Voor wie ga je naar de kerk? (2)
1986-07-18
Vorige keer gaf ik verslag van het eerste gedeelte van de preek, waarin een antwoord werd gegeven op de vraag: voor wie ga je naar de . kerk? Het eerste antwoord was: voor God. We maken Hem blij door bij Hem te zijn en Hem met onze liederen te vereren.Het tweede antwoord is: we gaan naar de kerk voor onszelf. Ais tekst voor dit gedeelte werd gekozen Psalm 27 : 4, waar de dichter zegt: Eén ding heb ik van de HERE gevraagd, dit zoek ik: te verbliiven in het huis des HEREN al de dagen van mijn leven, om de liefelijkheid des HEREN te aanschouwen en om te onderzoeken in zijn tempel.- Jaargang 30
- nummer 28
Wat de psalmdichter zo graag zou willen is: priester wezen, Priesters waren immers altijd in de tempel of vlak er bij: De psalmdichter zegt: als ik ook zo dichtbij woonde, kon ik iedere dag zien hoe liefelijk de HERE is. Dan kon ik elke dag bezig zijn met de boeken van de Here, mijn God. Met de bijbel, zouden wij zeggen.
Nu hoeven wij, om menie boeken van onze God bezig te zijn, niet eens naar de kerk te komen.
We hebben allemaal thuis zelf een bijbel. Daar kunnen we in lezen en daar kunnen we over nadenken. Daaruit leren wede HERE kennen. Als ik wil weten wie God is, hoef ik alleen maar in mijn bijbel te gaan Iezen. Dan weet ik het. Wat dat betreft hebben wij veel meer gekregen dan de Israëlieten vroeger. Een man als David had nog maar een klein stukje vande bijbel: de wet van Mozes en de verhalen uit de geschiedenis, die wij vinden in de bijbelboeken Jozua en Richteren. Verder had hij profeten: de profeet Nathan, die bij hem kwam, en de ziener Gad. Die konden hem ook van de HERE, vertellen. En David had de tabernakel, Bij die tabernakel zag hij, zoals later de Israëlieten het zagen bij de tempel, het grote altaar, waarop dieren werden geslacht. Hij zag de priesters en de levieten, die voor de offers zorgden. Van die tempeldienst zegt Ps. 27: dat zijn nu de liefelijkheden van de HERE. Want die offers zeggen, dat God de schuld vergeeft De schuld van het volk, en de schuld van ieder persoonlijk. Er waren immers offers voor verschillende soorten zonden: voor die van het volk, voor die van, priesters, voor die van de 'gewone' Israëliet. Wie gezondigd had, kon een offer brengen. En wist dan van vergeving. Wie in de tempel kwam, zag: zo is de HERE. En zo is het ook bij ons, in de kerk. Iedere keer als we daar komen, horen we hoede HERE is. We zingen van Hem zoals de levietenkoren zongen in de tempel: We danken Hem, voor Zijn genade in lofzangen en' gebeden. Die gaan van ons uit naar de HERE toe.
Wat zijn nu voor ons die "liefelijkheden" van de Here? Het cadeau, dat de Here ons geeft als we bij Hem thuis komen, is de preek. Het onderwijs uit de bijbel. Door de preken Ieren we de bijbel beter begrijpen. De dominees leggen uit, wat er in een bijbeltekst staat, Ze leggen uit wat een bijbelverhaal te betekenen .heeft, Elk bijbelverhaal vertelt een stukje van het grote werk van onze God, waardoor Hij ons bevrijdt van de zonde. Die bevrijding geeft Hij ons met name in de geschiedenis van het leven, het lijden, het sterven en de opstanding, hemelvaart en majesteit van Zijn Zoon Jezus Christus. Door dat allemaal voor ons te laten uitleggen, zorgt de Here voor ons. Zo wil Hij ons opvoeden, om goede kinderen te zijn van Hem, Ons helpen, te doen wat Hij wil ons laten zien wat er verkeerd is bij ons. We kunnen het vergelijken met het verzorgen van een tuin. In de bijbel heet de gemeente een akker, een stuk bouwland, van onze God.
Daarom kan ik die vergelijking wel maken. Een plant moet verzorgd worden.
Een hele tuin ook. Een goede tuinman zorgt voor elke struik en voor elke plant in de tuin. Hij ruimt dode takken op en zorgt dat de wortels lucht krijgen; hij bemest en snoeit en zorgt voor genoeg water.
Zo groeien de planten. Zonder zorg 'Van een hovenier 'groeien ze waarschijnlijk ook wel,' maar lang niet zo goed.
Er zijn planten, waar je de uitgebloeide bloemen af moet halen dan bloeien, ze door; als je 'het niet doet, houden ze op. Verder moet er heel wat gedaan worden tegen ongedierte. Zo is er altijd werk in een tuin. Hoe beter je er voor zorgt, hoe mooier hij wordt. Nu is het 'verschil tussen een plant en ons, dat een plant er zelf niets aan kan doen - wij wel. Een plant kan niet naar de tuinman: toe komen en om verzorging vragen - hij moet wachten tot de tuinman komt. Wij kunnen naar onze verzorger toe gaan naar de HERE zelf in zijn huis.
Nu zouden we kunnen zeggen: maar ik kan toch ook thuis in mijn bijbel lezen. We kunnen toch ook luisteren naar een preek of naar lezingen op de radio? Is dat niet genoeg? Wie denkt dat dat genoeg is, lijkt op een plant in de vensterbank. Een kamerplant in een pot. Kamerplanten zijn ook mooi, en moeten ook goed verzorgd worden. Maar de Hete vergelijkt zijn kinderen in de bijbel nooit met planten in potjes, maar met een akker, een tuin. De Here wil een tuin, waar planten samen de zaak mooi maken.
Ik wil een ander voorbeeld. er bij gebruiken. Stel je voor: je krijgt een uitnodiging voor een verjaardagsfeestje.
Zulke uitnodigingen sla je niet graag af: die zijn leuk voor jezelf en voor de jarige. Maar dan word je ziek. Wat jammer - je kunt niet mee. Nou zijn de ouders van je jarige vriend leuke mensen. Ze zeggen: weet je wat, we hebben een videocamera, we maken van het feestje een banden die komen we bij jou afdraaien. Dan zie je alles wat er gebeurd is. De limonade, die we gedronken hebben, brengen we mee.
Dan is het net, of je er ook bij geweest bent. Ja:...net of... Maar dat is toch niet echt. Je ziet wat de anderen gezien hebben, krijgt wat de anderen kregen, en toch: je was er niet bij. Het was nèt echt. Maar daardoor precies niét echt. Een noodoplossing. Mensen die het cassettebandje van de kerkdiensten krijgen, zeggen dat ook vaak. Ze zijn blij met dat bandje, maar zeggen dikwijls: wat zou ik er graag nog eens ècht bij zijn.
Niet een kamerplant zijn, in een potje in de vensterbank binnen, maar echt een plant in de tuin, samen met de andere planten. Dan kom je zelf ook het meest ,tot je recht, op je plaats in het geheel. Daar word je samen met de anderen verzorgd, begoten met het levende water van de bijbel, met de "liefelijkheden" van de HERE, die jouw God wil' zijn, Wiens Naam je meegekregen hebt. Daarom hoeven we ons er ook niet voor te schamen, als we zondags naar de kerk gaan. Want het evangeIie dat we daar horen, is een kracht tot behoud voor ieder die het gelooft.
De kinderen sloten dit gedeelte af door deze tekst uit Rom. 1 te zingen.
(wordt vervolgd)