Het Liedboek

1988-12-02
  • Jaargang 32
  • nummer 45
Lied 477
Met het oorspronkelijke Duitse gezang ("m dir ist Freude, in allem Leiden") heeft de tekst van dit Lied weinig gemeen.
Dit vindt zijn reden in het door de bewerker genoemde feit, dat het zich niet goed voor vertaling leent. "Om de melodie ook in ons Liedboek te laten doorzingen heb ik geprobeerd er andere, meer overtuigende, woorden bij te vinden". (Comp. p. 1096).
Als bezwaar zou kunnen gelden dat de aanhef van het lied o.i. niet fraai is: "Geest van hierboven", om niet te zeggen lelijk en niet passend. Daarbij gaat het aanspreken van de Geest, waartegen ook bezwaren zijn aan te voeren, ongemerkt en daardoor ook enigszins verwarrend over op Christus in de 2e strofe. Strofe 2 is overigens belangrijk beter van inhoud dan de eerste.
De frisse melodie past eigenlijk niet goed bij de tekst. "Ze behoort aan een Italiaans danslied, een uitbundig amoureus lied, waar de tekst van de derde zesde, e.lfde.en laatste regel - waar wij zwaarwichtige woorden moeten zingen - slechts luidt: Fa, la, la enz. In technisch opzicht bemoeilijkt de Nederlandse tekst naar het zingen in hevige mate, terwijl men ook de vraag kan stellen of deze melodie nu zo geschikt is voor een gebed tot de Geest van hierboven". (comp. p. 'i097).
Tenslotte is de herhaling: eerst twee maal drie regels en daarna twee maal yijf regels die eensluidend zijn, toch wel iets te langdradig.
Tekst: 1; melodie: 2 (niet-passend bij de tekst).

Lied 478
Afgezien van enkele minder geslaagde uitdrukkingen als "God beveelt. Het niets krimpt saam" en "Sterren, sprankelend hemelstof, seinen, schijnen licht en lof' (strofe 2); "Innigheid, in 't hart gegrond" (strofe 7), ademt dit Lied een bijbels-orthodoxe geest en blijkt de Gereformeerde gezindheid van de dichter, al is de vertaling betrekkelijk vrij en zijn de strofen 3 en 4 door de vertaler-werker zelf toegevoegd. Wel geeft het zinsverband soms aanleiding tot een minder duidelijk aansprekende tekst.
De goede melodie doet "structureel sterk denken aan de componeertrant van de Geneefse psalmen. Het lied kan m een vlot tempo gezongen worden".
(Comp. p. 1098).
Tekst: 2; melodie: 3.

Lied 479
"Vooral de aardige melodie heeft dit Lied, dat in zijn oorsprong een Engelse hymn is geweest, zeer populair gemaakt.
De bestaande vertaling (gezang 288 uit de bundel-1938) had evenwel niet veel aantrekkelijks, zoals ook de Engelse tekst weinig inspirerend was.
Dit alles gaf aanleiding, zo schrijft de dichter Jan Wit, tot het maken van een geheel eigen lied waarbij de gang der seizoenen vervangen is door een aantal aan de Bijbel ontleende noties.
In zekere zin is het gehele lied een uitgebreide parafrase van het begin van Psalm 24, maar tevens een loflied op het aardse leven, voorzover het gezien wordt in hemels licht". (Comp. p. 1099).
De melodie is niet moeilijk en goed bekend.
Tekst: 3; melodie: 3

Lied 480
Een karakterisering van de enigszins wijsgerige inhoud van dit Lied wordt gegeven in strofe 1 en de eerste helft van strofe 2 : "tussen werkelijkheid en dromen".
"Men kan dit letterlijk nemen, maar ook als het heen en weer gaan van het menselijk denken en streven tussen het vigerende bestel en de utopie (droom of visioen) of tussen werkelijkheid, mogelijkheid en wenselijkheid.
Vanaf de tweede helft van strofe 2 tot en met strofe 4 gaat het over de dubbelzinnigheid van het menselijk bestaan en het menselijk denken en handelen. De eerste helft van strofe 4 spreekt van de menselijke vervreemding en van 's mensen agressieve nieuwsgierigheid en in de laatste helft is uitgesproken dat alleen het Woord van God zin kan geven aan dit dubbelzinnige mensenleven.
In strofe 5 volgt dan een gebed, waarin vooral aansluiting gezocht is bij Hebr. 1 : 14 ("want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomstige").
Het gehele lied is bedoeld als een bevestiging zowel van de opdracht van de mensen om de aarde trouw te blijven als van de noodzakelijkheid van onthechting", aldus de toehchting van de dichter. (Comp. p.1101).
"De eenvoudige 18e-eeuwse melodie wordt gekenmerkt door het feit dat de zes regels alle ongelijk zijn en onderling nergens sporen van overeenkomst vertonen.
Daardoor is ze minder eenvoudig te zingen dan men ogenschijnlijk zou denken". Het tempo moet niet te hoog worden gekozen.
Tekst: 3; meldoie : 3.

Lied 481
Volgens de toelichting van de dichter wordt in dit Lied het thema "van de intermenselijke liefde als antwoord op Gods liefde uitgewerkt. Hoewel het allemaal over ons zijn, spreken en doen gaat, wordt in navolging van het oorspronkelijke lied (gezang 120 in de bundel-1938) in de laatste strofe de lijdende Christus duidelijk in het middelpunt gesteld. Gods liefde is oorsprong en oorzaak van alle liefde die wij elkaar kunnen geven en daarom ook mogen en moeten geven. Ik hoop dat het zowel voor hen die aan zending en evangelisatie denken als voor hen die meer voor christelijk-sociale actie voelen, een inspiratiebron zal wezen". (Comp. p. 1102). De Ie regel van strofe 4 zou gezien kunnen worden als een verzelfstandiging van het begrip liefde, maar in het licht van de Ie regel van strofe 1vervalt dit bezwaar.
De melodie, die in de loop der tijden nogal wat veranderingen heeft ondergaan, is in haar huidige vorm een belangrijke aanwinst voor de kerkzang.
Tekst: 3; melodie: 3

Lied 482
Vergelijking van de tekst van dit Lied met die van lied 70 toont een nauwe verwantschap tussen die beide: "de laatsten worden de eersten" resp. "de eersten zijn de laatsten". Er is alleen enig verschil in accent: de laatsten komen naar voren, hogerop; "wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden", resp. "de meerdere zal de mindere dienen". Daarbij klinkt dan tegelijkertijd de vermaning van de apostel Paulus door (Ef. 2 : 3): "In ootmoedigheid achte de een den ander uitnemender dan zichzelf'.
Waar het thema hetzelfde is heeft lied 482 de voorkeur, daar de oproep tot ootmoed en nederigheid, die karakteristiek is voor de levenshouding van hen die het Koninkrijk Gods willen beërven, hier beter tot zijn recht komt. Bij de 2e regel van strofe 4 valt te denken aan de torenbouw van Babel, die in verwarring ten onder gaat.
De melodie toont ook de verwantschap: dezelfde melodie.
Tekst: 3; melodie: 3.

Lied 483
Het is van belang om bij het overwegen van tekst en inhoud van dit Lied iets te vernemen over de achtergrond van het ontstaan, zoals de dichter dit zelf toelicht: "Ik schreef het lied in de periode dat de Verenigde Staten en de Sovjet-
Unie waren begonnen hun machtsstrijd tot in de kosmische ruimte toe te voeren, en ik maakte de ronduit religieuze vervoering mee, die het lanceren van de eerste Russische kunstmaan in Oost-Europa verwekt had.
Maar ik heb er óók bij gedacht aan alles wat wij verder zoal "ophemelen": aan film-en sportsterren, om van sex-sterren maar te zwijgen. Kortom, ik heb er heel dat onmetelijke projectie-mechanisme mee op het oog gehad, dat de mensen op gang houden, naarmate zij ménen "onreligieus" te zijn misschien des te heillozer, des te religieuzer. Van dié projecties roept de God van de bijbel ons om onzes levens wil weg, en zo bezonnen en bezonken als het lied klinkan mag, ook al door de gekozen melodie, - het is een "critisch lied": het voert de "onttroning-der machten'; en daarmee onze bevrijding in zijn schild. Ik hoop dat degenen die het lied zingen ineens zullen begrijpen, dat spreken over "de hoogte", "de hemel", dé mogelijkheid bij uitstek is om te spreken over wat er onze tijd op aarde gaande is". (Comp. p. 1106). Ongetwijfeld is het een passend lied voor onze tijd en kan het functioneren als afwijzing van de vergoddelijking van de voortgaande ontwikkeling van wetenschap en techniek.
De gekozen melodie biedt een uitstekende sfeer van bezinning voor deze tekst.
Tekst: 3; melodie: 3.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief