Evangelisch-reformatorisch
1988-12-02
In de nummers 32 t/m 34 van Opbouw gaat Mr. dr. Meulink in drie artikelen in op de verhouding evangelisch-reformatorisch.- Jaargang 32
- nummer 45
Het doel hiervan volgt in het laatste deel: laten zien dat er veel van elkaar geleerd kan worden.
Deze doelstelling is m.i. totaal niet bereikt: de artikelen neigen naar denigrerend en emotioneel taalgebruik t.o.v. de "evangelischen", en ademen een sfeer uit van reformatorische superioriteitsgevoelens.
Als Nederlands Gereformeerd christen die erg veel in aanraking komt met evangelischen, wil ik graag enige kanttekeningen plaatsen bij de artikelen van dhr. Meulink.
Evangelische Beweging
Als één van de kenmerken van de evangelische christenheid noemt Meulink de grote nadruk op een persoonlijke band met Christus als Verlosser en Heer over het leven; dit impliceert een persoonlijke bekering. In het derde artikel noemt Meulink als gevaar van deze persoonlijke bekering en dit persoonlijke geloof dat het makkelijk kan leiden tot een oppervlakkig geloven.
Mijn ervaring is echter dat de gereformeerde kerken té weinig de nadruk leggen op persoonlijke bekering, en dat dit juist de oorzaak is voor een oppervlakkig geloven. Een gemeente wordt juist opgebouwd en versterkt als de leden een persoonlijke band met de Heer hebben.
Opvallend is dat Meulink het in veel gevallen heeft over de extreme vleugel van de evangelische beweging zoals de pinkstergemeenten en volle evangelie gemeenten. De grote groep gematigde evangelischen wordt hierdoor onrecht aangedaan.
Eenheid van de Bijbel
Meulink verwijt de evangelischen geen zicht te hebben op de eenheid van de Bijbel, en geen rekening te houden met de doorgaande lijn van de Bijbel, zodat men zich beroept op één of meer losse teksten. Eén van de voorbeelden hiervan zijn volgens Meulink de bezwaren tegen de kinderdoop.
Juist in de evangelische gemeenten wordt constant rekening gehouden met de doorgaande lijn van de Schrift.
Daardoor hebben preken vaak het karakter van een Bijbelstudie, waarbij teksten worden onderzocht in het licht van de rest van Gods Woord. Op deze manier worden geloofswaarheden vanuit de Bijbel aangetoond.
In de Nederlands Gereformeerde Kerk (ik beperk mij nu bewust omdat ik zelf hieruit afkomstig ben) wordt in preken vaak uitgegaan van het Verbond zonder dit vanuit de Bijbel aan te tonen. Nog nooit heb ik in een Gereformeerde dienst het Verbond vanuit de Bijbel verdedigd gehoord. Opvallend is dat veel broeders daarom dan ook niet vanuit Gods Woord kunnen aantonen wat dit Verbond inhoudt, zonder emotionele argumenten aan te halen die hun oorsprong niet in de Bijbel vinden, maar meer zijn gebaseerd op een: "zo hebben we het altijd geleerd".
Dit betekent niet dat men in de evangelische beweging niet in een verbond gelooft. Men maakt onderscheid tussen zeven verschillende verbonden.
Men gelooft daarom ook niet in hét Verbond zoals de reformatorische christenen dat doen. Het Nieuwe Verbond zo gelooft men, is in de éérste plaats bestemd voor het volk Israël. Als christenen hebben we wél deel aan de zegeningen van dit Nieuwe Verbond.
Dit betekent echter niet dat kinderen op grond van dit Verbond mogen worden gedoopt. Daarom moeten we ook niet spreken van de volwassendoop, maar van de gelovigendoop. Men gelooft namelijk dat de Bijbel zegt dat alleen zij die geloven gedoopt mogen worden. Dit is tevens het fundament voor de afwijzing van de kinderdoop, en niet zoals .Meulink zegt het ontbreken van een uitdrukkelijk gebod om kinderen te dopen.
Dit laatste is wel een argument dat wordt gebruikt, maar niet hét fundament.
Omdat de Bijbel volgens de evangelischen geen aanleiding geeft voor de kinderdoop beschouwen zij deze doop dan ook als een theologisch - en geen Bijbels dogma.
Ben je eenmaal een wedergeboren chnsten, dan betekent dit niet dat er geen aanvechtingen meer zullen zijn, zoals Meulink stelt.
De evangelischen geloven alleen - net zoals de gereformeerden - dat de Heilige Geest de gelovigen hierin kracht geeft en steunt.
Persoonlijke Ervaring
De situatie die Meulink onder dit kopje weergeeft is van toepassing op de extreme vleugel van de evangelische beweging, zoals de pinkstergemeenten. De grote middengroep gaat op een meer genuanceerde manier om met de ervaring.
De zekerheid van het geloof vindt zijn oorsprong in Gods eeuwige trouw.
De ervaring is een nuttige aanvulling op deze zekerheid, omdat het duidt op een persoonlijke relatie met Christus die van essentieel belang is.
Belijdenis
De drie formulieren van enigheid vormen het fundament van wat er in de gereformeerde kerken geleerd hoort te worden.
Hierin worden dogma's als hét Verbond uitgewerkt, een theorie waar men in de evangelische beweging niet achter kan staan. Meulink spreekt in dit geval van schatten die onze voorouders uit de Schrift hebben gehaald, en dat men het werk en de leiding van de Heilige Geest in deze gevallen niet mag miskennen.
Maar geldt dit ook niet voor de evangelische beweging? Werkt de Heilige Geest daar dan niet m.b.t. de uitleg van de Schrift? Toch zijn er een aantal fundamentele principes die men in de evangelische beweging anders leert dan bij de gereformeerden. Over hét Fundament Jezus Christus zijn zowel gereformeerden als evangelischen het gelukkig eens. Maar wat betreft de doop, het Duizendjarig Rijk en de gehele toekomstvisie zijn er nogal wat verschillen.
Maar mogen we daarom concluderen dat de Heilige Geest niet in de evangelische beweging en wel in de gereformeerde kerken aanwezig is? Dat begint verdacht veel te lijken op een ongezonde vorm van sectarisme.
Meulink ziet in de evangelische beweging hét bewijs dat een belijdenis noodzakelijk is. Dit baseert hij o.a. op het feit dat de evangelische geloofspunten geen kerkelijke traditie achter zich hebben, en dat een gemeenschappelijke evangelische theologie ontbreekt. "Zo komt men gemakkelijk tot wonderlijke constructies", schrijft hij.
Laten we echter eens gaan kijken naar twee Nederlandse kerkgenootschappen waar de Bijbelkritiek sterk in opgang is: de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde (synodale) Kerk. Deze kerken hebben zowel een lange kerkelijke traditie achter zich als een gemeenschappelijke theologie, gebaseerd op de drie formulieren.
Op grond van de bijbelkritiek komt men daar tot de meest vreemde anti-Bijbelse constructies. Daarom is de argumentatie van Meulink beslist niet overtuigend genoeg om te stellen dat de belijdenis dus noodzakelijk is.
Kerk en Gemeente
De formulering die Meulink in dit stukje gebruikt is erg negatief: "vaak heeft men ook minachting voor de ambten".
Ik geloof niet dat dit zo is.
Men heeft een andere visie op de ambten, zodat deze anders funktioneren dan in de gereformeerde kerken.
Betekent dit dat er dus sprake is van een minachting voor deze ambten? Nee, slechts een andere visie, waarbij zowel gereformeerden ah!'evangelischen zich willen baseren op de Bijbel.
J. C. Bronkhorst, Amersfoort