De verstokte farao

1988-11-18
  • Jaargang 32
  • nummer 43
Het machtig verhaal van de plagen lijkt op een zelf geweven bonte boekenlegger die ik eens van één van onze kinderen kreeg. Er zit een hele reeks 'draden' in die steeds in het vervolg verrassend tevoorschijn komen. Allereerst, het gaat toch wel om een

Ecologische ramp in een jaar tijds.
In de tijd van een raadselachtige algenplaag bij Noorwegen kennen we zoiets. Het lijkt erop dat plaag 1 er één is van micro-organismen in 'vader Nijl' tijdens een zeer hoge vloedwaterstand. Water en vissen sterven, kikkers worden aan land gedreven; plaag 2. De afzetting van ongewoon materiaal langs de hele rivier, samen met de resten van vissen en kikkers, maken het akkerland besmet.
Gevolg: muggen (plaag 3) en steekvliegen (plaag 4): de insectenpopulaties lopen compleet uit de hand. Na water en grond loopt ook de atmosfeer gevaar: besmetting met veepest (5) en zweren (6). Of de meteorologische kant van zware hagel (7) en de via zware wind aangevoerde gigantische sprinkhanenhorden (8) met dat ecologische samenhangen, weten we niet. De verstikkende duisternis echter (9) zóu kunnen veroorzaakt zijn doordat de verzengende khamsin het dorre stof opneemt tot een stofstórm.
Het jaar 1988 kent tot nu toe een verschrikkelijke sprinkhanenplaag in NAfrika; Amerika vreest zeer voor een herhaling van de 'dustbowl', de allesvernietigende stofstorm van de jaren dertig. Wie beweerde er ook al weer dat de Egyptische plagen geschiedenis zijn?

Gods vinger?
Dat het onmiskenbaar om handelen van de HERE gaat begint al te blijken in de waarschuwing van farao's geleerden.
Na het falen van hun poging, plaag 3 te imiteren. In die waarschuwing wat je vaak in het oude nabije Oosten treft: het besef van de allerhoogste God. Je zou zeggen: een waarschuwing van deskundigen,zeker niet iets om in de wind te slaan!
Maar het hele verhaal is vol van de fijne trekjes van de hoge regie die Israëls God voert in krachten en tekenen midden in Egypteland. B.v. het verdwijnen van de kikkers. Mozes vraagt de farao een tijdstip op te geven.
Zodat niemand ook maar kan dènken dat die kikkers niet op bevel van de HERE komen, en gaan! Denk ook aan Gods eigen waarschuwing voor plaag 4: opdat u (farao) weet, dat ik de HERE in het land ben. God gaat vrijmachtig Zijn daden stellen midden in het domein van de verenigde Egyptische goden. Dat de HERE in achtereenvolgende plagen met die goden de vloer aanveegt, blijkt al aan Zijn treffen van de Nijl, als god vereert. En - om niet meer te noemen - aan Zijn 'verdonkeremanen' van de zonnegod van Egypte, Amon-Re. En natuurlijk aan Zijn doden van de godenzoon, de kroonprins van het land. Het is ècht niet teveel gezegd: 'aan alle goden van Egypte zal Ik gerichten voltrekken. Ik de HERE' 12: 12.

Scheiding
Een volgende 'draad' is die van de scheiding die God voltrekt tussen de farao en zijn volk, en Gods eigen volk Israël. Dat begint in de aankondiging van de 4e plaag: Gosen wordt gevrijwaard van steekvliegen. Na de 5e plaag stuurt de farao zelfs waarnemers om vast te stellen dat het thuisland en - volk van Israël inderdaad een uitzonderingstoestand van God genieten. Via de 7e plaag loopt deze draad uit op de grote scheiding die God voltrekt in de nacht van pascha, hfst. 12. En op de ramp die de Egyptenaren achterhaalt op de zeebodem, die voor de Israëlietenjuist de weg naar de vrijheid was geworden!
Tussen haakjes: het was in sommige theologische kringen mode, van gedeelten als dit te beweren, dat er zo sterke (overdrijvende) legendevorming optrad. Tegenwoordig is dat zozeer omgeslagen dat er al auteurs erkennen dat de schrijver(s) wel ooggetuige van de gebeurtenissen in dat rampjaar voor Egypte moet(en) zijn geweest. Dit vanwege hun (zijn) bekend zijn met termen en omstandigheden die typerend zijn voor de tijd waarin de uittocht ongeveer moet vallen.
En dat dan specifiek in de Egyptische situatie!
Met de nog wel eens gehoorde vraag of we hier nu aan natuurlijke dan wel bovennatuurlijke wonderen en tekenen van de HERE moeten denken, maken we het onszelf nodeloos moeilijk. De Schrift kent die onderscheiding zo niet. In dit geval is doorgaans te denken aan verschijnselen die over Egypte komen, die op zich niet onbekend zijn. Ze komen alleen op een wijze, op tijdstippen en onder een regie die alle wijzen naar Degene die in Egypte Zijn daden stelt. Hij doorbreekt de 'natuurlijke' grenzen van wat Egypte kent in een dusdanige mate, dat alles - zoals wij dan zeggen -: volledig uit de hand loopt. Maar wat is dat anders dan dat van Hogerhand ons bekende evenwichten worden doorbroken?

Van diplomatie tot woede
Een belangwekkende 'draad' is die van farao's concessies gevolgd door woordbreuk. Ook hier escaleert de zaak. Het begint met zijn toegeven na plaag 2. Sterker is het al na plaag 4 (8: 25) met een poging om een compromis te vinden. Na de 7e plaag spreekt de farao van zijn 'zonde', 9: 27. 'Zondigen' is 'je misgaan'; de farao is er dan blijkbaar wel van overtuigd dat hij zozeer 'in de fout gegaan' is tegenover de HERE, dat hij van 'schuld' spreekt. Ironisch klinkt dan 9: 34: hij ging vóórt met 'zondigen' ..... Via een soortgelijk toneel na de achtste plaag, 10 : 16 vv komen we terecht bij de laatste ontmoeting, waar de farao het nóg eens met een tussenoplossing probeert, 10: 24.
Dat loopt uit op een woedende scène, vss 28-29. Mozes grijpt de woorden van de koning waarin hij hem met de dood bedreigt aan, om te profeteren, dat de dood er nu inderdaad mee gemoeid is: de dood van de lOe plaag namelijk. Ook de man Gods vertrekt in brandende toorn, 11 : 8.
Eén en ander is voor de farao natuurlijk verergerd door de houding van zijn dienaren. Na zijn geleerden, 8 : 19, waren er nu toch ook anderen die de dreigementen van Israëls God niet in de wind sloegen, 9: 20-21.
Maar voor de 8e plaag, toen dus de ondergang dreigde voor de rest van Egypte's oogst, zijn de knechten van de farao wel bijna in opstand gekomen, 10: 7v. De koning werd nu door zijn eigen achterban gedwongen, water bij de wijn te doen, - een positie die voor geen onderhandelaar benijdenswaardig is!

Climax
Het is niet helemaal duidelijk waarom de 3e (8 : 16v) en 6e (9 : 8v) en ge (10: 21v) plaag onaangekondigd komen. Was dat omdat de farao weten kon wat de te verwachten 'gevolgen' gingen zijn? Trouwens, de 6e plaag werd dan niet aangekondigd, maar ze begon wel met een - ongevraagde - demonstratie voor farao's ogen!
In ieder geval is aan alles te merken het oplopen van de spanningen. De farao heeft steeds minder greep op de situatie, en op zichzelf. Gods plagen worden zwaarder, Mozes' spreken neemt in kracht toe, 10: 29. Mozes wordt een gezien man in Egypte, 11 : 3. Kortom: deze meesterlijke reporter voert ons naar een punt waar èn de verlossingen van de HERE èn zijn gerichten tot een ontzagwekkende finale moeten komen!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief