Het "Bangui-project" (1)

1986-07-04
  • Jaargang 30
  • nummer 27
Toen ik nog in Wageningen woonde, zag ik van nabij hoe vanuit de Landbouw Hogeschool de ontwikkelingssamenwerking bedreven werd. Niet alleen waren er veel jongelui uit de derde wereld naar Nederland gekomen om hier te studeren, maar wat mij bijzonder effectief leek: deskundigen werden uitgezonden om ter plaatse waar dat nodig was onderwijs te geven. Regelmatig was mijn buurman om die reden een poosje van huis. Door deze vorm van hulpverlening voorkwam men het nadeel dat jongelui, de sfeer van het rijke westen geproefd hebbend, niet meer terug wilden naar hun land van. herkomst. Hun dure en hoog gekwalificeerde opleiding kwam daardoor hun vaderland toch niet ten goede. Door de kennis daar ter plaatse te brengen vermeed men dit euvel. Ik heb dit idee sindsdien bij mij rond gedragen als een zeer zinnige vorm van ontwikkelingssamenwerking. Zonder te weten dat ik zelf nog eens volgens precies dezelfde formule uitgezonden zou worden.

De Stichting EV.T.A. (Evangelische Toerusting Afrika) verzocht in het voorjaar mijn kerkeraad om mij voor een uitzending van een maand af te staan. Dat werd goed gevonden en samen met mijn jongere collega drs D..Westerkamp te Eck en Wiel die al langer aan genoemde stichting verbonden is en reeds eerder in Oeganda bedrevenheid in dit werk had opgedaan, ben ik voor een maand in Bangui geweest, de hoofdstad van de Centraal Afrikaanse Republiek, waar sinds 1977 een Faculteit voor Evangelische Theologie gevestigd is. Een anderhalf jaar tevoren had dr K. van der Toorn het spit al afgebeten, 'zodat onze weg daarheen reeds min 'Of meer geëffend was. De studenten daar 'herinnerden zich hem nog zeer goed, wat onze ingang bij hen vergemakkelijkte. Enthousiast· werden ze ook toen ze vernamen dat ik persoonlijk een leerling ben van Prof. drs J. P. Lettinga te Kampen (Broederweg), wiens grammatica voor het bijbelse Hebreeuws (in het Frans vertaald) daar verplicht gebruikt wordt.

Een maand lang is toch niet veel, zal iemand zeggen. Dat was aanvankelijk ook mijn gedachte, vooral toen ik het prijskaartje zag dat eraan hangt. De reis daarheen is uitzonderlijk duur. Maar een gaat daar toch anders. Over denken als men weet dat genoemde faculteit regelmatig zogenaamde 'professeurs visiteurs' (bezoekende leerkrachten) uitnodigt om ter plaatse een maandprogramma af te werken. De vaste stafis onvolledig en door zulke uitnodigingen schept men een aanvullende voorziening. Gedurende zo'n maand heb je dan ook als bezoekende leerkracht de studenten praktisch geheel tot je beschikking. Andere colleges volgen ze bijna niet. Zodoende kun je een stof met ze doorwerken die anders over een langere tijd uitgesmeerd zou zijn. Je bezoek wordt dan ook behoorlijk uitgebuit, niet alleen door zo'n zestig college-uren maar daarnaast ook door werkbesprekingen met studenten die aan hun scriptie bezig zijn of beginnen. Gedurende, de laatste week krijgen de studenten vrijaf om zich de opgedane stof eigen te maken en zich op een afsluitend examen voor te bereiden waarvan de uitslag volwaardig medebepalend is voor hun bevordering.
Een nadeel is natuurlijk datje niet zoveel tijd hebt om aan elkaar te wennen. Het is toch voor de faculteit in zekere zin een zich behelpen. Men zou de broeders en zusters daar graag een complete vaste staf gunnen.
Maar om dat te realiseren valt niet mee. Van ouds is eigenlijk het Franstalige gebied aan protestantse zijde wat geïsoleerd geweest. Het heeft niet zoveel achterland. De Faculteiten van Aix en Provence en Vaux sur Seine doen wat ze kunnen, maar de toestroom van elders blijft toch door de taalbarrière wat gestremd. Dat geldt dan trouwens meer op personeel dan op financieel gebied; zonder de Amerikaanse dollar 'zou deze instelling niet kunnen draaien: Dat er met .deze geldstroom ook wel eens een invloed meekomt die vragen oproept, mag onze ogen niet doen sluiten voor de grote mate van vrijgevigheid die onder de Amerikaanse christenheid leeft. De wel vaart daar kan de enige verklaring niet zijn.

Dit wil nu echter niet zeggen dat ook onze uitzending met Amerikaans geld is bekostigd geworden. Dat zou werkelijk onze eer te na zijn. Wel is het zo dat wij daar in Afrika een meer duurzame hulpverlening vanuit Nederland hebben aangeboden die, eerder geestelijk dan materieel zal kunnen zijn.
Dat hebben wij om verschillende redenen zo geformuleerd. In de eerste plaats omdat onze kerkengroep gering in aantal en beperkt in mogelijkheden is. Nu ik dit trouwens neerschrijf moet het me van het hart dat ik in Afrika zeer onder de indruk gekomen ben van wat kleine Baptistenkerkjes in de Europese landen op het gebied van de zending in Afrika presteren. Niet zelden zijn hun zendelingen éven talrijk als hun voorgangers aan het thuisfront.
Het beroep op onze kleinheid is in het licht daarvan slechts beperkt houdbaar (al vergeet ik onze prachtige zending in Zuid-Afrika niet). Er is evenwel een belangrijk argument dat ons met financiële hulpverlening voorzichtig doet zijn. Wordt daardoor niet een eilandje van westerse welvaart geschapen in een omgeving van Afrikaanse armoede? Wordt zo het predikant worden niet onbedoeld geassocieerd met rijk worden? Er behoeft in onze ogen beslist niets, overdrevens te gebeuren om toch naar Afrikaanse maatstaven die indruk te vestigen. Het feit 'alleen al dat de FATEB-student (FATEB = Faculté de Théologie Evangélique de Bangui) zich van zijn beurs normaal kan voeden en kleden valt in dat land waar overigens geen hongersnood heerst, op, ik weet wel dat hiervoor niet zo gemakkelijk een alternatief te bedenken is, maar er moet toch wel serieus over worden nagedacht. Een en ander zou immers tot gevolg kunnen hebben dat een in Bangui opgeleide student' te zeer verwend is geraakt' dan dat hij zich nog naar het armelijke platteland van bijvoorbeeld Tsjaad zou laten beroepen. We zouden dan het in het begin van dit artikel genoemde euvel niet hebben verholpen, we zouden het alleen maar naar het Afrikaanse continent. hebben verplaatst.

Er is nog een derde reden waarom wij aan geestelijke hulpverlening de voorkeur geven. En die is dat wij ons met onze gereformeerde traditie rijk voelen. Ook in ons land kan het gebeuren dat de bekeerlingen van onze evangelische medechristenen - die zij meer maken dan wij! - een beroep op de kerken van gereformeerde signatuur doen om in hun geloofskennis dieper gevormd en om voor het leven als verantwoordelijke christenen in deze wereld beter toegerust te worden. Wij zijn pp die manier het theologische achterland van de evangelische beweging. Zo hebben wij dat in Afrika ook gevoeld. Binnen de kringen van de Ev.T.A. leeft derhalve de vraag hoe wij het vele dat wij vanuit onze gereformeerde traditie ontvangen hebben, ter beschikking kunnen stellen van landen in opbouw zoals het Afrikaanse continent die bij dozijnen telt. Ik geef toe dat dit een pretentieuze vraagstelling is die zelfs een beetje irritant kan overkomen, vooral bij degenen die de, nadelen van het gereformeerde, aan, lijf en ziel ervaren hebben. Wij kunnen inderdaad zo opgesloten raken dat wij niet anders dan die nadelen meer zien. Maar één van de dingen die ik uit Afrika als indruk heb meegebracht is dat wij in een bijzonder rijke traditie staan die veel bruikbaars voor dat geweldige continent in huis heeft. Ik wil daar in een volgend artikeltje graag nog wat dieper op ingaan. Voor ditmaal sluit ik af met het misschien wat voortijdig noemen van het adres van de Ev.T.A. waarheen U uw gewekte belangstelling al vast in daden . kunt omzetten. Want eerlijk gezegd, onze reis is grotendeels alleen nog maar voorgeschoten.

Het project 'Bangui' van de Ev.T.A. kampt dus met een beduidend tekort. Giften, ook om dit werk in de toekomst voort te zetten, kunnen worden overgemaakt onder uitdrukkelijke vermelding "Fonds Bangui" op de volgende rekeningnummers: Postgiro 9710, bankrekening 33.03.03.724, t.n.v. Stichting Ev.T.A, Eck en Wiel.
De Ev.T.A. rekent op U.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief