituatie je weg proberen te vinden: ja, voor Gods aangezicht, maar vrij van gewoonten en zeden om werkelijk dienstbaar te kunnen zijn.
Drie illustraties, omdat ik meen dat een bijdrage over 'leven' in christelijke vrijheid daar niet buiten kan. Niet als een voorschrift hoe het zou moeten, gesteld al dat ik dat van hieruit zomaar zou kunnen zeggen. Wel heb ik levensechte voorbeelden gezocht, voorbeelden waarin de spanning van de evenwichtsbalk duidelijk voelbaar is. De spanning die kenmerkendis voor leven in christelijke vrijheid.
4. Waar blijven we dan?
Dat is vaak de reactie in de gemeente als er zo verschillende keuzen worden gemaakt: waar blijven we dan? wat is er nu nog vast? zijn er dan in de bijbel geen altijd geldige normen? waar moet je je nu aan houden? Een ding allereerst: maak er geen 'afstandelijke discussie van wèl met metershoge golven, maar zonder de spanning die eigen is aan 'het leven op het scherp van de snede. Als je de tijd neemt om goed te luisteren en de spanning herkent 'hoe blijf ik in evenwicht, dan heb je te maken met leven in christelijke vrijheid. En dan maken broeders en zusters in de gemeente van de Heer soms heel verschillende Keuzen. Ja, maar waar blijven we dan? Wat zit er achter dit soort angstvragen, die ieder die de spanning van de evenwichtsbalk kent ook wel eens zelf heeft ervaren?
Alleen een brok geestelijke luiheid, omdat we altijd hebben gekoerst op de herkenbare kaders die 'we zelf ooit eens hebben meegekregen maar die nu zijn weggevallen zonder dat we moeite hebben gedaan om nieuwe koerspunten voor ons leven uit te zetten? Of zit er oprechte onzekerheid achter: hoe trek ik nu de bijbelse lijnen door? Het leven in christelijke vrijheid is vandaag meer onzeker dan 25 en 50 jaar geleden: de herkenbare kaders zijn weggevallen en bovendien 90k nog die aanvallen op datgene waar je je op baseert, de bijbel, Gods Woord.
Toch zullen wij vandaag nergens anders terecht kunnen 'voor ons leven in christelijke vrijheid dan bij de Heer, onze God. Dat dienen we grondig van broeder Paulus te leren, die in de wereld van toen waar helemaal geen christelijke kaders waren zich altijd baseerde op Christus, op zijn Woord, op de Geest die de gemeente gegeven is om haar de weg te wijzen tot de volle waarheid.
Immers dat Woord biedt het volle heil in de vergeving van onze' zonden om 'Jezus wil. Dat Woord mag' en moet het vaste oriënteringspunt blij yen 'voor leven in christelijke vrijheid. Maar dan dient de gemeente ook herkenbaar te zijn als een gemeente die van dat Woord lééft, op zondag in de samenkomsten, in de week in kringen en clubs, in de gezinnen. Dat de .warmte van het leven van dat Woord en de Heer van dat Woord voelbaar wordt. Een warmte die verbindt, bij alle vragen. en onzekerheid. En dat de vastheid die dat Woord aan mensen geeft duidelijker vorm krijgt. Merkwaardig, met zoveel onzekerheid toch spreken over vastheid! Ja, want de onzekerheid die vandaag vaak ons leven kenmerkt in ons keuzen maken is niet het allesbeheersende. Dwars door die onzekerheid heen mag ik weten van de vastheid in mijn Heer en Heiland: Hem van Golgotha en Pasen weet ik achter mij, Hij die weer komt weet ik voor mij. Aan die staalkabels hang ik dan in geloof. En die vastheid vanuit de Heer en zijn Woord kan de angst wegnemen en de kramp. Die vastheid kan juist in onze onzekere tijd de gemeente van Christus weer de kleur van de hoop geven. Dan blijft leven in christelijke vrijheid leven op die evenwichtsbalk; maar dan zie je bij alle concentratie ook af en toe iets van de 'vreugde waarmee dat leven geleefd kan worden, warmte die ook' uitstraalt naar anderen. Als we in de gemeente van de Heer dan ook maar afleren elkaar alleen te beoordelen op de verschillende keuzen die we soms maken. En wat meer aanleren door te vragen naar wat er achter zit, naar de kern:
* Leef je voor Gods aangezicht of alleen voor wat je eigen hartje begeert?
* Ben je vrij van slavernij die vervreemdt of ben je opnieuw slaaf geworden?
* Gaat het om dienst aan de Heer en de naaste of alleen om dienst aan eigen ik?