Henoch
1988-11-25
In het boek Henoch zijn verscheidene visioenen opgenomen. Sommige zijn in details nauwelijks te aanvaarden.- Jaargang 32
- nummer 44
Te aanvaarden? Nu ja, onze realiteitszin, "onze nuchterheid", heeft er wat moeite mee.
Dat ook Daniël visioenen had, idem Ezechiël, idem Johannes - nu ja, daarmee zijn we vertrouwd. Daniël bijvoorbeeld; die droomde dat de vier winden (?) des hemels de grote zee (?) in beroering brachten, waaruit toen vier dieren (?) opstegen. Een leeuw met arendsvleugels (?) die twee mensenvoeten en een mensenhart (?) kreeg. Een beer met drie ribben tussen zijn tanden (?). Ook Ezechiël zag ongelooflijke dingen: hij at een boekrol op (?), zag vanuit Babel wat in Jeruzalem gebeurde (?), zag een rivier uit de tempel stromen, die het water van de Dode Zee zoet maakte en visrijk (?) en veel meer. Om van Johannes en zijn Openbaringen maar te zwijgen.
Zo met Henoch. Hij heeft visioenen gezien en dromen gedroomd, die even zinvol zijn als de drie genoemde profeten; maar minder aanvaardbaar omdat we er niet mee opgegroeid zijn.
Want het aanvaarden van onaanvaardbare dingen is een stuk christelijke opvoeding; zonder die kennis gaat Gods volk verloren, zegt de Schrift.
Henochs boek staat nu eenmaal niet in ons lijstje canonieke boeken van art. 4 der Ned. Geloofsbelijdenis.
Zelfs niet in het lijstje apocriefe boeken van art. 6. Eenvoudig omdat het boek Henoch in de 4e eeuw nog niet bekend was en niet ingedeeld kon worden. Het positieve is dat de Bijbel enkele malen naar Henoch verwijst en daar vele malen uit citeert.
Het negatieve is: dat aan het boek Henoch in de loop der eeuwen veel stukken zijn toegevoegd; die toch de kern niet aantasten. Wanneer zich vandaag een Concilie zou opmaken om de heilige schrifturen alsnog in te delen, dan zou wellicht de kern van Henoch als geïnspireerd aanvaard worden; en - evenals bij de toegevoegde delen van Daniël en Esra, - zou het mes in het boek Henoch moeten gaan om koren en kaf te scheiden.
In dit verband nog een opmerking over de canon (gesloten voltalligheid).
De profeet Jesaja is in ca. 350 als canoniek erkend en onder de Grote Profeten ingedeeld. Ook dit boek is van diverse oorsprongen: we spreken van een deutero-Jesaja, zelfs van een trito-Jesaja, alle van diverse data. De oudste profetie is van 740 vC, het oudstbekende manuscript was van de eerste christeneeuwen. Maar toen het Qumran-manuscript werd gevonden, dat bijna 800 jaar ouder was dan het oudste bekende ..... beefden sommige harten van theologen. Want wanneer die tekst zou afwijken van de onder ons bekende, zou de canon van de bijbel moeten opengaan om het gezag van het oudste manuscript te erkennen.
Gelukkig is ons het probleem bespaard: de veel oudere Qumran-rol bevestigde wat wij hadden en kenden.
Maar er bleef een probleem over: dat art. 7 N G B enerzijds vastlegt dat de canon "genoegzaam" is - en anderzijds dat niet concilies of decreten of besluiten het laatste woord hebben .....
-0-
We zeiden al dat Henoch, die volgens de Schrift door God weggenomen is van de aarde, volgens zekere opvattingen (gesteund door het boek Henoch zelf) teruggekomen is; voor hij definitief ten hemel voer. In dit verband verwezen we naar Paulus, die zegt tot in de derde hemel te zijn opgenomen en terugkwam om het ons aan te zeggen. Henoch schrijft (hfdst. 12-16) "voor deze dingen was Henoch verborgen, en niemand wist waar hij verborgen was en wat er van hem geworden was". Later: "alleen ik, Henoch, zag het visioen, het einde der dingen. Niemand zal zien wat ik zag" (19: 3). Enkele details?
Henoch zag de geesten der gestorvenen (22: 5-7). Een daarvan bracht een aanklacht uit. De aartsengel Raphaël zei hem: "dat is de geest van Abel, die door Kaïn gedood is". (Vgl. Openb. 6: 9, de zielen .onder het altaar.)
Henoch zag ook de "tuin der gerechtigheid", gevuld met veel bomen, geurig en schoon. Ook de boom der Kennis daarin, waardoor zij die ervan eten grote wijsheid krijgen. Voorts zag hij daar de Boom des levens (24 : 4, 5). Hij rook de boom, een buitengewone geur, zo heerlijk als hij nooit geroken had. De bladeren, bloesem en hout verdorren niet; de vruchten, die op dadels gelijken, zijn schoon, het zijn vruchten voor de uitverkorenen.
Maar Michaël zei hem: "geen sterveling mag deze boom aanraken voor het grote oordeel. Hij is voor de rechtvaardigen, de heiligen.
En de boom zal staan in de tempel van de Eeuwige Koning."
Henoch kreeg de aartsengel te zien, en van hun arbeid te horen. Michaël, die genadig en geduldig is, gaat over de kennis en het beste deel der mensen - en over de chaos. Raphaël beheert de ziekten en wonden van de mensen, en de geesten der gestorvenen tot het laatste oordeel. Uriël gaat over de wereld en de tartarus; de laatste is de mythologische strafplaats in de onderwereld. Gabriël is over de "machten" gesteld; een orde in de engelen wereld. Hij beheert ook het paradijs, de slangen en de cherubs.
Phanuel beheert het berouwen de hoop van hen, die het eeuwige leven beërven, Raguël beheerst de hemellichamen. Saraqueël bemoeit zich met hen, die geestelijk (in de geest) zondigen. Remiël beheerst de groei aller dingen. Ze zijn ons niet alle uit de Bijbel bekend (20: 1-8; 40: 9).
Ook vernam Henoch enkele details van de gevallen engelen, van het boze dat zij op aarde hebben gedaan.
Gadreël, die Eva heeft misleid en die de mensen de doodslag heeft geleerd, heeft nog meer aangericht. Penemue leerde de mens te schrijven met inkt en papier. "Daarmee is altijd gezondigd, tot vandaag toe" (69 : 9, 10).
"Want daartoe is de mens niet geschapen: om met pen en inkt zijn goede trouw te bekrachtigen. Want de mens is net als de engelen geschapen, om zuiverheid en waarheid te handhaven; en de dood zou hem nimmer gegrepen hebben". (Iets voor schrijvers, om te onthouden; ook voor juristen.) . De gevallen engel Kasdeja leerde de mens de boze kwellingen kennen door geesten en demonen, de slangebeet en de zonnesteek; en de abortus, die we al eerder noemden.
-0-
Het tweede visioen (37 : 1) spreekt van Henoch, de zoon van Jered, de zoon van Mahaleël, de zoon van Kenan, de zoon van Enos, de zoon van Seth, de zoon van Adam. Nauwkeurig de volgorde die ook Genesis geeft. Daarbij wordt Adam nog aangeduid als de "eerstgeschapene door de God der Geesten". Die naam "God der geesten" vinden we bijvoorbeeld ook in Numeri 16: 22 (SV) en 27 : 16 en elders.
Dat tweede visioen gaat over het wereldgericht, waarvan dit boek - typisch apocalyptisch - veel zegt. "Als de Rechter zal verschijnen voor de ogen der rechtvaardigen, waar zullen de zondaren blijven, zij die de God der geesten hebben ontkend?" "Het zou goed voor hen zijn geweest als ze nooit geboren waren", 38: 2. (Vergelijk nu Matth. 26: 25 en Marc.14: 21.)
Dat bepaalde delen van het boek, als de "Fragmenten van het boek van Noach", later zijn toegevoegd, blijkt uit een zin (van Noach): "waar mijn grootvader is opgenomen, de zevende van Adam", 60: 8. Ook het slot van het boek Henoch, waarin zijn definitieve hemelvaart beschreven wordt, moet door anderen zijn geschreven.
Maar ditzelfde geldt voor de dood van Mozes, aan het slot van Mozes' laatste boek.
Als andere boeken worden historie en profetie afgewisseld door gedichten.
Dan verschijnt het Hebreeuwse gedicht, dat uit voor- en nazin bestaat; of dan komen refreinen of herhaalde inzetten. Zo 69: 17-27 over het Woord (= Godzelf; gebruikt is het woord Oath, dat eed betekent, maar w.s. hier Logos inhoudt)
En door het Woord werd de aarde op de wateren gevestigd;
En door het Woord is de zee gevormd; Hij plaatste het zand tegen het woeden der zee;
En door het Woord volbrengen zon en maan hun omloop, en wijken niet af van eeuwigheid tot eeuwigheid;
En door het Woord gaan de sterren hun baan en Hij roept hen bij name en zij antwoorden Hem van eeuwigheid tot eeuwigheid;
En al deze schepselen geloven en danken de Heer der geesten en prijzen Hem uit alle macht, en hun spijs is het Hem te danken.
(Vergelijk Joh. 4 : 34 "Mijn spijs is het de wil te doen van Mijn Zender".)
En Hij zat op zijn gloriestroom. En het totale oordeel werd de Zoon des mensen gegeven, 69: 27.
-0-
Tot slot Henochs hemelvaart. "En het geschiedde dat Henoch bij zijn leven omhooggehaald werd naar de Zoon des mensen en de Heer der geesten, van tussen de aardbewoners (70 : 1).
En hij werd opgenomen met wagens van de geest (vgl. Elia, 2 Kon. 2 : 11) en zijn naam verdween onder de mensen.
En vanaf die dag werd ik niet meer geteld onder hen.
En daar zag ik de voorvaderen en de rechtvaardigen, die daar reeds woonden.
En het geschiedde dat zijn geest werd verplaatst en klom naar de hemelen.
En ik zag de heilige zonen van God (= engelen) en kwam, door Michaël, tot in de hemel der hemelen (71 : 5).
Daar zag hij serafs en cherubs en ophannim.
En engelen, duizend maal duizenden en tienduizend maal tienduizenden (71 : 8).
"En ik viel op mijn aangezicht en mijn lichaam werd als dood en mijn geest veranderde en ik riep met luider stem, met geestkracht, en zegende en prees en loofde (Hem). En deze lofprijzing behaagde aan de Oude van Dagen (71 : 12).