Een nieuwe aartsbisschop
2008-02-29
- Jaargang 52
- nummer 5
Een nieuwe aartsbisschop
Op 26 januari werd mgr. dr. W.J. Eijk, de nieuwe Rooms Katholieke aartsbisschop van Utrecht, geïnstalleerd als opvolger van kardinaal Simonis. De seculiere media wisten onmiddellijk een aantal negatieve dingen over Eijk te melden.
Destijds, bij het aantreden van Simonis, was dat niet anders. Maar in de loop van de tijd heeft Simonis in toenemende mate, ook onder protestanten, herkenning en waardering geoogst.
In De Waarheidsvriend (het weekblad van de Gereformeerde Bond in de PKN) van 7 februari schrijft ds. J.J. Verhaar over de verschillende gevoelens die de inwijding van een nieuwe aartsbisschop bij protestanten oproept.
Het is goed om hier een ogenblik onze gedachten over te laten gaan. Zij het dat die gedachten alle kanten uit schieten.
Onze verhouding met de Rooms-Katholieke Kerk is zeer ambivalent en het is zinvol om één en ander onder woorden te brengen.
Bij de installatie van bisschop Eijk op zaterdag 26 januari was ook de secretaris van de synode van de Protestantse Kerk in Nederland, dr. B. Plaisier, aanwezig.
Hij heeft ook de nieuwe bisschop toegesproken namens de Protestantse Kerk en namens de Raad van Kerken. Het korte verslagje van de toespraak van dr. Plaisier in het Reformatorisch Dagblad suggereerde een beetje dat dr. Plaisier toenadering zocht tot Rome. Maar de toespraak lezend, kom ik tot een heel andere conclusie.
Dr. Plaisier staat ambivalent tegenover het hoofd van de Rooms-Katholieke Kerk in Nederland.
Niet alleen in het brede midden van de PKN, maar ook onder orthodoxe protestanten vindt Verhaar een dergelijke dubbelheid van gevoelens ten opzichte van de Rooms-Katholieke Kerk:
Bijna niemand huldigt meer het totaal afwijzende standpunt uit de eeuw van de Reformatie. Onze houding is inderdaad ambivalent geworden. Aan de ene kant is het duidelijk dat de roomskatholieke leer niet is gewijzigd voor wat betreft de tussen Rome en Reformatie in het geding zijnde leerstukken.
Integendeel! Rome heeft, juist naar aanleiding van de Reformatie bepaalde leerstukken aangescherpt.
Terwijl andere leerstukken een stevige ontwikkeling doormaakten, naar onze beoordeling in ongunstige zin. Te denken valt aan de Maria-verering en het pauselijk gezag.
Waarom dan toch een andere houding aangenomen? Daar zijn tal van redenen voor. In de eerste plaats is er het gebod tot eenheid in de Bijbel. Tegenover het jammerlijk verdeelde protestantisme staat de ene Rooms-Katholieke Kerk, die in de moderne wereld vaak op een gezaghebbende en respect afdwingende manier weet te spreken.
Ten tweede zijn wij protestanten ons meer dan ooit bewust geworden van onze continuïteit met het verleden; met de Vroege Kerk en met die uit de Middeleeuwen. Dit ontdekten en praktiseerden trouwens al mannen als Voetius en à Brakel in de zestiende en zeventiende eeuw. Deze mannen haalden vaak meer schrijvers uit de Middeleeuwen aan dan Luther of Calvijn. () Ten derde bleken er ook in de roomse kerk vele gelovige christenen te zijn.
Zodra je als scholier met een gedicht van Guido Gezelle kennismaakt, is een totaal afwijzend standpunt niet meer mogelijk. Je kunt hier denken aan een breed scala van namen. Te beginnen bij Thomas à Kempis uit de vijftiende eeuw tot en met iemand als de indrukwekkende Duitse theoloog en denker Romano Guardini uit de twintigste eeuw.
Ten vierde zijn wij orthodoxe protestanten verlegen geworden met het totaal ontbreken van enig leergezag in de grote protestantse kerken, die pluriformiteit tot geloofsartikel hebben verheven.
Terwijl het leergezag in de afgescheiden protestantse kerken jammerlijk faalt. Daar staat de Rooms-Katholieke Kerk tegenover, die (nu even afgezien van de typisch roomse dogma's) de centrale en algemene dogmata van het christelijk geloof handhaaft en verkondigt in het forum van de moderne wereld. Zodat het bange vermoeden bij protestanten kan postvatten, dat het christelijk geloof in zijn essentie meer door de Rooms-Katholieke Kerk dan door de protestanten de toekomst zal worden ingedragen.
Ten vijfde - toegespitst op de nationale situatie: de rooms-katholieke bisschoppen hebben in de afgelopen tijd over maatschappelijke en geestelijke ontwikkelingen keer op keer helder en belijdend gesproken. Te denken valt aan het optreden van kardinaal Simonis. En niet alleen over ethische vraagstukken, zoals vaak nog wel wordt opgemerkt, maar ook over zaken van geloof en geestelijk leven. Wat hebben we dat spreken in belijdende zin gemist in onze eigen protestantse kerk! Je kunt alleen maar hopen dat de nieuwe bisschop het beleid van zijn voorganger voortzet.
De ambivalentie blijft. Zolang de Rooms-Katholieke Kerk is zoals zij is, zal zij gemengde gevoelens oproepen.
Soms dankbare herkenning, soms intense vervreemding. Het is mij niet bekend of de bisschop een reactie heeft uitgesproken.
Je kunt benieuwd zijn naar wat hij dr. Plaisier zou antwoorden.
Vooral naar dat wat tussen de regels door te beluisteren zou zijn. Wij bidden ondertussen: 'Uw Koninkrijk kome.
Regeer ons door Uw Geest en Woord.' Waarschijnlijk het meest oecumenische gebed dat denkbaar is.
M.H.T. Biewenga
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK in Enschede.